Nummer 73


Column | januari 2002


Hendrik Carette geeft zich - eindelijk - totaal bloot ( )<< Nummer 73

De kop 'column' dekt in dit nummer niet geheel de lading: immers, op vraag van (vooral vrouwelijke) lezers brengen we hier een exclusief vraaggesprek met onze huisdichter, die zopas 55 jaar werd. Dat hij een woelig leven achter de rug heeft, kan menigeen vermoeden en zal overigens niemand betwisten, en het voorbije jaar heeft de jonge dichter daarenboven voor zijn leven moeten vechten na een tragisch ongeval, waarbij hij van een steile en meedogenloze trap viel. Wij vonden het dus een gepast moment om even terug te blikken en dit via een aantal per e-post binnengekomen maar daarom niet minder pertinente vragen van trouwe Meervoud-lezeressen. (red.)

Wat is uw huidige gemoedstoestand ?
Sereen, maar wees gerust; onderhuids blijft de waakvlam brandende en zo blijf ik alert en strijdlustig. Mijn huidig leven is zo georganiseerd dat ik niet meer onderhevig ben aan de dictatuur van de emotionele verschuivingen of wisselende gemoedstoestanden. Ik lijd niet onder de last van mijn eigen emoties. De innerlijke rust en de uiterlijke kalmte redden mij van calamiteiten.

Wie zijn uw helden ?
De tragische helden die verloren hebben (niet zozeer de typische losers als wel zij die een op voorhand verloren maar eervolle zaak aanhingen) of bezweken zijn, zoals bij voorbeeld Michel de Ghelderode (l'enragé de Schaerbeek), Joris van Severen (de staatsman zonder staat) , Dominique de Roux (de stichter van de tijdschriftserie Les Cahiers de l'Herne), Jean-Edern Hallier (de stichter van het satirische blad L'Idiot International), Mario Praz (een echte Italiaanse dottore), Curzio Malaparte (een mysterieuze gentleman), George Steiner (de laatste Europese erudiet) en Ezra Loomis Pound van The ABC of Reading, de exuberante Amerikaan met zijn graf in Venetië.
En niet te vergeten... de laatste Catharen die ontsnapten aan de ondergang van Montségur en zich terugtrokken in de grotten en spelonken van de Pyreneeën.

Aan wie ergert u zich ?
Aan ongeletterden en mediocre figuren, maar meer nog aan figuren die helemaal niet dom en middelmatig zijn, maar toch bijzonder vals en hypocriet.
Het duel dat in de 19de eeuw in Rusland nog soms de dood als gevolg had en het literaire (polemische) duel zijn bijna geheel verdwenen.

Lijkt u op uw moeder ?
Ja, lichamelijk wel. Geestelijk niet zozeer, want ik heb het onverwoestbare maar ook ongegronde optimisme van mijn vader, die trouwens geen goede vader was. En dit niet geheel terzijde. Wèl was mijn vader geheim lid van het Verdinaso en mijn moeder was een actrice bij Het Vlaamse Volkstoneel. But I hate actors. De vrouwen zijn ongeletterd en hysterisch en de mannen zijn ongeletterd en narcistisch. Bovendien beelden ze zich in dat ze ook in het werkelijke leven nog op het podium of op de toneelplanken staan. Mijn moeder klaagde erover dat ze niet gelukkig was, maar ze vergat dat niemand gelukkig is. Ze was overgevoelig en pathetisch. Maar je mag niet vergeten dat haar jeugd en haar glorietijd in het interbellum vielen dat toen nog gedrenkt was in romantiek en een hang naar verheven idealen en niet in de verbrokkeling en de verwarring van onze huidige postmoderne periode.

Wat zijn uw dagdromen ?
Dat ik mij eindelijk kan terugtrekken op een landgoed of op een domein. Niet om als een Oblomov mijn leven in ledigheid te leven of om alsnog van het ius primae noctis te genieten. Maar om mij geheel en al aan de letteren en aan mijn pachters te wijden. Mijn pachters en de pachtersdochters wachten vol ongeduld. Zoals ook de barbaren wachten.
En ja, dat de Duitse, in het zuiden van Frankrijk wonende en werkende, kunstschilder Kiefer ooit mijn acht aantekeningen bij acht schilderijen van Anselm Kiefer in het Duits zou mogen lezen...

Bidt u wel eens ?
Bidden heeft geen enkele zin omdat het slechts een uitstel van persoonlijke daden is. Beter is het de daad bij het woord voegen. Bidden is vergeefs. Zoals jeremiëren. En vloeken is bidden om verbittering.

Heeft u wel eens een mystieke ervaring gehad ?
Ja, zoals de oude oorspronkelijke Indianenstammen van Noord-Amerika, die heel dicht bij de natuur leefden die moeten hebben gehad toen ze nog geen vuurwater dronken en nog niet in reservaten leefden.

Bent u aantrekkelijk ?
Vroeger was ik wellicht aantrekkelijk, maar ook moeilijk om mee te leven, omdat ik insolvable was en insoutenable... Nu ben ik allicht enkel aantrekkelijk voor de vrienden en de intimi.

Wat is uw definitie van geluk ?
Een aaneenschakeling van zeldzame momenten van extatische extase met momenten van elevatie. De monniken in de verstilde abdijen zingen niet voor niets het gregoriaanse gezang Levate...

