Nummer 68


Corsica | juni - juli 2001


Het Frans parlement gaat akkoord met Corsicaanse autonomie (Jan van Ormelingen)<< Nummer 68

De eerste lezing van het autonomievoorstel over Corsica is door de Assemblée nationale. De Franse eerste minister had op voorhand al heel wat aan de tekst geschaafd, zodat er nog maar weinig reden tot tegenstand was. Voor de Corsicanen die de tekst weer eens sterk afgezwakt zien, is de ontgoocheling duidelijk merkbaar. De Corsicaanse nationalisten hebben al duidelijk laten verstaan dat deze magere tekst maar een aanloop is naar hun 'Indipendenza'.

Op zoek naar de verzoening tussen politiek voluntarisme en juridische haalbaarheid

In de onderhandelingen over Corsica heeft Lionel Jospin (PS) zich getoond als een uiterst behendig staatsman. Franse politici hebben liefst zo weinig mogelijk met het netelige dossier te maken. Het siert Jospin dat hij echt iets wil doen aan het Corsicaanse probleem, zelfs al moet hij er hopen tijd en moeite voor over hebben. Sinds eind 1999 overleg begon over Corsica zijn er al heel wat hindernissen genomen. De eerste behandeling van het wetsontwerp in het Franse parlement, midden mei, zou geen probleem worden. Jospins grootste zorg is de visie van de Grondwettelijke Raad (Conseil constitutionnel), die vol politieke tegenstanders zit (zie Meervoud nr. 65).

Daarom moest in de wetgevende commissie van het parlement eventuele kritiek uit die hoek worden vermeden.

Begin mei lieten de rechtse partijen RPR, UDF en DL weten dat ze het regeringsvoorstel over Corsica in de huidige vorm zouden afkeuren. Het UDF wil een referendum organiseren over de zaak, terwijl François Fillon (RPR) de drie volgende amendementen zou indienen. Om te beginnen moeten alle regio's dezelfde autonomie als Corsica krijgen. Ten tweede moet het Franse parlement de beloofde wetgevende bevoegdheden voor Corsica beter controleren. Ten derde moet er een 'initiatie tot de Corsicaanse cultuur en taal' komen in het kleuter- en lager onderwijs, terwijl het Corsicaans een plaats krijgt als keuzevak in het middelbaar onderwijs. Uiteindelijk zal 'la droite' het akkoord aanvechten bij de Grondwettelijke Raad.

Dat er met de rechtse kritiek geen rekening zou worden gehouden, werd duidelijk toen de wetgevende commissie op 10 mei naar buiten kwam met haar voorstellen. Van de twee belangrijkste punten uit de oorspronkelijke tekst was er één sterk afgezwakt. De voorzichtigheid van rapporteur Bruno Le Roux had het gehaald op het politiek voluntarisme van de minister van binnenlandse zaken Daniël Vaillant en de Franse eerste minister. In het kort komt het er op neer dat Corsica volgens artikel 1 de Assemblée nationale zou kunnen vragen een uitzondering te maken op de Franse wetten, een procedure die in de praktijk moeilijk werkbaar zal zijn. Het recht om wetten aan te passen uit de eerste teksten werd niet weerhouden omdat het niet geslikt zal worden door de oude meneren van de Grondwettelijke Raad.

Het andere gevoelige artikel 7 over de Corsicaanse taal zou overeind blijven in zijn Polynesische vorm. In 1996 keurde de Grondwettelijke Raad namelijk het volgende zinnetje goed: 'de Tahitiaanse talen worden onderwezen in het normale lessenrooster van de scholen'. Jean-Guy Talamoni had zich op 30 maart al akkoord verklaard om dezelfde formulering te gebruiken voor het Corsicaans.

'Indipendenza' als nationalistisch antwoord op het nieuwe wetsvoorstel over Corsica

Hoewel de Corsicaanse nationalisten zeker niet openlijk gekapt hebben met de Matignon-akkoorden, willen ze zich ook niet met een kluitje in het riet laten sturen. De nationalisten willen nu zoveel mogelijk autonomie binnenhalen, maar aangezien Matignon steeds minder ver gaat kan dit echt geen eindpunt zijn. Zo hard de interne strijd tussen 1993 en 1996 was, zo intens wordt er de laatste jaren gestreefd naar verzoening en eenheid. Na een concentratiepoging onder de noemer 'Unita' in november 1999 werd er op 13 mei jl. een nieuwe partij opgericht.

