Nummer 82


Bologna | december 2002


Raoul Marc Jennar over GATS (Bernard Daelemans)<< Nummer 82

De logica die achter het Bolognadecreet zit is geïnspireerd op de acties van de Wereld Handels Organisatie, die aanstuurt op een toenemende liberalisering van de dienstensector, en met name ook van de openbare diensten. Verplichte privatiseringen van het openbaar vervoer, commercialisering van het hoger onderwijs, het zijn de thema's die behandeld en onderhandeld worden door onze regeringen in het kader van de GATS, de Algemene Akkoorden voor de Handel in Diensten. GATS is een van de verdragen die door de Wereld Handels Organisatie beheerd worden. Meervoud had hierover een gesprek met Raoul Marc Jennar, die werkzaam is op de studiedienst van OXFAM, en zich vanuit die hoedanigheid toelegde op het analyseren van de mechanismen die de GATS en de WHO sturen.

- Wat is GATS?

Raoul Marc Jennar: GATS staat voor 'general agreement on trade and services', dus het algemeen akkoord over handel en diensten. Dat is één van die 60 akkoorden die beheerd worden door de Wereld Handels Organisatie. De bedoeling is om de doctrine van de vrijhandel op de dienstensector te doen toepassen. Er mag geen discriminatie bestaan tussen verschillende soorten diensten. Staten moeten buitenlandse investeerders op gelijke voet behandelen met de binnenlandse. Op grond van dat beginsel kan er dus ook geen sprake zijn van bescherming van bijvoorbeeld openbare diensten. In de bewoordingen van het WHO heet het dat alle 'handelsbelemmeringen' uit de weg geruimd moeten worden. En GATS heeft betrekking op alle sectoren in de diensten. Er is wel één uitzondering vermeld: 'de diensten die uitgaan van de regering'. En hier doen onze autoriteiten nogal geheimzinnig over. Men zou namelijk kunnen denken dat het hier gaat over openbare diensten tout court. Maar dat is het niet, het akkoord stelt dat het moet gaan om diensten waar geen concurrentie vanuit de privésector tegenover staat, diensten dus waar een overheidsmonopolie bestaat. Maar wat is de realiteit? In het onderwijs bestaat er wel degelijk een privé- naast een gemeenschapsonderwijs, er zijn privéziekenhuizen en openbare. Onze regeringen beweren altijd dat de GATS geen betrekking heeft op het onderwijs en de gezondheidszorg. Maar dat is wel degelijk het geval. In feite gaat het over àlle diensten. Zelfs het leger: er zijn vandaag de dag toch al privé-bewakingsdiensten. En justitie: in Frankrijk bestaan er al privé-gevangenissen. De GATS perkt het openbaar domein, de autonomie van de staat, in aanzienlijke mate in. En daarom beschouw ik het als een instrument dat de regulerende en herverdelende taak van de overheid radicaal aan banden legt. Uiteindelijk komt het erop neer dat men het algemeen belang aan de privésector toevertrouwt.

- Wat zijn dan praktische gevolgen van het akkoord?

Raoul Marc Jennar: Het raakt werkelijk aan alles. Het bestrijkt niet alleen de bevoegdheden van bijvoorbeeld de Belgische federale staat, maar ook die van de gemeenschappen, de gewesten, de provincies, de gemeenten enz. Als de GATS-akkoorden worden toegepast zullen er bijvoorbeeld geen intercommunales meer bevoegd kunnen zijn voor water- of electriciteitsdistributie. Want dat zijn openbare machten die een taak uitvoeren die evengoed door de privésector kan worden waargenomen. We gaan dus in de richting van een systeem waar alle diensten zullen worden aangeboden in een volmaakte concurrentie-situatie. Er zijn zo bijvoorbeeld in België heel wat vzw's die actief zijn in de gezondheidszorg, en daarvoor subsidies krijgen van de overheid. In de logica van de GATS is dit niet houdbaar. Want het is een concurrentie ten opzichte van degenen die dit doen zonder overheidssubsidies.

- Bedoelt u nu dat men zinnens is om zeg maar de hele katholieke gezondheidszorg af te schaffen?

