Nummer 80


Volhardt en tekent, Demeulemeester | oktober - november 2002


Lieve brief aan Nelly (Jari Demeulemeester)<< Nummer 80

De geniale jazzpianist Thelonious Monk heeft ontelbare nummers voor zijn geliefde Nelly gecomponeerd. Mijn louanges aan Nelly Maes kunnen zich, door de aard der dingen zelf, slechts beperken tot een nieuw artikel over de toekomst van Brussel en de prominente rol van de Vlamingen daarin.

Dierbare Nelly,

na het schitterende betoog van Paul Vangrembergen in de Vooruit, deelde je met mij je zorgen over de ontwikkeling van Brussel en de Vlaamse kaart die wij blijkbaar steeds moeilijker trekken. Geflatteerd als hij was door uw betoog, lanceerde deze bengel een nieuwe strategie aangaande de hoofdstad. Inderdaad Nelly, indien wij louter afgaan op de verhouding Nederlandstalige inwoners van deze beproefde stad tegenover de multiculturaliteit, komen wij inderdaad pover uit.

Edoch het volgende: je kan met zijn velen zijn en toch weinig kwaliteit en dynamiek uitstralen. Je kan daarentegen met een kleine, talentrijke groep heel wat druk op de ketel zetten. Daarvoor heb je nodig: de groep felle, wereldwijze nieuwe generatie die de 19 gemeenten, en dan vooral de as Anderlecht-Laken is ingetrokken. Zij hebben gekocht en gerenoveerd. Zij hebben het druk en zijn niet meer te traceren in het traditionele verenigingsleven. Zij verfransen nooit meer, zij houden de Nederlandstalige pressing op ons onderwijs levendig. Wij mogen ze niet alleen hun dagelijkse bevestigingswerk (niet allemaal zo bewust, hoor) laten voeren.

Wie gooien wij in de balans: de 300.000 dagbezoekers aan de hoofdstad; de pendelaars en allen die geregeld alhier de diensten, voorzieningen, lusten en deugden consumeren.

We kruiden dit met de campusgedachte van Quartier Latin, de universitaire organisatie die elk jaar 150 Vlaamse studentenkoten wil bij creëren. En die jonge gasten blijven hangen, schijnt.

Het instrument: het arsenaal van gewestmaatregelen die instap in het Brussels bestuur mogelijk maken, ten minste voor diegenen die hard willen werken, enige begaafdheid aan de dag leggen, meertalig zijn en bereid om af en toe op hun kop te laten zitten.

Want daar het toch om, lieve Nelly en waarde Meervouder, het bestuur van onze hoofdstad zoveel mogelijk mee in handen nemen, goed, voor de helft dan. Want over die 50 % procent gaat het nou net, die hebben wij in een of andere staatshervorming, lang geleden, bekomen in ruil voor de pariteit in de federale regering - wat normaal een 60 -40 ten honderd had moeten zijn.

Hét probleem: talent, gekoppeld aan vechtlust en wijsheid, lijkt zo dun gezaaid in onze rangen. Deze lacune moet dringend worden ingevuld, want zelfs de beste creaties draaien niet lekker rond zonder vakbekwame en toekomstgerichte bestuurders.

Daarvoor bestaat maar één oplossing: nieuwe, dynamiserende netwerken oprichten.

Pas dan kunnen wij acties echt realiseren naar een gedeeld Belgisch/Europees/geïntegreerd niet -Westers hoofdstedelijk beleid.

Intussen, geachte Europees député, trakteer ik u op een plannetje om het hoofdstedelijk/Vlaams karakter van Brussel, mee te accentueren.

Brussel heeft nood aan een hoofdstedelijke minister

Inleiding

Vlaanderen heeft een halve eeuw lang consequent geïnvesteerd in de stad die ze al een paar eeuwen als het authentieke hart van Vlaanderen beschouwt. Vlaanderen houdt niet minder van Brussel dan een Provençaal van Parijs of een Tiroler van Wenen. Meer nog, er spelen bij de Vlamingen nog mythische en aspirationele gevoelens mee: Brussel is de verre machtige familie, waarmee spijtig genoeg de relaties in de loop der jaren een beetje verzuurd zijn.