Vier nationalistische organisaties, waaronder de belangrijke A Conculta indipendentista en Corsica Viva, wilden daarmee een krachtig signaal geven aan het Franse parlement. François Sargentini (A Conculta) zei dat de nationalisten nu definitief uit hun crisis zijn gekomen. Jean-Guy Talamoni, die voor A Conculta de coalitie Corsica Nazione leidt, zei dat Indipendenza een logisch antwoord is op de politiek van Parijs. Sinds 1999 hebben de nationalisten enorme toegevingen gedaan over o.a. het lot van de politieke gevangenen, maar lijken ze daarvoor steeds minder terug te krijgen.

Jospins voorstellen zijn verteerbaar voor het Franse parlement

Gezien de evolutie van de laatste maanden werden de debatten en de stemming in de Assemblée nationale echt geen verrassing. Alles werd tot in de puntjes voorbereid. Geen enkele socialist zou dwarsliggen en de verdeelde PRG (de radicale linksen) zou Jean Pontier laten spreken die voor de tekst is. Om zich te verzekeren van communistische steun ging Daniël Vaillant op bezoek ten huize van de PCF-voorzitter Alain Bocquet in Sint-Amands-aan-de-Skarpe in het Noorderdepartement. Aan linkerzijde zou alleen Chevènement met kritiek komen, al zou zijn politieke rivaal uit Belfort hem zo kort mogelijk het woord gunnen. Van rechts zou er ook geen gevaar komen: zo verbeten ze het vredesproces hebben bestreden, zo verdeeld waren ze nu.

Op 15 mei verliep het debat als verwacht. Chevènement noemde het wetsvoorstel 'une bombe à retardement' en insinueerde dat het corrupte Corsica de tekst zou misbruiken en verwees daarbij naar de snode plannen van de nationalisten en 'Indipendenza'. Voorvechter van het akkoord, José Rossi (DL), vroeg Chevènement het woord te ontnemen omdat hij de Corsicaanse gekozenen had beledigd en kreeg gelijk. Talamoni die vanop de tribune toekeek zei: 'ce mec dit n'importe quoi et nous traîne dans la boue'.

De voorzitter van DL, Alain Madelin, pleitte er de volgende dag voor om de Franse grondwet in 2004 te veranderen, zodat ook de andere regio's meer autonomie zouden krijgen. Volgens hem zullen de jacobijnen steeds meer terrein verliezen als ze geen water in de wijn doen. Nog diezelfde dag (en nacht) werden de drie belangrijkste punten met een ruime meerderheid goedgekeurd, om te beginnen artikel 1. De Corsicaanse Raad zal het Franse parlement binnen de te bepalen bevoegdheden om een wettelijke uitzondering kunnen vragen, maar zal niets kunnen afdwingen. Dat Corsica uitzonderingen zou kunnen bekomen op de zgn. loi Littoral deed velen vrezen voor een nieuwe bouwwoede langs de prachtige kust van het eiland. Uiteindelijk kreeg Corsica toch die bevoegdheid. De stemming over artikel 7 was heel interessant omdat niemand het waagde om het Corsicaans rechtstreeks aan te vallen. Voor François Fillon (RPR) zou de tekst impliciet verplicht Corsicaans onderwijs opdringen. Anderen gingen zelfs zover om te vrezen voor nationalistische represailles tegen ouders die hun kind geen Corsicaans willen laten leren. Omdat artikel 1 al zo sterk werd afgezwakt bleeft artikel 7 volledig overeind, d.w.z. in zijn Polynesische vorm. We geven ook even de lijst van voorgestelde bevoegdheidsdomeinen: ruimtelijke ordening, economische ontwikkeling, landbouw, onderwijs (ook het hoger onderwijs), cultuur, beroepsopleiding, toerisme, transport, sport, jacht, beheer van waters en bossen en milieu. Een nieuw fiscaal statuut zal de huidige Corsicaanse uitzondering op het betalen van successierechten vervangen. De opbrengsten daarvan zijn bedoeld voor investeringen.

Op 22 mei werd de eerste lezing van het wetsontwerp in zijn geheel goedgekeurd. 287 parlementsleden stemden voor, 217 stemden tegen en 63 onthielden zich. Uit de stemming bleek dat de rechtse oppositie sterk verdeeld was. 23 rechtse parlementsleden stemden voor, 30 onthielden zich. De namen van de drie socialisten die toch durfden tegenstemden zijn bekend bij Jospin. De volgende etappe is gepland voor oktober, wanneer de senaat z'n zegje zal mogen doen over de tekst. Nog voor het einde van het jaar volgt de definitieve stemming in het parlement.