Nummer 87


Studenten | mei 2003


"Le numérus clausus a sauté." Et alors? (Louis Ide)<< Nummer 87

In de jaren '90 besloot de Belgische federale regering de problemen in de gezondheidszorg aan te pakken. Volgens het Ministerie van Sociale Zaken swingden de kosten in de gezondheidszorg de pan uit. De toenmalige verantwoordelijke minister van Volksgezondheid Marcel Colla (SP) dacht die problemen te kunnen oplossen door alleen het aantal artsen te beperken. Hij besliste dat vanaf het jaar 2004 jaarlijks slechts 700 afgestudeerde studenten geneeskunde in België nog een RIZIV-nummer toegekend zouden krijgen. Met andere woorden: ook al kwamen er meer nieuwbakken artsen op de markt, slechts 700 per jaar zouden een praktijk kunnen starten waarbij de patiënt terugbetaling geniet. De minister ging er namelijk (terecht) van uit dat patiënten nooit naar een arts zouden stappen, waar de patiënt geen terugbetaling zou genieten.

Met deze maatregel stelde de federale overheid de gemeenschappen voor een voldongen feit. De toenmalige Vlaams minister van onderwijs en partijgenoot van Colla, Luc Vandenbossche, (blijkbaar niet op de hoogte gebracht van de plannen van zijn federale collega) startte in zeven haasten het overleg in Vlaanderen. Al gauw bleek dat onder andere de Vlaamse artsen, de Vlaamse studenten geneeskunde en de Vlaamse overheid het vlug eens werden over het principe dat men beter het aantal artsen aan de instroom zou beperken (dus voor ze de studies geneeskunde zouden beginnen) dan, na zeven jaar studies, dus aan de uitstroom, hun aantal te limiteren. De vraag naar een ingangsexamen was hiermee gesteld.

De studenten geneeskunde, voornamelijk deze te Leuven, contacteerden hun collega's over het hele land. Al gauw werd er een consensus gevonden tussen de studenten geneeskunde aan alle Vlaamse universiteiten. Aan Franstalige zijde echter bleef het oorverdovend stil. De Franstalige studenten geneeskunde lieten alles op zijn beloop. Daar waar de Vlaamse studenten een actieve inbreng hadden in het tot stand komen van het Vlaams ingangsexamen voor artsen en tandartsen, zouden hun Franstalige collega's na drie jaar studies geneeskunde wel zien wie geschikt was om verder geneeskunde te studeren. Elke gemeenschap ging dus zijn eigen weg.

In 2004 laat de contingentering (700 nieuwe artsen in 2004, 650 in 2005, 600 in 2006) zich voor het eerst in België voelen. Volgens de traditionele 60/40 verdeling wordt het aantal artsen aan de uitstroom in België beperkt. Aan Vlaamse kant deed het ingangsexamen zijn werk. Het aantal kandidaten studenten geneeskunde is fors teruggelopen. Het ziet ernaar uit dat Vlaanderen binnen "zijn" contingent afgestudeerde artsen zal blijven. Aan de andere kant van de taalgrens echter lijkt het chaos troef. In Wallonië is het probleem allesbehalve beheerst. 'Le MR veut la peau du numerus clausus' titelde Le Soir op 13/07/2002. Met het opheffen van de numerus clausus zouden de problemen voor de Franse gemeenschap alvast theoretisch van de baan zijn.

Daarmee schuiven ze het probleem door naar de huidige federale minister van Sociale Zaken, alwaar ze alvast de huidige 60/40 verhouding trachten om te buigen in een 50/50 verhouding.

De stoere taal van de MR deemstert langzaam weg nu de verkiezingen naderen. Volgens De Standaard van 19/02/2003, vreesde de MR dat de Vlamingen het eenzijdig Franstalig afschaffen van de numerus clausus zouden aangrijpen om de splitsing van de gezondheidszorg te eisen. Het leek erop dat de PS alleen stond met haar eis de numerus clausus af te schaffen. Niets bleek minder waar. De Waalse meerderheid: PS-MR-Ecolo aanvaardde het decreet van Dupuis (PS) dat komaf maakt met de selectie van een beperkt aantal studenten na de derde kandidatuur en de tweede kandidatuur voor artsen en tandartsen respectievelijk. Meer zelfs, de huidige maatregel maakt het mogelijk dat studenten die na de selectie afgewezen werden toch weer de draad kunnen oppakken. Het officieel motief om de numerus clausus op te blazen aan Franstalige zijde is een zogezegd tekort aan artsen in Wallonië. Volgens Le Soir kan de minister van Volksgezondheid Jef Tavernier de Franstaligen daarin volgen. Tavernier is met andere woorden bereid het failliet van de Sociale Zekerheid te bezegelen en de Vlaamse artsen en studenten de rekening te laten betalen voor het Franstalig wanbeleid.

Onze Waalse vrienden kregen daarenboven steun uit onverwachtse hoek: de rectoren van de Universiteit Antwerpen en de Vrije Universiteit Brussel verklaarden dat ook zij die contingentering niet zien zitten. Ze verdedigen daarmee gewoon hun eigen winkel. Alhoewel de rector van de UA al terugkrabbelde houdt de VUB voet bij stuk. De VUB vreest terecht dat het bestaansrecht van de faculteit geneeskunde in vraag gesteld zal worden indien zij slechts een handjevol studenten geneeskunde herbergen. Deze piste leek alvast een mogelijk scenario voor de 4 teletubbies van de SP bij het maken van hun treinreisje door Vlaanderen.

Nu, mocht er al een tekort aan artsen zijn, dan is dat wel het geval in een gelimiteerd aantal disciplines aan Vlaamse en geenszins aan Franstalige kant. Dit wordt trouwens gestaafd door de studie uitgevoerd door prof. Jan De Maeseneer (huisartsgeneeskunde, RUG). Op basis van een tweede onderzoek (het eerste dateert van 1999) besliste professor Jan De Maeseneer dat er zich vanaf 2009 al problemen kunnen voordoen, meer bepaald met betrekking tot het aantal actieve huisartsen. Professor De Maeseneer stelt dat er op geen enkele manier rekening is gehouden met de vervrouwelijking van het beroep. Meer en meer afgestudeerden kiezen ervoor naar Nederland te trekken. Ze verdienen er beter, werken er minder uren, genieten er meer respect,... Jonge artsen willen voor geen geld ter wereld nog een huisartsenpraktijk in België starten. Vijftigers haken vroegtijdig af. Men hield met andere woorden geen rekening met de huidige en de toekomstige situatie. Dit onderzoek bevestigt de terechte vragen van de Vlaamse rectoren die al gewag maakten van een Belgische plethora en niet van een Vlaamse...

Zal de huidige minister van Sociale Zaken ingrijpen? Zal Vandenbroucke het been, aan Franstalige zijde, met de hete adem van de PS in de nek, stijf houden en dus een aanzienlijk aantal Franstalige, net afgestudeerde artsen de toegang tot het beroep ontzeggen (wat puur menselijk een drama is)? Of zal hij, door meer Franstalige artsen op de markt toe te laten, Vlaanderen straffen voor een consequent Vlaams beleid? En bijgevolg weerom de Vlamingen benadelen en het gezondheidszorgsysteem ondergraven? Want meer Franstalige artsen betekent nóg meer voorschrijven, nóg meer overconsumptie en dus een consolidatie van de gekende geldstroom van Vlaanderen naar Wallonië.

Ik ben benieuwd.