Nummer 69


Manifest | september 2001


Meervoud-platform tegen de mondialisering van de politieke besluitvorming ( )<< Nummer 69

Meervoud roept op om deel te nemen aan de 'antimondialistische' manifestaties in Gent en Brussel onder het motto 'Een Vlaamse staat, onze vakbond in de wereld'. In onderstaande platformtekst wordt verduidelijkt wat dit inhoudt. Meervoud organiseert op donderdag 11 oktober in Gent ook een meeting met als sprekers Europees parlementslid Eric Meijer van de Nederlandse Socialistische Partij en Meervoud-medewerker Antoon Roosens, erevoorzitter van het Frans Masereelfonds. (Zie elders in dit nummer van Meervoud).

Meervoud is een groep mensen die in Vlaanderen aan politiek wil doen vanuit een 'Vlaams-radicaal en progressief' gedachtegoed. Dat houdt in dat de democratie, en bijgevolg de rechtvaardige verdeling van de volkswelvaart, slechts kan functioneren binnen een nationale gemeenschap. Het is dan ook logisch dat Meervoud zich verzet tegen de overdracht van soevereiniteit naar supranationale lichamen die democratisch niet gecontroleerd kunnen worden.

De 'mondialisering' is enerzijds een ontwikkelingsfase in de industriële economie die inderdaad meer en meer zijn productieapparaat is gaan spreiden over verschillende continenten. Maar anderzijds is deze industrie erin geslaagd om via het doorbreken van de nationale kapitaalmarkten zich wereldwijd de beschikbare kapitalen toe te eigenen, inclusief de spaargelden van de burgers. Dit kon slechts gebeuren door de besluitvoering op een 'supranationaal' niveau te brengen. Het is dit politieke aspect van de mondialisering dat door Meervoud in vraag gesteld wordt.

Want uiteindelijk is politiek mensenwerk. De 'mondialisering' van de politieke besluitvorming beantwoordt niet aan een 'onafwendbare noodzaak'. Zij is een instrument om de cruciale politieke beslissingen aan de invloed van het volk te onttrekken.

Zo gaat het ook met de Europese besluitvorming. Van zodra een beleidsdomein tot het Europees niveau wordt getild verliezen de Europese volkeren hun greep op het beleid. De nationale volksvertegenwoordigingen worden slechts nog af en toe vriendelijk verzocht om de Europese akkoorden te ratificeren. Geen van hen is tot nog toe op het idee gekomen om hun regering een welomschreven onderhandelingsmandaat mee te geven. Als straks de consensusregel wordt doorbroken wordt het allerlaatste machtsmiddel prijsgegeven.

Binnen een multinationale Belgische context blijkt het al geen sinecure om Vlaamse verzuchtingen te realiseren - ondanks het numerieke en economische overwicht van Vlaanderen. Het kan dan ook niet anders of in een supranationaal Europa is Vlaanderen nauwelijks van tel. Een Vlaamse staat is een absoluut minimum om de inspraak van het volk terug te vorderen op de Europese supranationale constructie.

We zien immers dat het Europees beleid niet gericht is op de bevordering van de welvaart van de volkeren (het Vlaamse zomin als enig ander volk). Het Europees landbouwbeleid heeft de boeren tot lijfeigenen van de agro-industrie gemaakt. Het heeft van de landbouw een van de grootste ecologische rampen gemaakt. Daarbij werd geen rekening gehouden met de volksgezondheid.

