Nummer 74


Sociaal | februari 2002


Over de groei van sociaal-communautaire splijtzwammen (Hans Vanhoesen)<< Nummer 74

Terwijl eerste minister Guy Verhofstadt en Albert II op de nieuwjaarsreceptie van de 'gestelde lichamen' mekaar de hemel in prezen over de 'Belgische modelstaat', lijkt de paarse ambitie van de Belgische modelstaat niet veel meer te zijn dan een kartonnen façade op de locatie van een slechte cowboy-film. De communautaire splijtzwammen groeien talrijk, zelfs op een harde sociaal-economische bodem.

De toenemende belangenconflicten tussen Vlaanderen en Wallonië spitsen zich steeds meer toe op harde sociaal-economische dossiers (niet dat er bijvoorbeeld geen taalkwesties meer zouden zijn, denken we maar aan de Brusselse ziekenhuizen, de benoemingen van rechters in Brussel, ...).

De politieke macht van de Belgische heersende klasse komt in moeilijkheden van binnenuit, door het falen van de mechanismen die zijzelf tot stand heeft gebracht, die moeten beletten dat Vlaanderen en Wallonië als volwaardige entiteiten zelf hun weg zouden kiezen. Met staatsgelden, 'verdeelsleutels', met Egmont-, Sint-Michiels- en Lambermontakkoorden, met bevoegdheidsverdelingen, nieuwe regeringen van 'gewesten en gemeenschappen', met raden, commissies hebben de traditionele staatspartijen er dertig jaar lang een onoverzichtelijke warboel van gemaakt, om elk volwaardig autonomiestreven in het moeras te verstikken. Maar in een moeras komen de vervelende terug, in steeds groter aantal. De conflicten blijven dus en de ruimte verkleint om rookgordijnen op te hangen rond compromissen die werden gesmeed door loodgieters.

Wallonië heeft zich nog steeds niet volledig hersteld van de globale neergang die het gewest kende nadat de Belgische bourgeoisie het daar voor bekeken hield en er de industrie opdoekte. Verarming en werkloosheid was haar deel (vanuit dit blad werd er meermaals op gewezen dat een Vlaams Marshallplan, rechtstreeks onderhandeld met Wallonië, een teken van solidariteit en van welbegrepen eigenbelang zou zijn).

Wallonië is overwegend een PS-staat gebleven met een etatistische strategie die de problemen via het Belgische beleidsniveau probeert toe te dekken en te financieren, wat niet alleen de dynamiek van Wallonië afremt, maar ook steeds meer in botsing komt met de legitieme belangen van Vlaanderen.

Neem de houding van de Waalse partijen in verband met de herstructurering van de postsorteercentra. Er is veel te doen geweest om de vijf bestaande sorteercentra te vervangen door drie nieuwe sorteercentra, één per regio. Nu moet je weten dat 60% van de post uit Vlaanderen komt. Volgens het officiële plan zou de post uit Limburg en deels ook uit Antwerpen met vrachtwagens naar Wallonië moeten worden gevoerd, daar gesorteerd worden en de volgende dag worden teruggebracht. De sorteercentra in Gent en Antwerpen zouden dicht moeten met jobverlies, om in Luik en Charleroi geen moeilijke ingrepen te moeten uitvoeren.

Het spoordossier van de NMBS is een ander voorbeeld. Vlaanderen is een havenland aan de Schelde (Gent en Antwerpen) en aan de Noordzee (Zeebrugge), het is bij uitstek een doorvoerland en heeft dus veel investeringen nodig in het spoor in en rond de havens. Er moet dus anders geïnvesteerd worden dan in Wallonië. Maar dat kan niet binnen de gehanteerde verdeelsleutel die overeengekomen is: 40% voor Wallonië en 60% voor Vlaanderen. Vorige zomer werd een samenwerkingsakkoord gesloten tussen de federale regering en de gewesten. Het dossier blijft voorlopig geblokkeerd op wat genoemd wordt juridisch-technische argumenten.

Er zijn nog vele andere voorbeelden te noemen, onder meer het incident rond het tijdskrediet (vroeger loopbaanonderbreking) voor werknemers, dat recent in de media breed werd uitgesmeerd. Vanuit het Waalse ABVV werd, overgenomen door de Waalse regering, zonder het Vlaams ABVV te kennen, bezwaar aangetekend tegen een Vlaamse maatregel om bovenop de Belgische regeling een Vlaamse premie toe te kennen aan arbeiders in Vlaanderen die daarvan kunnen genieten. Er werd een belangenconflict ingeroepen zodat de Vlaamse maatregel versast werd naar het federaal overlegcomité waar het op de lange baan dreigt te worden geschoven.

Het gebrek aan een volwaardige Vlaamse staat speelt ons niet alleen parten ten aanzien van onze zuiderburen, maar ook in dossiers waarin Vlaanderen met zijn noorderbuur Nederland te doen heeft. We denken aan de moeilijkheden over het hergebruik van het bestaande spoorwegtraject dat Antwerpen met Mönchengladbach moet verbinden, maar dat ook voor een deel over Nederlands grondgebied moet (de IJzeren Rijn). In 1977 (!) werd vanuit Vlaamse havenmiddens de vraag gesteld de IJzeren Rijn terug uit te bouwen. Het duurde vijftien jaar lang, tot 1992, eer het Belgische beleid en de (unitaire) NMBS erop reageerde. De Nederlanders zijn weinig toeschietelijk met als verborgen agenda: de (o.i. onterecht) concurrerende belangen van de Rotterdamse haven die via een nieuwe goederenspoorlijn (Betuwelijn) verbinding zoekt met het Duitse hinterland. Het punt is dat de Nederlanders het in dit dossier gemakkelijker hebben om de Vlaamse eisen te negeren, gezien 'deelstaat' Vlaanderen, ondanks zijn bevoegdheden in deze materie, niet hetzelfde staatsrechterlijke gewicht heeft als de Nederlandse staat. Den Haag ziet de Vlamingen als de zwakke politieke schakel in een Belgisch-francofoon staatsverband. Ze weten dat 'Brussel' zich weinig gelegen laat aan de IJzeren Rijn...

De leerling-tovenaars van paarsgroen die van België een modelstaat wilden maken dreigen zelf in moeilijkheden te komen. In belangrijke dossiers hoopt de conflictstof zich op. In het algemeen Vlaams belang èn dat van Wallonië moet zo vlug mogelijk gekozen worden voor de eigen weg, los van het dure en verstikkende Belgische keurslijf.