Nummer 66


Actueel | april 2001


Lambermont en de Volksunie: soap van de betere soort (Hadewijch Plaizier)<< Nummer 66

Het was toen al duidelijk. Enkele maanden voor de verkiezingen beloofde partijvoorzitter Van Krunkelsven dat de VU niet zou toetreden tot welke regering dan ook als er geen verregaande stappen in de staatshervorming in het federale regeerakkoord zouden staan. De resoluties van het Vlaams Parlement werden op dat zelfde verkiezingscongres een "minimaal programma" genoemd. De verkiezingsresultaten gaven de VU een unieke uitgangspositie, aangezien de partij onmisbaar was voor de paars-groene coalities. Maar het perspectief op enkele vetbetaalde ministerportefeuilles deed de partijtop watertanden. In een goed geregisseerd partijcongres in Edegem duwden ze de regeringsdeelname door de strot van de basis. Zij die kritische vragen stelden, zoals Geert Bourgeois, kregen banbliksems toegeworpen. Persoonlijk herinneren we ons nog hoe Paul Van Grembergen zwaar uithaalde naar de Vlaamse beweging.

De met trommelgeroffel aangekondigde Costa (conferentie voor de staatshervorming) trok het partijcongres nipt over de streep, maar bleek al snel een slag in het water. Costa-voorzitter Van Krunkelsven verslikte zich in de eigen fopspeen en zag zo het voorzitterschap van de partij aan zijn neus voorbij gaan. Na een verscheurende campagne koos een ruime meerderheid van de leden "keikop" Bourgeois tot nieuwe voorzitter. De VU zou opnieuw een Vlaams-radicale partij worden. Maar de entourage van Bourgeois kraaide te vroeg victorie. Anciaux en Van Krunkelsven sloegen terug en pakten de geïsoleerde voorzitter op snelheid met Lambermont. Nog vooraleer de gevolgen duidelijk werden keurde de partijraad het akkoord goed. Wel werd een voorbehoud geformuleerd bij de regeling voor Brussel. De uiteindelijke goedkeuring in het Parlement werd ook afhankelijk gemaakt van de omzetting in wetteksten.

Die teksten, vlijtig mee onderhandeld door herverkavelaars Anciaux en Van Krunkelsven, kwamen er na het kerstreces. Deze keer lieten voorzitter Bourgeois en zijn kompanen zich echter niet verrassen. Op een persconferentie hekelden zij het akkoord van het partijbestuur met Lambermont-bis. Bourgeois en drie andere Kamerleden, de "bende van vier", riepen de partijraad op om het onzalige akkoord vooralsnog af te wijzen. Hun moedige daad leidde tot de definitieve breuk tussen de partijvoorzitter en het door de clan Anciaux gecontroleerde partijbestuur. Nadat "eminentie" Van Grembergen Bourgeois in de media bedacht met de koosnaam "Dieu" en hem beschuldigde van toenadering tot de CVP nam hij ontslag. Op de stormachtige partijraad van 30 januari kwam het tot een open confrontatie. De groep rond Bourgeois was goed voorbereid en maakte in een requisitoor brandhout van het hele akkoord. Het partijbestuur werd in de minderheid gesteld, maar weigerde af te treden. Schiltz was ziedend en noemde Bourgeois "sluipmoordenaar van de partij".

Verhofstadt zag de bui hangen en stuurde de VLD-voorzitter als ontmijner naar de in totale impasse verkerende VU. De groep Bourgeois werd uitgenodigd ten huize De Gucht en mocht bij een glaasje wijn eens uitleggen hoe Lambermont-bis moest worden aangepast om aan een tweederde-meerderheid te geraken. Omdat de partijraad eerder Lambermont goedkeurde als kaderakkoord had Bourgeois niet veel marge. Bovendien wilde hij na alle verdachtmakingen zijn goede wil bewijzen, zodat de financiële verworvenheden van de Franstaligen buiten schot bleven. Het resultaat van de ontmijningsoperatie was het "ophelderingsakkoord". De slechte omzetting van Lambermont in Lambermont-bis werd enigszins bijgestuurd. Er kwamen wat bevoegdheden bij, er werden afspraken gemaakt over de samenwerkingsakkoorden en er werd een voorbehoud gemaakt voor het advies van de Raad van State en voor Brussel. Er wijzigde echter niets fundamenteels en over Brussel bleef de grootste onduidelijkheid bestaan.