De 'vrijmaking' van de kapitaalmarkten heeft de nationale overheden beroofd van de middelen om de nationale spaargelden te richten op economische investeringen in eigen land. (Zoals bij ons in betere tijden onder andere de Nationale Maatschappij voor Krediet aan de Nijverheid). De gewone burger wordt aangemoedigd tot 'risicosparen'. Spaarkassen (zoals de BAC) werden omgevormd tot echte banken. Pensioenfondsen groeiden uit tot 'institutionele beleggers'. Op alle mogelijke manieren vloeit het beschikbare geld weg uit de reële economie naar het zuiver speculatieve kapitaal. Dit kapitaal ontsnapt aan elke controle, maar maakt of breekt lokale economieën. Geweldige financiële crisissen richten heelder naties ten gronde. Zo verging het Mexico en de zogezegde Zuid-Oost-Aziatische 'tijgers'. De welvaartskloof groeit tussen Noord en Zuid, maar ook de welvaartsspreiding binnen elke natie wordt van langsom meer ongelijk. Sociale-zekerheidsstelsels staan onder druk, de armoede groeit ook in de rijke landen, de werkdruk neemt toe voor de werkende bevolking.

De invoering van de euro heeft al van te voren - via de 'convergentiecriteria' van Maastricht laten voelen welke richting het uitgaat. Sedertdien staan alle sociale verworvenheden van de Europese arbeiders onder druk. Loonmatigingen zijn de norm geworden en de afbouw van sociale stelsels vordert stap voor stap. Dit gebeurt dan onder het mom van de 'actieve welvaartstaat'.

Maar de Europese Unie moeit zich ook met cultuur. Onder Europese druk is heel de mediapolitiek in de commerciële sfeer gebracht. Film en televisie worden niet als cultuurproducten, maar als handelswaar beschouwd, waar de overheid de 'vrije concurrentie' moet laten spelen. Met alle gevolgen vandien: de nivellering slaat toe.

De Europese Unie moeit zich met onderwijs. De verklaring van Bologna, onder het mom van het scheppen van een eenvormig onderwijskader, introduceert een soort van Amerikaans standenonderwijs, dat niet langer voor iedereen gratis en toegankelijk zal zijn. De studiecurricula zullen steeds meer in het Engels verlopen.

De Europese Unie miskent de Europese talen. Sedert het precedent van het Merkenbureau kan men zich niet langer in het Nederlands en zes andere talen uit de Unie, tot alle onderdelen van de Europese administratie richten. In de praktijk zijn trouwens het Engels en het Frans de norm. Er wordt zelfs een racistische aanwervingspolitiek gevoerd, waarbij Engelstalige moedertaalsprekers de sleutelposities mogen bezetten.

Het spreekt vanzelf dat de analyse gelijkloopt voor elk van de volkeren in Europa en in de wereld. Sommige hebben het geluk te beschikken over een staatkundig lichaam dat uitdrukking kan geven aan de volkswil. Dat gebeurt niet automatisch, maar de mogelijkheid is er tenminste. Denken we aan Denemarken en Noorwegen die zich geheel of gedeeltelijk aan de dwingende supranationale besluitvorming wisten te onttrekken. Denken we ook aan een land als Maleisië, dat na de grote financiële crisis in Zuid-Oost-Azië de recepten van de Wereldbank naast zich neerlegde en nationale regelgeving tot stand bracht waardoor het kapitaalverkeer aan banden gelegd werd, met gunstige resultaten voor de Maleisische welvaart voor gevolg. Andere volkeren, zoals Vlaanderen, Baskenland, Catalonië hebben nog steeds geen internationale erkenning. Hier moet een dubbele strijd gevoerd worden: een voor het tot standbrengen van een nationaal expressiekader, een tweede voor het afbreken van de supranationale verbanden.

Om al deze redenen pleit Meervoud er niet alleen voor dat Vlaanderen rechtstreeks zou deelnemen aan deze Europese besluitvorming.

Meervoud pleit voor het erkennen van het zelfbeschikkingsrecht van àlle volkeren.

Meervoud pleit voor het behoud van het vetorecht.

Meervoud pleit voor het herstellen van de nationale kapitaalmarkten.

Meervoud pleit ervoor om Vlaanderen terug te trekken uit de eurozone.

Meervoud pleit ervoor om alle culturele, persoonsgebonden en sociale materies radicaal uit de Europese beleidssfeer weg te halen.

De Meervoud-ploeg