Nummer 80


Palestina | oktober - november 2002


Het proces Barghouti: Israël gaat Zuid-Afrikaans (Paul Bekaert)<< Nummer 80

De voorbije maanden kwam een sterke internationale solidariteitsbeweging met de Palestijnen tot stand. Door het uitblijven van een internationale beschermingsmacht onder VN-vlag heeft het Palestijnse NGO-netwerk 'PNGO' vorig jaar een alternatief op poten gezet: de 'Grassroots International Protection for Palestine'. Sindsdien zijn er talrijke burgerdelegaties die komen en gaan en een symbolische beschermingsmacht vormen voor de Palestijnse bevolking. De permanente aanwezigheid van internationale delegaties vormt niet alleen een belangrijke blijk van solidariteit met de Palestijnen, de internationale missies zorgen er ook voor dat de vertekende beeldvorming over de huidige situatie wordt bijgestuurd. In augustus 2002 nam mr. Paul Bekaert deel aan zo'n observatiedelegatie. Voor Meervoud schreef hij volgend verslag.

Van 1 tot 9 augustus 2002 voerde ik in opdracht van de Liga voor mensenrechten opnieuw een observatie-opdracht uit in de Palestijnse bezette gebieden. Ik sloot mij aan bij een delegatie van het Vlaams Actieplatform voor Palestina. Voor de vierde maal reeds stuurde het een groep Vlamingen ter plaatse. Doel is bescherming bieden voor de bevolking. Zij moeten ooggetuige zijn van de schendingen van de mensenrechten door de bezetter. Aldaar zijn zij samen met de vele andere buitenlandse waarnemers,"de Internationals". Israël noemt hen "terror-toeristen".

Met Multatuli zou ik moeten zeggen "mijn verhaal wordt eentonig". Wij slaagden erin Hebron te bezoeken, op klaarlichte dag een spookstad. De stad was eens te meer gestraft met uitgangsverbod. Een vierhonderd fanatieke othodoxe kolonisten bezetten het centrum van de stad en terroriseren de Palestijnse bevolking. Moord op kinderen gaan zij niet uit de weg.

Wij bezochten een kamp in Bethlehem en vervolgens het centrum. Wij trokken naar Ramallah en Oost-Jeruzalem. Wij zagen de puinhopen van het kamp in Jenin. Wij bezochten een dicht bevolkte wijk van Gaza-stad. Enkele weken ervoor dropte een Israëlisch vliegtuig er een bom van duizend kilo. Het doelwit was één Palestijns activist. Het resultaat was zestien doden, waaronder negen kinderen en honderdvijftig gewonden. Een hele wijk is dakloos. Een diplomaat vertelde ons dat dergelijke zware bom in de tweede oorlog werd gebruikt om uitgestrekte doelwitten plat te leggen. Een Palestijn roept ons binnen op de grens tussen een Joodse nederzetting en Palestijns gebied in Gaza. Zijn schoonmoeder van vijfentachtig jaar ging 's nachts buiten slapen in de tuin voor het huis. Vanuit de nederzetting schoot een Israëlisch soldaat haar dood. Hij dacht dat het een terrorist was. Doorschoten dekens en kledij met bloed besmeurd getuigen van deze moord.

Alles blijft ongestraft. Israël mag alles en kan alles. Deze staat krijgt licht op groen van de VS en van een hopeloos verdeeld Europa. Tijdens ons verblijf ondertekenden de socialistische minister Peres en zijn Amerikaanse ambtgenoot een verdrag. Zij kwamen overeen geen militairen of politici, onderdanen die verdacht worden van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de mensheid, uit te leveren aan het nieuwe Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Op die manier hopen deze staten verder ongestraft het humanitair recht met de voeten te kunnen treden.

Israëlische vredesmilitanten hebben de hoogste officieren van het Israëlisch leger aangeschreven. Zij leggen dossiers aan tegen hen wegens oorlogsmisdaden. Zij bereiden klachten voor die zij zullen indienen bij het Internationaal gerechtshof in Den Haag.

Wij hadden een lang gesprek met een van de advocaten van Marwan Barghouti, Kahder Shirat. Hij is tevens voorzitter van de mensenrechtenorganisatie Law.

Barghouti is Palestijns parlementslid. Israël poogde hem eerder al te liquideren. De aanslag mislukte. Uiteindelijk arresteerde het leger hem in autonoom Palestijns gebied op 15 april. Hij bracht reeds een stuk van zijn leven in Israëlische gevangenschap door. In 1987 werd hij verbannen naar Jordanië. Na de Oslo-akkoorden keerde hij in 1994 terug naar Palestina, nl. naar Ramallah. Hij studeerde aan de universiteit internationale betrekkingen.

