Nummer 66


Het goede leven | april 2001


Hanengevechten in de Franse Nederlanden: een omstreden traditie (Christian Dutoit)<< Nummer 66

In de regio 'Nord-Pas de Calais', genoemd naar de twee gelijknamige Franse departementen, zijn er naar schatting zo'n zestig vaste 'gallodrooms' of pistes waar op geregelde tijdstippen hanengevechten georganiseerd worden. Daarnaast vinden er ook gelegenheids-hanenkampen plaats naar aanleiding van kermissen of andere feestelijke gelegenheden. Het gaat om een tijdverdrijf dat al eeuwen bestaat en vroeger ook bij ons ingeworteld was (en wellicht nog illegaal plaatsvindt, vooral in Limburg). Niet iedereen is onverdeeld gelukkig met deze volgens sommigen barbaarse traditie. Maar er zal toch nog veel water door de Aa en door de Kolme moeten vloeien vooraleer er een einde aan gemaakt wordt.

In ons land zijn hanenkampen bij wet streng verboden. In Frankrijk ook. Maar er zijn merkwaardig genoeg vier uitzonderingen: Martinique, Frans-Polynesië, en de departementen Nord en Pas-de-Calais. De wet voorzag in de jaren zestig in het toelaten van deze 'sport' op plaatsen "où existe une tradition ininterrompue", waar dus een lange traditie bestaat. In 1963 werden ze nochtans ook in het noorden verboden, op voorstel van een volksvertegenwoordiger uit Toerkonje in de buurt van Rijsel. De man luisterde naar de toepasselijke naam Lecocq. Een jaar later echter kwam generaal de Gaulle persoonlijk tussen om de hanengevechten weer toe te laten, na een brede democratische protestbeweging in de Franse Nederlanden.

Tot op vandaag zijn de 'combats de coqs' bijzonder populair bij onze volksgenoten die administratief bij Frankrijk horen. Enkele jaren geleden waren we een beetje bij toeval in de gallodroom van Drincham terechtgekomen, en daar was flink wat volk bijeengehoopt om naar het spektakel te kijken en een gokje te doen. Er werd een aardig woordje Vlaams dialect gesproken, maar dat was mede te wijten aan het feit dat nogal wat eigenaars van de hanen uit West-Vlaanderen bleken te komen, vooral uit de streek van Poperinge en Ieper. Begin deze maand waren we op een hanenkamp in Sint-Mariekerke (Sainte Marie Kerque) in de Pas-de-Calais, en daar was zelfs een 'coqueleu' uit de buurt van Roeselare.

Wat meteen opvalt is dat het om een zeer 'volkse' sport gaat. "Les combats de coqs, c'est la corrida du pauvre", liet zich een bevallige blondine in café Chez Lilly ontvallen. "Het is zoals een restaurant waar je via de keuken binnengaat, of een bordeel via de toiletten." Het publiek is duidelijk geen stadspubliek. Maar zeker ook niet uitsluitend mannelijk: ook vrouwen en kinderen blijken tuk te zijn op deze volkse traditie.

Veel publiciteit wordt er niet gemaakt. In de kleine cafeetjes van Volckerinckhove of Broxeele tref je af en toe wel kalenders aan, maar voor het overige moet de sport het vooral hebben van mond-aan-mondreclame. Een toeristische attractie wil men er zeker niet van maken, want op het Vlaamse platteland hebben ze nu wel genoeg boerenverstand om te beseffen dat het dan wel eens snel gedaan zou kunnen zijn. Het toerismebureau van Rijsel weet zelfs van niets. "Over dit onderwerp kregen we nog nooit vragen", zo luidt het daar een beetje gegeneerd. Ook in de gallodroom van Drincham mochten we geen foto's maken van de gevechten zelf, hoewel dat geen probleem was in het aanpalend zaaltje waar de hanen gespoord werden en bij het genot van veel bier en roggejenever commentaar gegeven werd over de prestaties van de beestjes. Waarom niet? Er gebeurt toch niets illegaals? Het blijkt iets ingewikkelder dan dat. Hanenliefhebster Pétronille Vantorre uit Socx: "Er wordt af en toe met een vermanend vingertje naar ons gezwaaid. Mensen van de stad, die vinden dat de mensen van de buiten hun tradities moeten afwerpen." Maar off-the-record weet ze toch ook dat hanengevechten wel toegelaten zijn, maar niet het al even traditionele gokken erbij. In Drincham werd er voor duizenden franken gegokt. Maar dat bleken in feite centimes te zijn: in de gallodrooms rekent men nog in ancien francs. Honderdduizend francs blijkt dus, omgerekend in Belgische franken van vandaag, zoiets als een goede 6.000 frank te zijn. Dat zal nogal wat verwarring zaaien als de euro hen opgedrongen wordt...Maar illegaal of niet, tegen het gokken wordt door de Franse gendarmes niet opgetreden.