Raoul Marc Jennar: Neen, het wil zeggen dat iedereen dezelfde subsidies krijgt, of dat ze voor iedereen verdwijnen. Maar het betekent hoe dan ook dat de staat op de duur zijn subsidies zal verminderen om het spel van de concurrentie zijn gang te laten gaan. De kwaliteit van de zorg zal daardoor worden aangetast. Dat zal natuurlijk niet van vandaag op morgen gebeuren. Het akkoord is namelijk nogal bijzonder. Het is geen akkoord met een afgebakend maatregelenpakket. Het akkoord voorziet een opeenvolging van onderhandelingsrondes die moeten leiden naar steeds meer liberalisering van alle sectoren van alle diensten. Dit zal gebeuren in etappes. Het verdrag is in voege getreden in 1995. De eerste onderhandelingsronde is gestart in februari 2000 en zou vermoedelijk zo'n vijf jaar duren. Op dat ogenblik zal men dus een pakket diensten geliberaliseerd hebben. In Dowa, op de interministeriële conferentie van de WHO heeft Europa gevraagd dat de milieudiensten aan het lijstje zouden worden toegevoegd. Dat wil zeggen waterbeheer, afvalbeheer, energie en natuurparken. Op dit ogenblik denkt men dat het onderwijs en de gezondheidszorg niet meteen geviseerd zijn. Toch zou het kunnen beginnen op het niveau van het universitair onderwijs, of bepaalde aspecten daarvan. Trouwens, de Verenigde Staten dringen daar sterk op aan. Ze vragen dat Europa bepaalde aspecten van het hoger onderwijs liberaliseert. Helaas moeten we vaak vaststellen dat Europa nog een zekere voorsprong heeft op de plannen van de GATS. Europa heeft met de Eenheidsacte (verdragen van Maastricht en Amsterdam) om het vervoer te liberaliseren (het luchtverkeer, het treinverkeer). Europa gaat eigenlijk nog sneller dan de WHO.

- Wat is de rechtskracht van die akkoorden?

Raoul Marc Jennar: Dat zijn verdragen, België heeft die geratificeerd in 1995. Dat zijn de akkoorden van Marrakesh. In totaal 21.500 blz. tekst. En al onze volksvertegenwoordigers hebben dat goedgekeurd. Ik ben er wel zeker van dat ze dat nooit gelezen hebben! We zijn er dus door gebonden. Er zijn nog een aantal mogelijkheden om weerstand te bieden, in de loop van de onderhandelingen. Nu moet u weten dat het de Europese Unie is die de onderhandelingen voert namens de 15 Europese lidstaten. Meer bepaald Europees commissaris Pascal Lamy. Het beslissingsmoment is dus gelegen in het omschrijven van het mandaat dat commissaris Lamy wordt meegegeven. Onze regeringen moeten dus onder druk gezet worden om te verhinderen dat Lamy de opdracht krijgt om onderwijs of gezondheidszorg volledig te liberaliseren. Om die reden zijn wij met Oxfam en andere NGO's tussengekomen bij het Belgisch parlement. Dat heeft inmiddels een resolutie goedgekeurd, in verband met de kwestie van de generische geneesmiddelen. Dat is weliswaar een ander probleem, maar het betreft eveneens een akkoord van de WHO. Wij wensen dus dat men dit ook zou doen in verband met de GATS-akkoorden. Er is trouwens een voorstel neergelegd door o.a. Leen Laenens (Agalev) en Dirk Vandermaelen (SP.A).

- Canada zou zich recent gekant hebben tegen het opnemen van het onderwijs in de GATS-akkoorden?

