Nummer 8


Standpunt | juni 1994


Was het Blok maar Belgisch... (Mireille Leduc)<< Nummer 8

Het Vlaams Blok blinkt soms uit door zijn onnozele, retrograde, onmenselijke standpunten. Ieder denkend wezen dat wat kan lezen zal dit beseffen. Primair racisme en ultramontaans conservatisme gaan dikwijls hand in hand.

Dit betekent niet dat wij vinden dat het Blok verboden moet worden. Mensen die van mening zijn dat Ceaucescu een groot urbanist was, Pol Pot ontzaglijke verdiensten inzake bevolkingscontrole had, Wojtyla een frisse kijk op het gezondheidsvraagstuk in Afrika heeft, snoeren we ook niet de mond. Dergelijke standpunten zijn ergerlijk, soms op een cynische wijze lachwekkend, maar men mag ze naar voren brengen. Ze spreken meestal voor zich.

Het probleem is dus niet dat het Vlaams Blok schandalige standpunten spuit. We verwachten immers niets anders. Het probleem is wèl dat het Blok soms juiste standpunten verkondigt. Het is vóór Vlaamse onafhankelijkheid, vóór afschaffing van de faciliteiten, heeft weinig respect voor corrupte toestanden... Indien het Blok een Belgisch-conservatieve visie zou aanhangen, zou de lijn scherp getrokken kunnen worden. De wereld zou weer wat eenvoudiger zijn. Unitaire fascisten aan dié kant, weldenkende democraten aan deze kant. Het mag niet zijn. Dus hebben we een paar problemen.

Eisen die volstrekt legitiem zijn, worden door Vlaams extreem-rechts op een heel andere wijze ingevuld. Zoals gezegd is dat hun recht. We zijn dan wel verplicht keer op keer aan te duiden waarom en hoe onze visie verschilt van die van het Blok. Waarom de Vlaamse staat die wij willen verschilt van een "volksstaat"-model-Viljoen. Hoe we de faciliteiten afgeschaft willen zien, en toch respect hebben voor andere culturen. Dat we twijfels kunnen hebben over bepaalde multiculturele dogma's, zonder alle niet-Europeanen terug te jagen. Kortom, waarom nationalisme niet monolitisch kan zijn, en democratisch moét zijn. Deze inspanningen kunnen nuttig zijn. Op die manier wordt onze eigen visie scherper afgelijnd, en wordt de inhoud duidelijker. Maar het kost ook veel energie, het steeds opnieuw te moeten doen, enkel om een odium af te schudden waar we zelf geen schuld aan hebben.

Het ostracisme tegenover het Blok vereenvoudigt de zaken allerminst. Weldenkende burgers weigeren over bepaalde standpunten te praten, omdat het Blok die toevallig ook verdedigt. Op de toepassing van de taalwetten voor Vlamingen moet men maar niet te veel aandringen, want extreem-rechts formuleert dezelfde eis. De afschaffing van de faciliteiten vragen zou een teken van onverdraagzaamheid zijn. Geknoei met de Dodengang aanklagen is helemaal schandalig, want het Blok heeft een motie van gelijke strekking voorgesteld. Intussen stappen sommigen in naam van het anti-fascisme wel op achter stalinisten. Dat mag dan wel, in naam van het Hoger Doel. Vlaamse doelstellingen kunnen echter die status niet bereiken. Op de rechterzijde staat men er immers ook achter.

Veelal is die aanwezigheid van extreem-rechts dan ook geen reden, maar een alibi. Als het Blok immers voor meer veiligheid op straat pleit (wellicht als ze zelf uit de buurt zijn), is dat geen reden voor Tobback om zijn beleid te wijzigen. Dezelfde partijen zien er immers geen graten in om op Belgisch en Brussels niveau de macht te delen met diegenen die de ethnische onverdraagzaamheid tot beleidslijn hebben uitgeroepen. Het mag hier gaan om ziekenhuistoestanden, benoemingen als burgemeester, buscontracten, Sabena... Deze 'Vlaamse' partijen regeren niet alleen samen, ze legitimeren door hun kwakkelige houding ook nog die discriminaties. En ze zijn er nog trots op. Ze spreken over een pacificatiemodel.

Ten slotte geeft het Blok telkens weer de kans Vlaanderen in de onverdraagzame hoek te duwen. Collignon kan op zijn dooie gemak amnestie afwimpelen, vooral door de connotaties die Vlaams extreem-rechts eraan geeft. Zelfs een evidente eis als de splitsing van de sociale zekerheid kan ten zuiden van de taalgrens als essentieel racistisch bestempeld worden. In om het even welke federale staat zou men met een dergelijke argumentatie gesprekspartners een lachstuip bezorgen. De culturele genieën van het Vlaams Nationaal Zangfeest maken dat oubollige beeld van Vlaanderen bepaald niet vleiender door Nederlandse zangers te weigeren omdat die al in de twintigste eeuw leven. Ze legitimeren op die manier niet alleen het Blok (dat waren we al gewend), maar ook alle denigrerende visies die over Vlaanderen kunnen bestaan. Het Blok kan daar misschien trots op zijn, voor de Vlamingen is dat enkel een hinderpaal.

En dat blok aan het been moeten we kwijtspelen. De energie die het vergt, kunnen we beter gebruiken.