Het advies van de Raad van State was zoals verwacht negatief voor de regionalisering van de gemeente- en provinciewet. De groep Bourgeois was op dat ogenblik echter al meegesleept in de onderhandelingsdynamiek over de samenwerkingsakkoorden. Bourgeois nam genoegen met een halfslachtig compromis over de Plantentuin van Meise en liet zich met een kluitje in het riet sturen over het advies van de Raad van State. Nog steeds bestaat het risico dat het Arbitragehof de regionalisering van de gemeentewet vernietigt, terwijl de Franstaligen wel hun geld houden. Ook de regionalisering van de ontwikkelingssamenwerking blijft hoogst onzeker en op de valreep werd ook de ecotax terug federaal gemaakt. Toch liet Bourgeois zich in een eerste reactie positief uit over de aangepaste teksten. De ontnuchtering volgde echter snel. Tegen de afspraken diende Verhofstadt de financieringswet in de Kamer en de bevoegdheidswet in de Senaat in. Strategisch niet onbelangrijk want als Bourgeois in de Kamer groen licht geeft voor de financieringswet, verliest hij de controle over het geheel. Bovendien verliest de generaal krediet bij de eigen radicale achterban.

Alle ogen zijn nu gericht op Brussel. Als er een goede regeling komt voor Brussel zullen de vier wellicht hun goedkeuring geven. Zoniet sterft Lambermont een stille dood en komt het voortbestaan van paars-groen ernstig in gevaar. Tijd om in te grijpen voor Verhofstadt. Eerst poogde hij de Brusselse mini-Costa terug te activeren, maar de interne verdeeldheid in de PRL-FDF-federatie en het uitblijven van een vernietiging van de omzendbrief Peeters door de Raad van State zorgde voor een totale mislukking. Na een kwartier werd de vergadering ontbonden en een nieuwe datum vastgelegd na de Paasvakantie. Er rest dan bijzonder weinig tijd want onmiddellijk na Pasen vat de bespreking van de wetsontwerpen aan in Kamer en Senaat. Het heeft er alle schijn van dat de mini-Costa een schertsvertoning wordt en dat de echte besprekingen achter de schermen worden gevoerd op het hoogste niveau.

Alles hangt er dan van af hoe hoog de groep rond Bourgeois de lat legt. Neemt hij genoegen met wat extra zitjes in het Brussels Parlement, de dubbele meerderheid voor de gemeentewet en één flamand de service in elk schepencollege? Of stoot hij door tot de kern van de zaak en wil hij echte macht voor de Brusselse Vlamingen op lokaal niveau? Inspiratie kan de bende alvast putten uit de eigen partijcongressen en recente aanspraken van de clan Anciaux. Was het niet ID-woordvoerder Sven Gatz die Brussel enkele jaren terug in een confederaal model plaatste? Bourgeois moet alleen woord houden en uitvoering geven aan de resoluties van eerdere partijcongressen. Over enkele dagen spreekt de partijraad zich definitief uit over de Lambermont-akkoorden. Zal Bourgeois erin slagen het partijbestuur, dat Lambermont-ter er kost wat kost door wil jagen, opnieuw in het zand te doen bijten?

Een ding is duidelijk. Als Bourgeois zich laat sussen met een zoethoudertje voor Brussel en groen licht geeft voor Lambermont is dat de dood van de VU als Vlaams-nationale partij. Men kan niet tegelijk pleiten voor een verscherpt Vlaams profiel om vervolgens met een gedrocht van een institutioneel akkoord in te stemmen. Bij het ter perse gaan van dit nummer is het niet duidelijk of de cruciale partijraad zijn historische verantwoordelijkheid zal nemen dan wel of hij het debacle van Egmont, nu 25 jaar geleden, nog eens zal overdoen. Wij hopen dat de bende van vier de eensgezinde boodschap van de Vlaamse beweging alvast begrepen heeft en alles zal doen wat in haar macht ligt om de partijraad te overtuigen Lambermont af te wijzen. Nu al belooft de betoging van 6 mei een groot succes te worden. Mogen we de groep Bourgeois daar toejuichen als helden of wordt het de betoging van de schande? U leest er ongetwijfeld meer over in het volgende nummer van Meervoud.