Raoul Marc Jennar: Wel, zoals ik zei, zijn het vooral de Verenigde Staten die druk uitoefenen en ook Nieuw-Zeeland. Er zijn dus landen die uit zijn op een dergelijke liberalisering. En in Europa, zei ik al, zijn we vaak nog vooruit op de GATS, en dus hebben we hier de Bolognaverklaring. Daarin staan prachtige, sympathiek klinkende zinsneden in. Het gaat over het vrij verkeer van professoren en studenten, enz. Maar in feite gaat het over een reorganisatie van ons universitair onderwijs, die moet uitmonden in een privatisering. Men heeft de indruk dat de rectoren en professoren nogal Bolognagezind zijn, waarschijnlijk vooral vanwege het aspect vrij verkeer van professoren en studenten, en de vergelijkbaarheid van de diploma's en dergelijke. Anderen zijn misschien een beetje argwanend. Maar ik ben hier zeer ongerust over. Binnen vijf jaar is het misschien nog niet zo ver, maar tussen hier en vijftien jaar evolueren we werkelijk in de richting van een Amerikaans model, waar de inschrijvingsgelden torenhoog zijn. Nu, wat is er in Canada gebeurd? Het Canadees parlement is erg bevreesd voor een dergelijk scenario en heeft de regering gevraagd om niet in de logica van de liberalisering van het hoger onderwijs te stappen, en heeft geëist dat de documenten die betrekking hebben op deze besprekingen publiek gemaakt zouden worden. De Canadese regering heeft dat geweigerd, net zoals de Europese Commissie dat trouwens gedaan heeft. Er ontstaat dus een krachtmeting. Jammer genoeg gebeurt dat allemaal in het duister. Om terug te komen op het Europese voorbeeld, de Europese Commissie weigert om de nationale parlementen in te lichten, maar de documenten die zij heeft opgesteld zijn wel het resultaat van een samenspraak met de het European Service Forum, dat is een lobby-organisatie die alle Europese dienstenbedrijven groepeert. Zo werkt de Europese Commissie dus: in de beste verstandhouding met de privésector, maar met een totale informatiestop ten opzichte van de nationale parlementen of zelfs maar het Europees parlement. Het probleem is dat de Europese Commissie een soort diplomatieke constructie is. En de basisregel in het diplomatieke verkeer is de geheimhouding. Het is hoe dan ook geen democratische constructie. Er is totaal geen transparantie. Er is totaal geen controle op Pascal Lamy, die doet wat hij wil. Zijn mandaat is veel te uitgebreid. Dat is ons probleem vandaag.

- Wat kan er gedaan worden om een trendbreuk teweeg te brengen?

Raoul Marc Jennar: Er moet een krachtmeting komen. Ik ben niet zo pessimistisch als je ziet dat er omtrent al deze dossiers, die verband houden met de 'mondialisering', een bewustwording aan de gang is. Kijk naar het Europees Sociaal Forum van Firenze: er waren 20.000 mensen verwacht, maar er zijn er 60.000 ingeschreven. En op de betoging waren we met bijna een miljoen! Als de grote syndicale organisaties zich die problemen helemaal eigengemaakt zullen hebben - en we voelen dat ze er zich steeds meer voor interesseren - dan kunnen we krachtverhoudingen omgooien.

De dag dat er een miljoen mensen in Brussel 'neen' komt zeggen tegen de privatisering van de openbare diensten, dan is de situatie toch gewijzigd, lijkt me. We merken nu al een omslag bij de politici, vooral naar aanleiding van de zaak van de geneesmiddelen. We zeiden hen twee jaar geleden al dat de patentregeling voor geneesmiddelen nefaste gevolgen zou hebben voor de prijsontwikkeling van geneesmiddelen. Maar niemand wilde naar ons luisteren. En het is pas toen er 39 farmaceutische bedrijven klacht neergelegd hebben tegen de Zuid-Afrikaanse regering dat het probleem onderkend werd. Toen werd er ook over geschreven in de pers, en kwamen de emoties, en de publieke opinie in beweging. En dan is ook de politiek gaan bewegen.

- Het moet dus eerst bijna te laat zijn vooraleer er iets gebeurt...

Raoul Marc Jennar: Oh zeker! En dan nog! De publieke opinie moet ook waakzaam blijven. Maar goed, sedert het proces van Zuid-Afrika heeft de Europese Unie gas teruggenomen. Ten gronde denk ik dat de Europeanen het Amerikaans model niet genegen zijn, als we dus voldoende uitleggen wat er te gebeuren staat, dan zal er een reactie komen. Ons probleem is dat de regering en de Europese Commissie met een dubbele tong spreken. Ze houden ons voor dat ze uitgaan van een humanistische ingesteldheid, van waarden als solidariteit enz., maar aan de onderhandelingstafel zitten ze op een lijn met de Verenigde Staten. Ik kan het bewijs leveren aan de hand van tal van dossiers. Op de conferentie van Duwa had Pascal Lamy de opdracht om het principe van de 'voorzichtigheid' te verdedigen. Maar dat heeft hij niet gedaan! Integendeel, hij heeft ervoor gezorgd dat de onderhandelingen over de liberalisering van milieudiensten kunnen starten. Om de Europese publieke opinie te informeren is er dus geweldig veel werk te verzetten.

