Nummer 72


Column | december 2001


Historica of hysterica? (Hendrik Carette)<< Nummer 72

Of het nu over de opstand der dekabristen in het Rusland van de negentiende eeuw gaat, of over het dubbel of meervoudig burgerschap van de apostel Paulus (jood èn Romeins burger) in het Romeinse rijk of over de geschiedenis van de Amerikaanse letteren met prachtige figuren als Herman Melville en Ralph Waldo Emerson, over een voetnoot bij een gedicht, de vlucht van Joseph Brodsky uit Byzantium of de culturele collaboratie van een vergeten en verzwegen Henri Bruning, over de bol van Pascal of de kus in Ter Kameren van Jos de Haes; het is niet zozeer het onderwerp als wel de stijl die mij stil en bewonderend maakt. Ik lees nu eenmaal zeer graag een eminent en erudiet, goed geschreven en dus zeer leesbaar gebleven, essay.

Voor Peter Sloterdijk, de Duitse filosoof met de Nederlandse naam, is het essay 'een middel ter overweging par excellence' en is 'het essay als de definitieve vorm van het voorlopige'. Mijn persoonlijke voorliefde gaat uit naar de soms zeer korte maar flitsende essays van Borges, waar het raadsel raadselachtig blijft en de lezer, hoewel deze veel vernomen heeft en veel heeft geleerd, aan het einde toch nog verwonderd of zelfs verbijsterd achterblijft. Zo schreef Borges verrassende essays met verrassende onderwerpen en titels als bij voorbeeld: 'De ingetogenheid van de geschiedenis', 'Ons arme individualisme' en 'De droom van Coleridge'. Ook in het recent verschenen boek Onbehagen met de moderniteit (Kapellen: Pelckmans, 2001) over de verdachte denkbeelden van verdachte figuren (als Martin Heidegger, Ernst Jünger, Johan Huizinga, Charles Maurras, José Ortega y Gasset e.a.) staan negen zeer interessante essays van negen verschillende historici en academici die op één essay na gebundeld zijn na een voordrachtenreeks voor de Gentse Cultuurvereniging. De reeks was gespreid over twee jaar (1998-2000) en integraal gewijd aan de 'conservatieve revolutie'.

Dit niet geheel terzijde. Maar als inleiding bij mijn verbijstering na mijn lectuur van een essay (hier letterlijk inderdaad een poging !) van Sophie de Schaepdrijver 'Huiver voor die hoogmis' met als ondertitel 'De Vlaamse obsessie met idealisme' dat in de Standaard der Letteren van 29 november jl., op twee bladzijden en met drie gekleurde prachtillustraties, verscheen. Jawel, in het dagblad De Standaard dat nog niet zo lang geleden onder het logo of beter nog onder het vaandel van de pathetische slogan AVV-VVK kon blijven varen. Haar essay is goed en zeer levendig geschreven. Want deze dame opent haar essay met een zin die al dadelijk haar postmoderne vertwijfeling en verwarring en de hele machinerie van haar filmische taal aantoont : 'In mei van dit jaar -zowel de Twin Towers als de Volksunie stonden nog overeind, het waren argeloze tijden - bezocht de Vlaamse politicus Johan Sauwens een feest van het Sint-Maartenfonds. En deze mooie openingszin klinkt inderdaad prachtig, maar is volstrekte onzin. Want bijna iedereen in het Westen treurt omwille van de instorting van die twee kapitalistische torengebouwen (U ook mevrouw? Hop, hopman, doe dan maar een mooie Amerikaanse Twin Tower in mijn tekst) en bijna niemand ziet het verband met de implosie van de Volksunie. Maar het is wel een mooi beeld natuurlijk. De Volksunie en de Twin Towers: je moet er jaren in stilte en in serene afzondering voor gestudeerd hebben om erop te komen. En vele beminnelijke geleerden zullen van hun stoel vallen of al gevallen zijn na de lectuur van dit uiterst explosieve essay van deze hysterica waarin zelfs de dode Willem Elsschot nogmaals - omwille van dat weeral zo vermaledijde Bormsgedicht - op al haar onbegrip en onvermogen kon en kan rekenen. Ik wacht dan ook, als een wachter die niet stamelt en niet bedelt bij de poort, tot een Eric Defoort of eenieder die dit hoort deze wereld van deze spetterende Sophie zal kunnen binnendringen. Zou zij dan echt een spiritiste zijn of gewoon een historica met een obsessie voor het Oostfront en de Dietse Doodseskaders die een Onmenselijk Rechts Vlaanderen wilden?

Hoe raakte zij zo geobsedeerd door de Groote Oorlog en het voor haar onbegrijpelijke activisme en door de stinkend zwarte (die gaslucht weet u wel) collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog? En heeft deze Sophie de Schaepdrijver in de eerste dagen van deze niet zo argeloze maand december er al eens aan gedacht hoe bij voorbeeld de Taliban moeten denken over de collaboratie van de Noordelijke Alliantie met de Amerikanen en Britten bij de bombarderingen van hun arme vaderland ?!? Wil zij de totale oorlog of wil zij alleen de groote oorlog ? Omdat het een haast filosofische provocatio is en geen wetenschappelijke studie van een historica, stel ik de volgende vragen: hoeveel kan iemand verzinnen zonder het te willen, te moeten of te kunnen verantwoorden? Hoe komt het toch dat Sophie de Schaepdrijver de Twin Towers van het nieuwe York boven de stoere Torens van Dietsland (ze werden nog altijd niet gebombardeerd!) verkiest? En denkt zij nu echt dat er toen alleen in Vlaanderen zo erg en zo schandelijk werd gecollaboreerd en niet in het Walenland (van Le beau Léon), niet in het o zo tolerante Nederland (Lees maar eens de boeken van Adriaan Venema, mevrouw!), niet in la douce France (met het Vichy-regime), niet achter de fjorden van Noorwegen en niet in Hongarije (met die gekke admiraal)... Excusez du peu en nu un peu de sérieux... En wat betekent eigenlijk uw opmerking aan het slot van uw essay: 'De Vlaamse openbaarheid heeft ergere vijanden dan de vulgariteit'. Wilt u even duidelijk zijn, mevrouw? En kunt u ook even onze vijanden opsommen? Zijn dat echt de idealisten ? U meent het niet. Hebt u dan geen greintje idealisme, mevrouw? En droomt u nooit, never en nooit van een utopie als de D.D.R. (Dietse Democratische Republiek) of de Hoge Landen bij de Zee? Nee !?! Geef mij dan maar twee grote Twin Towers, maar zonder een flauwe Sauwens.