De Vlaams-Brusselse gemeenschap onderschat de moeite die het kost aan hoofdstadvoelende Vlaamse ministers om elk jaar een fors pakket nieuwe middelen te verwachten van de Vlaamse belastingbetaler. Te meer daar de Brusselse rapportering over het doelmatig besteden van de middelen niet altijd is gespeend van enig hermetisme.

Vlaanderen van zijn kant kan zich positief te weinig herkennen in zijn hoofdstad, en ziet zijn maatschappelijke waarden te weinig geapprecieerd door Brussel, dus in deze stede zelden geconcretiseerd. Bovendien is de positionering van Nederlandstalige beleidsmensen, bevoegd voor Brussel, te onduidelijk. Wat is de rol van het VGC-college, wat die van de Vlaamse minister? Er wordt te weinig gesteld dat de politieke leiding van de Vlaamse Gemeenschapscommissie in feite hiërarchisch onder de Vlaamse minister staat.

Laat ons daarom aan het publiek duidelijk maken: het Vlaams -Brusselse parlement en het college, en de administratie van dien, houden zich prioritair bezig met het welzijn en het geluk van de Nederlandstalige Brusselaars; voor al wat uitstraling naar Vlaanderen betreft en naar de invloedssfeer van Vlaanderen, werken zij in opdracht van de Vlaamse regering. Daarom is de wijziging van de titulatuur essentieel: de gekozenen op de Nederlandse taalrol van de Brusselse Hoofdstedelijke raad, vormen samen de Vlaamse Gemeenschapscommissie en houden zich bezig met Brusselse, stedelijke materies.

De Vlaamse minister is verantwoordelijk voor het totaalpakket en zou minister van "Hoofdstedelijke materies" moeten genoemd worden. U merkt dat ik het woord "materies" vocaal en grammaticaal meer haalbaar vind dan aangelegenheden. Dit is een duidelijk sein naar de modale Vlaming dat de Vlaamse regering zich daadwerkelijk bekommert om zijn hoofdstad, en om alle belangen die zes miljoen Vlamingen daarin kunnen hebben.

Vlaanderen moet van zijn hoofdstad meer terug krijgen.

Zolang de perceptie over Brussel zich beperkt tot pendelplicht, paperassen en aanslagbrieven, zal de Vlaamse burger wezenlijk geen hoofdstad hebben.

Wat kan de meerwaarde van deze kleine internationale stad zijn voor zes miljoen Vlamingen, die veilig bij hen thuis al over zoveel comfort en welvaart beschikken?

Zoals elders hebben al onze landgenoten behoefte aan een groot en herkenbaar gegeven. De mens trekt zich graag op aan wat een gezonde ambitie uitstraalt. Het hoofdstedelijke imago geeft de burger bovendien meer vertrouwen in zijn bestuur. Het geeft hem de zekerheid dat zijn hebben en houwen, zijn eigen kleine biotoop in goede handen is.

"Beter Vlaams bestuur" kan ook niet zonder een hoofdstad, waar deze beleidslijnen worden vertaald. Kwaliteit van een modern bestuur moet in de hoofdstad extra tastbaar zijn. Elk land, dat groot wil zijn en volwassen, heeft nood aan een zenuwcentrum, een draaischijf, een klankbord, een uitwisselingsplatform, een klaverblad van ideeën en talent. En elke burger in zo een land voelt zich beter af met dusdanig referentiekader.

The gate to the world: via Brussel komt het beste uit de hele wereld in Vlaanderen binnen, in deze stad tonen wij onze dynamiek, onze creativiteit, onze openheid en onze moderniteit, zelfs ons democratisch kunnen.