Barghouti werd secretaris-generaal verkozen van het Hoog Komitee van Fatah op de westelijke Jordaanoever. Naderhand werd hij verkozen voor het Palestijnse Parlement. Na zijn arrestatie onderging hij eenentachtig dagen foltering. Zijn Israëlische ondervragers van de veiligheidsdienst Shin Bet trokken hem een zak doordrongen van bloed en zweet over het hoofd. Hij werd permanent geboeid aan handen en voeten.

Gedurende eenentwintig dagen dwongen zij hem in een kinderstoel te zitten, geboeid en geblinddoekt. Zij beroofden hem van slaap. Naderhand moest hij gedurende zestig dagen gedurende achttien uren in dezelfde houding doorbrengen .

De openbare aanklager beschuldigt hem het brein te zijn van de Al-Aqsa Intifada en de oprichter te zijn van Al-Aqsa Martelarenbrigade. Het proces is het eerste in zijn soort. Zijn supporters willen van het proces een politiek proces maken. Zij willen deze gelegenheid aangrijpen om aan de wereldopinie duidelijk maken wat het ware gelaat is van de Israëlische bezetting.

Op 14 augustus verscheen de Palestijnse leider voor het eerst in het openbaar voor de rechtbank. Hij ontkende elke betrokkenheid bij het geweld. Hij stelde een politicus te zijn die vrede nastreeft. Enkel vrede zal veiligheid brengen voor Israël. Hij waarschuwde de Israëli's dat zij een hoge prijs betalen voor de oorlogszucht van Sharon. Zijn advocaat verklaarde dat hij onschuldig zal pleiten. Hij besloot: "Marwan heeft steeds het wettig recht verdedigd voor het Palestijnse volk om weerstand te bieden aan de bezetting. Hij maakt onderscheid tussen verzet plegen en burgers in Israël doden".

Achter de rechtsgeldigheid van de arrestatie en het proces kan men grote vraagtekens plaatsen. De vierde Conventie van Genève van 1949 regelt de bescherming van burgers in oorlogstijd. In strijd met art. 49 brachten de Israëli's hem over van autonoom Palestijns gebied naar Israël. Gedurende zijn verhoren onderging Barghouti een wrede en onmenselijke behandeling. Dit is evenzeer een inbreuk op de Conventie. Israël verkoos hem voor een burgerlijke rechtbank te brengen. In het kader van de strijd tegen het terrorisme is het de gewoonte geworden politieke opposanten gelijk te stellen met misdadigers van gemeen recht. Dit verkoopt goed bij de publieke opinie. Op donderdag 5 september ging het proces van start in Tel Aviv. Het is niet toevallig dat Nelson Mandela een meer dan gewone belangstelling toont voor dit proces. Zoals deze voormalige politieke gevangene en president is Barghouti een icoon aan het worden, waar Israël in de toekomst niet om heen zal kunnen bij vredesbesprekingen,. Hun proces zal bijdragen tot het martelarendom van hun gevangene.

Wie in de bezette gebieden verblijft waant zich in het Zuid-Afrika van het vroegere blanke apartheidsregime. De Palestijnen zijn de zwarten van het Midden-Oosten. De blanke Israëli's behandelen hen voortdurend als tweederangsburgers. Zij sluiten hen op in thuislanden, vernietigen de economie en cultuur en drijven hen naar de hongergrens. Het recente rapport over de ondervoeding van Palestijnse kinderen liegt er niet om. Wie in Gaza in de file gestaan heeft omdat een weg is afgesloten om een Israëlisch kolonist vrije doorgang te verlenen, weet genoeg.

Wie vanuit het vluchtelingenkamp Khan Younis naar de Middelandse zee kijkt ziet vanuit de sloppen een nieuw aangelegde badplaats liggen "Ashlim Beach", alleen vir joodse kolonisten wel te verstaan

Paul Bekaert is is sinds 1974 advocaat aan de Balie in Brugge, met kantoor in Tielt. Sinds 1975 is hij lid van de Raad van Bestuur van de Liga voor Mensenrechten. Hij bezocht als observator Noord-Ierland, Baskenland en Palestina. Als internationaal waarnemer woonde hij het proces tegen de leiding van Herri Batasuna bij in Madrid. Hij publiceert en geeft lezingen over mensenrechten. Als advocaat trad hij in binnen- en buitenland op in politieke processen, o.m. in de zaak van het Baskische koppel Moreno-Garcia en in de zaak van de Turkse militante Fehriye Erdal.(red.)