Nummer 83


Politiek middenveld | januari 2003


De KWB in de clinch met paars-groen (Theo Van Heijst)<< Nummer 83

Bij het aantreden van de eerste paars-groene regering in 1999 viel de welwillende houding van de christelijke arbeidersbeweging op. Ze lieten zich niet samen met de CVP, hun oude voorkeurspartner, in de oppositie duwen. Wat later kwam het zelfs tussen het ACW en Agalev tot een heuse liefdesverklaring. Maar vandaag, in het zicht van de verkiezingen van 18 mei, lijkt de vrijage overgegaan in een ruzie. We belichten dit even aan de hand van het voorbeeld van de KWB. Want trends binnen de KWB lopen meestal wat voorop op die binnen de rest van het ACW.

De Kristelijke Werknemersbeweging (KWB) is de socio-culturele vereniging van het ACW met haast 100.000 leden verspreid over afdelingen in bijna alle Vlaamse parochies. In een recente identiteitsverklaring zegt de KWB dat haar grondwaarde de gelijkwaardigheid van alle mensen is: ze wil de grote waarden 'solidariteit', 'herverdeling' en 'zorgzaam omgaan met de aarde' tastbaar maken.

Voor de periode 1945-1973, toen de Welvaartstaat in opbouw was, gold de KWB - toen nog Katholieke Werklieden Bond- als een zeer belangrijke spreekbuis en organisator van de Vlaamse lagere nieuwe-middenklasse en de hogere arbeidersstand. Door de tertiarisering groeide het aantal bedienden en ambtenaren aanzienlijk, zowel absoluut als relatief. Hun levensstandaard nam een grote vlucht opwaarts en het aantal banen beschouwd als behorend tot de 'middellaag' ging scherp omhoog. De geschoolde arbeiders, de economische laag juist onder de bedienden, kon ook in Vlaanderen er van gaan dromen echt deel uit te maken van de middenklassen, via door de vakbond afgedwongen inkomensverhoging, meer onderwijs en opleiding voor hun kinderen, en de steun van de overheid in het verbeteren van hun werk- en levensvoorwaarden.

Natuurlijk is de Welvaartstaat er niet vanzelf gekomen: nooit is één toegift van het establishment een eis van de werkende bevolking voorafgegaan! De KWB stond vooraan in de strijd en werd eerst, door grote overlapping, een bondgenoot van de Vlaamse beweging (emancipatie van het Vlaams salariaat) en later zelfs van Nieuw Links (democratisering in de diepte en de breedte). Zo namen KWB'ers begin de jaren 1960 massaal deel aan de Marsen op Brussel en andere Vlaamsgezinde manifestaties en uitten ze eind jaren 1960/begin jaren 1970 hun eis voor uitgebreide Industriële Democratie en werknemersinspraak.

Uiteindelijk bleek de groeiende Vlaamse (en hoofdzakelijk christelijke) "middenmassa" in zijn politieke centraliteit de brede schraag van centristische (CVP-geleide) regeringen, toegewijd aan de sociaal-gecorrigeerde markteconomie, het overlegmodel en de Welvaartstaat. De KWB was, zij het zeer kritisch, hierbij aangesloten. Het was een periode waarin de Vlamingen meer en meer als volk van zichzelf bewust werden, wat mee leidde tot de federalisering van de Belgische staat.

De crisis van het kapitalistisch wereldsysteem, nu zo'n 30 jaar bezig, heeft de christelijke loontrekkenden echter stilaan vervreemd van de Vlaamse christen-democratische partij. De CVP, "die altijd haar verantwoordelijkheid neemt", heeft in de jaren 1980 en 1990 regeringen geleid die te ver meegingen in het neo-liberaal offensief. Natuurlijk wilden de werkgevers (kapitalisten en managers) "systematisch" geen cent inleveren. Dus moest, om de Welvaartstaat te kunnen handhaven, haar bereik steeds verder versmald worden. De pil van de sluiting van de zware, vooral Waalse, industrie (kolen en staal) kon het Vlaams christelijk syndicalisme nog verteren, niet in het minst omdat de hoogste leiding er zelf bij betrokken was. Maar toen er 'globaal' ingehakt moest worden op de Welvaartstaat verloren de christelijke werknemers meer en meer hun vertrouwen in hun natuurlijke politieke vertegenwoordigers. Maar nu ook weer niet in die mate dat ze in 1999 Dehaene geen volgende legislatuur wilde gunnen. De dioxinekippen deden hem de das om. Zodra echter Paars-Groen op de been kwam, viel het ACW de CVP haast geheel af. Het leek zelfs dat door de rangen van de nationale KWB-leiding een zucht van verlichting ging.