Brusselse stadsmateries

Tot nog toe heeft Vlaanderen er zich vooral om bekommerd om de leefbaarheid van Brussel te bevorderen voor dertig procent inwoners van deze stad, de oorspronkelijke bewoners, de Nederlandstaligen en hun perifere sferen. Logisch, want de Vlaamse regering staat in voor welvaart en welzijn van alle burgers in deze nog jonge regio, dus zeker voor de Brusselse Vlamingen. Zij dienden in de meest zuidelijke stad der Nederlanden, in uiterst moeizame omstandigheden, op een snijpunt van culturen en talen, de alsmaar meer bedreigde "Vlaamse aanwezigheid" hoog te houden. Dat hebben ze goed gedaan en Vlaanderen heeft zijn waardering hiervoor nooit onder stoelen of banken gestoken.

Uiteraard moeten de Vlaamse beleidsmensen blijven waken over het niet-discriminatoir bestuur van Brussel (gemeenten, gewest, federaal enz.) ten aanzien van de hier wonende Vlamingen. Er is geen reden dat de kwaliteit van het leven voor Vlaamse burgers alhier minder zou zijn dan die in de 5 Vlaamse provincies. En deze bekommernis omvat alle gemeenschapsmateries, waarvoor Vlaamse ministers bevoegd zijn. Zelfs wat de gewestmateries betreft, zou je als jonge Vlaamse inwijkeling vanwege het Brusselse gewest toch dezelfde maatschappelijke trefzekerheid mogen verwachten en bestuurlijke doelmatigheid als die verleend in de streek waar je vandaan komt.

Het werk is echter nooit af. Vroeger moest de Vlaamse minderheid zich waardig kunnen positioneren tegenover een Franstalige meerderheid. Nu vandaag moeten die gedreven Vlaamse Brusselaars niet alleen leren leven met zoveel talen en culturen, ze moeten zich voluit engageren om samen met al die andere gemeenschappen van Brussel een goede en voor allen geloofwaardige leefruimte te maken. Sociale rechtvaardigheid en democratie zijn finaliteiten die voor alle burgers gelden en die door de hele bevolking samen en solidair dient aan gewerkt.

Dit uitdagende takenpakket moet langs Vlaamse kant worden verwezenlijkt door de opdrachthouder van de Vlaamse regering, nl. de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Deze zal hierin tot en met worden ondersteund door haar opdrachtgever, de Vlaamse regering, maar tevens strengrechtvaardig worden begeleid.

De Vlaams-hoofdstedelijke materies

Zolang het materies betrof, betrekking hebbend op de kwaliteit van het leven van de Brusselaars, kon de titel "Vlaamse minister van Brusselse aangelegenheden" volstaan.

Voormalige staatssecretarissen terzake hebben zich dan ook beperkt tot de voogdij over de VGC en tot imagocampagnes van Brussel naar Vlaanderen.

Evenwel is tot op heden te weinig aan bod gekomen de noodzaak aan het maximaal ontwikkelen van de hoofdstedelijke functies van Brussel. Weinig buitenlandse hoofdsteden verkeren in dergelijke complexe situatie: Berlijn bv. tot voor de val van de muur. In een aantal landen verricht de hoofdstad louter administratieve functies, als daar zijn Ottawa, Bonn, Brasilia, Bern. Wanneer deze opdracht en die van "geestelijke" aangever gescheiden zijn, verzwakt het gezag van een hoofdstad.

Vanzelfsprekend wordt reeds gezorgd voor een goede uitbouw van het eigen administratief apparaat. Een hoofdstad van een land, een regio, moet veel meer zijn dan dat. Zij staat symbool voor een hele bedrijfscultuur, voor de batterij opvattingen waarmee een volk zich laat besturen, voor de dynamiek, de wereldwijsheid die een gemeenschap hanteert om de massa problemen van vandaag te beheersen, en dat in een breder, zeker Europees, perspectief.

Eenvoudig voorbeeld: de waardemeter van officieel buitenlands bezoek loopt al van in Zaventem, naar het hotel, in een bepaalde lokale omgeving, gepaard gaande met zulk of zulk onthaal, met een werkomgeving, ingekaderd in deze of gene stedelijke context.