Hoe ziet zo'n hanengevecht er nu uit? De baasjes van de deelnemende hanen komen met hun beestjes in gevlochten wilgenbiezenkooien of houten bakken. Bij lottrekking worden de vechtkoppels aangeduid. Die luisteren naar namen als Maurice, Antoine, Culture, Maxime... Daarna worden de hanen gespoord. Er worden vlijmscherpe metalen sporen aan de poten aangebracht. Om alles een beetje binnen de perken te houden en diervriendelijk te blijven bepaalt het reglement dat de sporen niet langer dan 52 mm mogen zijn. In de arena worden de hanen door hun baasjes aan elkaar voorgesteld. Het is duidelijk dat ze elkaar rauw lusten. En dan begint het gevecht. Ze doen enkele rondjes, tot één van de twee toeslaat. Het komt erop aan dat één van de hanen rechtop blijft, en de andere het onderspit delft en dus meestal op de rug terechtkomt. De pluimen rond de nek gaan rechtop staan, en er wordt duchtig gepikt met de snavel, soms ook in de ogen. Wanneer een haan een poot of een vleugel breekt, wordt het gevecht onmiddellijk stopgezet. Er kan wel eens een beetje bloed vloeien. Na zes minuten is de haan die nog rechtop loopt de fiere winnaar. Maar het gevecht kan best spannend zijn. Vaak slaagt een 'gevallen' haan erin zich terug op te richten en de rollen om te keren. Een witte en een rode lamp kondigen het einde van de kamp aan. Maar het gaat in een hels tempo: er zijn tientallen gevechten. In de gallodroom stuiven de pluimen in alle richtingen, en de nerveuze baasjes steken bij wijlen een gaulloise aan, zodat het er nogal stofferig en rokerig is. Maar dat schijnt er bij te horen.

Hanengevechten zijn een omstreden 'liefhebberij'. Tegenstanders zeggen dat de traditie niet opweegt tegen de attrociteiten. In een links-intellectueel weekblad dat in Parijs verschijnt werden de coqueleux of hanenliefhebbers zelfs vergeleken met pedofielen, met als argument dat in beide gevallen het plezier voortkomt uit het lijden van een zwakkere. Een beetje een wankele redenering, want bij hanengevechten gaat het om hanen onder elkaar. De bewierokers van de traditie wijzen erop dat het vechten in de genen van de haan zit, en dat het om een natuurlijk 'mannelijk' gedrag gaat. Vraag is dan wel of het per sé nodig is scherpe sporen aan te binden... En de 'traditie' om heksen te verbranden is nu toch ook al een tijdje in onbruik geraakt.

Hanengevechten zullen nog wel een tijdje controversieel blijven. Maar het is duidelijk dat de plattelandsmensen van de Franse Nederlanden niets moeten hebben van de "sensiblerie d'intellos citadins", zoals Médard Woestelandt uit Lederzeele het krachtig verwoordde. Het is inderdaad een merkwaardig fenomeen: in herberg Het Blauwershof in Godewaersvelde weigert kastelein Kris Mercier principieel cola te verkopen, omdat dit een Amerikaans imperialistisch product is, maar hij vindt het de normaalste zaak van de wereld dat in zijn zaaltje hanengevechten georganiseerd worden. Ten slotte en voor alle duidelijkheid: dit is geen pleidooi voor hanengevechten, maar gewoon een kleine reportage over een hardnekkig overlevende liefhebberij/traditie in Frans-Vlaanderen, die ook vele fans kent aan de andere kant van de 'schreve'.