Waar schaamt u zich voor ?
Voor mijn onkuisheid en meer nog voor mijn onkuise gedachten die maar niet ophouden, ook niet nu ik ouder word en beter zou moeten weten. De zonde van het vlees is geketend aan de geest.

Bent u monogaam ?
Niet echt, neen. Maar ik ben wel trouw in mijn ontrouw. En ik ben een groot aanhanger van het matriarchaat. Het waren meestal vrouwen of meisjes die mij hebben gered van de ondergang.

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild ?
Op 6 september 2001. De dichter en schilder Paul Snoek bedacht in Schildersverdriet het beeld van een traan van terpentijn maar ik heb ook echte tranen gehuild. Voorts moet ik denken aan de driehoek van de katholieke kerk met de lijdende, de strijdende en de triomferende kerk. Zo onderscheid ik ook in elk mensenleven een lijdende, een strijdende en een triomferende periode.

Lijkt u op uw vrienden ?
Neen. Gelukkig niet. Mijn vrienden hebben een totaal ander karakter en vormen dus veelal mijn ideale tegenpolen.

Hoe moedig bent u ?
Moed moet. En mijn durf en lef leidden soms tot overmoed. Mijn polemische teksten getuigen van een zekere bravoure en ik hou van een zekere désinvolture. Maar dit gedrag heeft mij veel vijanden gekost. Veel onbegrip en misverstanden. Nooit vergeet ik de prachtige zin van de Russische schrijver Denis Davydov: 'Mijn vervloekte geestigheid en verzenmakerij hebben mij veel schade gedaan bij mensen van droge ziel en lompe geest'.

Van wie heeft u het meest geleerd ?
Van Johan Sonneville, mijn vriend en eerste uitgever .Toch was ik helemaal niet blind voor zijn menselijke gebreken en tekorten. En uiteraard van al mijn (oudere) vrienden die mijn eerste leermeesters waren, maar helaas veelal al dood zijn en begraven.

Wat is uw grootste ondeugd ?
Mijn fatalisme.

Wanneer was u het gelukkigst ?
Toen ik nog een titaantje was en bij mijn grootvader Arthur Vrielynck mocht verblijven, waar ik het gevoel had dat het leven een sprookje was.

Welke eigenschap waardeert u in een man ?
De zin voor grootsheid en een natuurlijke charme.

Welke eigenschap waardeert u in een vrouw ?
De zin voor goedheid en een warme charme.

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn ?
Meer ascese en discipline, ik ben nu eenmaal geen academische kamergeleerde in een satijnen kamerjas.

Hoe ontspant u zich ?
Door te wandelen aan de vloedlijn op het strand bij de zee of op de uiterwaarden. Door naar muziek te luisteren. Door te reizen doorheen de laagvlakten van Binnen-Mongolië en te dwalen op de hoogvlakten van Buiten-Mongolië.

Wie is uw grootste liefde ?
Mijn Beatrijs. Beatrijs van Nazareth. Zie hiervoor ook mijn gedicht Onder het licht van Eleusis.

Van wie houdt u het meest ?
Van mijn pachters die mij in leven houden.

Wat is uw grootste mislukking ?
Mijn maatschappelijk leven is een farce. Ik zeg altijd als grapje, maar het is wel een uitlating met een kern van waarheid; Je suis un petit fonctionnaire, mais un grand poète...

Gelooft u in God ?
Ik weet het niet. Soms geloof ik eerder in het bestaan van engelen.

Waaraan bent u het meest gehecht ?
Aan mijn mooiste gedichten en mijn mooiste herinneringen.

Wat is de beste plek om te wonen ?
Op het eiland Capri, in de villa Malaparte op een steile rots aan de kust. Op dit prachtige eiland waar ook keizer Tiberius, Marguerite Yourcenar, Maxim Gorki en Rainer Maria Rilke zo graag en zo lang woonden. Of op het eiland Ameland, niet al te ver van het Oerd verwijderd, dicht bij de Waddenzee en de frisse Friese kust. Of in het bijbelvaste Zeeland; bij voorkeur in Zoutelande of in Domburg.

Hoe is ongeluk te vermijden ?
Door de persoonlijke intuïtie te volgen. Echt ongeluk is natuurlijk niet te ontlopen. Zo is Brederode in Amsterdam door het ijs gezakt en heeft Gerrit Achterberg zijn hospita vermoord en is de oude dichteres Christine D'haen zeer allergisch voor de koetsiers die in Brugge de rust en de stilte verstoren.

Wat is uw devies ?
Nec spe nec metu (noch uit hoop noch uit vrees). En voor alle anderen, mijn vrienden en mijn vijanden, denk ik vooral aan het devies van de Heren van Gruuthuuse in de versteende stad Brugge: Plus est en vous. Het devies dat mij echter bovenal aanspreekt is dat van de steile Noord-Nederlandse filosoof G.P.J.P. Bolland dat ook zeer toepasselijk is bij dit interview: Mij is geworden de genade en de vloek dat ik het zeggen moet.

De vragen komen van Babette, Ilse-Carola, Virginie, Kunegonde, Anne-Laurence, Ortwin, Marie-France en Nicole.