Ten eerste was er een hele groep ACW'ers die nog aan welvaart en welzijn gewoon waren en de voorkeur aan 'post-materiële verlangens' gaven: ze waren Agalev-kiezers die nu hun politieke beloning schenen te krijgen. De meer 'materieel' geëngageerde ACW'ers die zichzelf graag de vooruitstrevendheid van het 'witteboord-radicalisme' aanmaten en die in 1999 misschien nog juist CVP of anders Agalev, SP of Bert Anciaux gestemd hadden, wilden nu graag de 'conservatieve' CVP mee naar de vuilnisbak van de geschiedenis verwijzen.

Menig ACW'er liet zich door de Newspeak van paars-groen verleiden en geloofde aanvankelijk dat zijn individuele positie (of die van zijn kleine, meest nabije collectivum) in de Actieve Welvaartstaat veilig zou zijn. De jaren 1999-2001 waren dan ook de topjaren van het neo-belgicisme (begonnen in 1993); en zoals geweten: vormen van belgicisme zijn altijd al het vals bewustzijn geweest waarin veel Vlamingen zich vermeien als hun natie-vorming in zijn achteruit staat.

De breuk tussen KWB en paars-groen is echter nu een feit. We kunnen dat zien aan de tekst van hun "Zeven Nieuwe Richtpunten" (30 november 2002) en hun persberichten van najaar 2002.

Ten eerste stelt de KWB vast dat diegenen die nooit echt hebben kunnen profiteren van de Welvaartstaat het onder paars-groen nog slechter hebben. De KWB beseft dat ze tot nu te veel sprak voor de middengroep van werknemers die het relatief goed stellen en wil vandaag terug aansluiting zoeken bij mensen die de dupe zijn, bij mensen die een te klein inkomen hebben of die van te kleine uitkeringen moeten leven, bij gezinnen die slecht gehuisvest zijn of afhankelijk van de huurmarkt, bij allochtonen.

Ten tweede ziet de KWB dat eigenlijk de hele Welvaartstaat als zodanig aangetast wordt. De herverdeling via de sociale zekerheid en de belastingen staat onder druk. Wie lang ziek, werkloos of gepensioneerd is, verarmt omdat de basisuitkeringen niet meer volstaan. De inkomensongelijkheid neemt toe. Het onderwijs selecteert nog altijd op basis van sociale afkomst (en hier zal de Bologna-regeling de toestand alleen nog scherper maken). Voor een groeiende groep mensen is goede huisvesting onbetaalbaar. De onzekerheid voor wie van zijn arbeid moet leven neemt toe. Gisteren waren loontrekkenden nog gewaardeerde 'medewerkers', morgen kunnen ze op straat staan als te dure 'kostenfactor'. De KWB is allesbehalve tevreden met de verschillen die in de werknemersgroep gegroeid zijn qua opleiding, arbeidsvoorwaarden en verloning en stelt dus nu vast dat de "Actieve Welvaartstaat" niet meer dan een eufemisme is voor afbraak: meer werken voor minder geld, minder bescherming. Verhofstadt wil trouwens, na 18 mei, met een tweede regering de "Verantwoordelijke Welvaartstaat" invoeren: diegenen die buiten hun wil inactief zijn zullen dan helemaal geculpabiliseerd kunnen worden... Het vangnet wordt kleiner, de mazen groter.