- Hoe werkt de WHO?

Raoul Marc Jennar: Er zijn 144 landen die lid zijn van de WHO, waaronder de 15 EU-lidstaten. Er zijn dus 144 ambassadeurs, die in Genève de belangen van hun land bij de WHO verdedigen. Maar dat is theorie. Om te beginnen zijn er 21 landen die geen vertegenwoordiging in Genève hebben omdat hun land te arm is. Dan zijn er 80 landen die niet voldoende personeel op hun ambassade hebben om de WHO op te volgen. Welnu, de Verenigde Staten hebben 155 personeelsleden in dienst, enkel en alleen om de WHO op te volgen. De ambassadeur van Burundi daarentegen staat er alleen voor voor alle internationale organismen in Genève. En er zijn ongeveer tien belangrijke vergaderingen per week bij de WHO. De secretaris-generaal van de WHO, Michael Moore, heeft bij de opening van de top van Seattle verklaard dat de WHO zeer democratisch is, aangezien elk land één stem heeft. En dat er bovendien bij consensus beslist wordt. De werkelijkheid lijkt meer op George Orwell's Animal Farm: alle dieren zijn gelijk, maar sommige zijn meer gelijk dan anderen. Hoe gaat dat dan in zijn werk? Er worden ook zogezegd informele besprekingen gehouden. Dat zijn de Vier die aparte onderonsjes beleggen (de Verenigde Staten, de Europese Unie, Japan en Canada). Onder mekaar voeren ze onderhandelingen, en als ze een akkoord bereikt hebben leggen ze het de anderen voor: te nemen of te laten. De anderen, dat zijn ontwikkelingslanden die financiëel en economisch afhankelijk zijn. Die leggen zich daarbij neer. Het ergerlijke is dat andere landen die de 'informele' besprekingen van de Vier willen bijwonen, koudweg de toegang geweigerd wordt. Nog een andere techniek bestaat erin dat men ervan uitgaat dat wie niet aanwezig is, akkoord gaat met de beslissingen.

Wat België betreft, wij hebben ook een ambassadeur bij de WHO. Die mag het woord nemen, maar die kan niet de Europese Unie engageren. In feite kan hij maar beter hetzelfde zeggen als de ambassadeur van de Europese Unie. Alleen die heeft stemrecht. Daarom is het zo belangrijk onze regering onder druk te zetten. Want zij beslist wat Europa wel en niet mag doen. Natuurlijk, het volstaat niet dat een regering dat doet. Sommige Belgische regeringsleden zeggen dat België er vaak alleen voor staat, in het Europees overleg. Dat is waar en niet waar.

- Uiteindelijk zal niemand het toch ooit weten...

Raoul Marc Jennar: Juist, die besprekingen zijn immers geheim. Maar neem nu nog aan dat bepaalde regeringsleden af en toe geprobeerd hebben.

- Wat is de verhouding tussen de GATS en de WHO?

Raoul Marc Jennar: De GATS is een van de zestig akkoorden die in de schoot van de WHO tot stand gekomen zijn. De WHO beheert dus de GATS. Binnen de WHO zijn daarvoor speciale comités, voor elk van de akkoorden. En in die sectie is het alleen de Europese Unie die de lidstaten vertegenwoordigt.

- Maar de Europese Unie is toch niet bevoegd voor bijvoorbeeld het onderwijs...

Raoul Marc Jennar: Inderdaad, ik heb daar een nota over gemaakt, over de onderwijsdiscussie in de GATS. Het is nogal duidelijk dat de Europese Unie buiten zijn bevoegdheid treedt. Maar zolang er geen lidstaat protest aantekent, gebeurt er natuurlijk niets... In de Europese verdragen staat nochtans duidelijk dat de EU niet kan tussenkomen in de Onderwijsprogramma's van de lidstaten.