Vlaanderen moet zichtbaarheid kweken in zijn hoofdstad. Vlaanderen moet er ambitie aan de dag leggen, gericht op internationale meetbaarheid. Dat kan door de kwaliteit van zijn architectuur en de kunstwaarde van zijn gebouwen. Dat moet ook door de originaliteit en de impact van zijn instellingen en zijn toonhuizen: plastische kunsten, collecties, bibliotheken, theater, muziek, dans. Dit betekent ook een doorgedreven optimaal toeristisch aanbod.

Dit wil echter niet zeggen dat Brussel zich moet toeleggen op experimenteel aanbod. Vlaanderen zelf heeft meer nood aan avant-garde. Brussel speelt een andere voortrekkersrol: het beste eigentijds aanbod, geconcipieerd voor zoveel mogelijk mensen. Om zovele negatieve verhalen te weerleggen, is de Vlaamse hoofdstad wel genoodzaakt met veel trots te laten zien dat zij hier over een zéér groot publiek beschikt.

Vandaar de noodzaak aan constante aandacht voor de driehonderdduizend Vlaamse pendelaars. Overdag is Brussel een Vlaamse wereldstad. Laat de Vlaamse burger in zijn gedwongen werkstad geconfronteerd worden met het schoonste van wat de beschaafde wereld vandaag maakt, wat hij anders alleen via de media beleeft. Laat ons waken over de kwaliteit van het onthaal, zowel in administraties als in het commerciële verkeer. Nog meer tweetaligheid, véél meer veiligheidsperceptie, véél meer transportcomfort: problemen die troeven moeten worden en die de modale Vlaming vertrouwen moeten geven in zijn zo lang beproefde hoofdstad, waar elkeen tenslotte veel voor betaalt.

Vergeet het niet: hoe meer mensen aan hun Vlaamse omgeving geestdriftig rapporteren over Brussel, hoe meer er kunnen komen wonen, hoe meer bestuurlijke macht kan worden verworven. "Hét wapen tegen de files: kom hier wonen, in een exotisch kader, je wordt als mens een stuk rijker en je amuseert je zot..." In tegenstelling tot recente negatieve berichtgeving over ontvolking van de steden, is dit fenomeen zeker niet aan de orde in Brussel. Er moet voluit geijverd worden voor de herbevolking van Brussel. De kwaliteit van de nieuwe stedelingen de toekomst van deze stad bepalen.

Voortouw

Vlaanderen heeft inspiratie nodig. Het plooit te snel op zichzelf terug, het gaat niet graag genoeg uitdagingen aan met het onbekende, met de wereld van morgen. De komende generaties hebben behoefte aan grote voorbeelden. Een hoofdstad moet die incentives leveren, Brussel de stimuli bedenken voor een vernieuwende aanpak van onze samenleving van morgen. Er is immers courage nodig, om telkens opnieuw feitelijkheden en verworvenheden in vraag te stellen. De Vlaamse regering moet de hoofdstad voldoende instrumenten bieden om de mentor, de katalysator te worden van het Vlaamse intellectuele en industriële leven.

De Vlaamse regering moet van het "zorgenkind" af: we bedoelen hiermee dat constant slechts nieuws over het verre Brussel negatief inwerkt op de beeldvorming bij zovele duizenden medeburgers. Daarom alleen reeds is de term "Brusselse" aangelegenheden te negatief geladen.

Besluit

Vermits de Vlaamse regering voor de belangen opkomt van haar zes miljoen inwoners, moet ze dus ook instaan voor de beste uitbouw van de hoofdstad van die zes miljoen, vermits deze recht hebben op het best mogelijke centrum voor hun land.

Vermits de Vlaamse regering alle baat heeft bij de maximale organisatie van haar hoofdstad, zoals hoger geschetst, voldoet de term 'Brusselse aangelegenheden' niet langer. De vlag moet de lading dekken. Immers, de materie zelf is in volle groei.

Daarom dient de Vlaamse regering op zo kort mogelijke termijn de omschrijving van de bevoegdheden van haar minister, belast met de zorg en de opbouw van het hoofdstedelijk gebied, te wijzigen in "Vlaams minister voor hoofdstedelijke materies".

Vlaanderen vrijwaart er zijn toekomst mee.