Ten derde stelt de KWB vast dat het Verhofstadt I geen ernst is geweest met de zorg voor het leefmilieu. De christelijke werknemers willen echter kritisch kijken naar hun eigen levensstijl en consumptiegedrag, die het leefmilieu steeds moeilijker kan dragen. We beginnen de aftakeling van onze leefomgeving te zien en te voelen. Mensen die zwakker zijn of een slechte gezondheid hebben, ervaren dit het eerst. De KWB veroordeelt nog niet openlijk de regeringsdeelname van Agalev, maar ik ben er niet zeker van dat er nog veel christelijke basismilitanten zijn die Jos Geysels au serieux namen wanneer hij recentelijk zei: "Wij staan niet te trappelen om in een nieuwe regering te treden, maar wel om punten van ons programma te realiseren". En de KWB' ers zijn net zo nieuwsgierig als ik om te weten hoe Agalev zal staan tegenover een coalitie die de Amerikaanse oorlog tegen Iran zal steunen...
Trouwens, het zit veel ACW'ers hoog dat paars-groen zo'n onwil vertoont om echt iets aan de verkeersonveiligheid te doen.

Ten slotte is de KWB ook als organisatie in conflict met paars-groen: via de Vlaamse regering wordt een aanslag beraamd op de verenigingen en middenveldorganisaties. Op 22 november laatstleden keurde de Vlaamse regering een ontwerpdecreet goed voor een "vernieuwde" subsidieregeling voor de sociaal-culturele sector. Maar tegelijk weigert men voldoende geld vrij te maken voor de organisaties. Paars-groen koestert enerzijds wel publiekelijk de wetenschappers die stellen dat een sterk verenigingsleven één van de beste remedies tegen verzuring en onbehagen is en een hoeksteen van onze democratie, maar anderzijds worden grote en kleine, maar vooral Vlaamse en christelijke verenigingen de das omgedaan (KWB, KBG, KAV, Gezinsbond, VVB,...). Natuurlijk is dit een geheim agendapunt van Verhofstadt, de VLD en het Belgisch establishment, die liever met individuele burgers en consumenten te maken hebben dan met lastige, in groep opererende tegenspelers of tegensprekers, die samen hun belangen verdedigen en hun stem doen klinken. SP.A-Spirit en Agalev staan erbij en kijken ernaar. Zij denken toch in Verhofstadt II te geraken dank zij allerhande belastingverminderingen, afgeschaft kijk- en luistergeld, royaal gesponsorde straatbarbecues, 'gratis' busvervoer, televisie-optredens en publiekelijke emo-uitbarstingen.

Kortom: de KWB ondervindt vandaag aan den lijve wat Meervoud al op voorhand wist: dat paars-groen, de Belgische 'Third Way', geen aanpassing maar een aantasting van de Welvaartstaat betekent:

  • In zijn economische aspecten: de welvaart gaat achteruit en de zwakste groepen delen het eerst in de klappen;
  • In zijn sociale aspecten: het algemeen welzijn gaat achteruit, voor àlle gewone loon- en weddetrekkende wordt het met de dag moeilijker een normaal leven te leiden;
  • In zijn politieke aspecten: de democratisering in de diepte en breedte wordt teruggeschroefd en het medezeggenschap via het middenveld monddood gemaakt.

Hoe zullen de ACW'ers op 18 mei hun reactie laten gelden? Zullen ze massaal naar de CD&V terugkeren? Of zullen ze Agalev en Spirit (en dus paars-groen...) een tweede kans gunnen?

Normaal stemmen ACW'ers niet voor de VLD of de SP.A; maar wat heel zeker is, is dat ze nooit voor het Vlaams Blok zullen stemmen.

Maar hoe zit het dan met de noodzakelijke samenwerking tussen de sociale en Vlaamse beweging, waarop Meervoud al tien jaar hamert? De 'fatsoenlijke' Vlaams-nationalisten van de N-VA zeggen dat hun partij er is 'voor zes miljoen Vlamingen'; maar de links-liberale krant De Morgen mag straffeloos schrijven dat het de partij is van 'flamingante dokters, advocaten en andere kleinburgers'. Indien de N-VA aansluiting zoekt bij wat er echt leeft onder de gewone Vlamingen, dan moet ze haar oor ook maar eens te luisteren leggen bij de militanten van ACW en KWB.

Indien de N-VA een op de toekomst gerichte volkspartij wil worden, dan moet ze zich niet voordoen als de Vlaamsvoelende rechtervleugel van de VLD, maar optreden als de Vlaamsgezinde linkervleugel van de CD&V. Dat de huidige nomenklatoera van de christelijke arbeidersbeweging een negatieve desinteresse voor de Vlaamse zaak belijdt, mag hierbij geen hinderpaal zijn, maar juist de kern van de uitdaging.