Nummer 90


Actueel | oktober 2003


Een Hollander op het Martelaarsplein (Frans Maes)<< Nummer 90

Voor de eerste Ons Erfdeel-lezing kon kersvers hoofdredacteur Luc Devoldere van het Vlaams-Nederlandse culturele tijdschrift meteen het grof geschut bovenhalen. In het Théatre de la Place des Martyrs, de rechterbuur van de Vlaamse minister-president aan het Martelaarsplein te Brussel mocht Devoldere de Nederlandse eurocommissaris Frits Bolkestein inleiden die het had over de Nederlandse identiteit in Europa.

Bolkestein begon zijn glashelder betoog al meteen met een paukenslag. "Zodra de woorden natie en natiestaat vallen, schrikt de Nederlander terug. Natie leidt tot nationalisme en daar doen Nederlanders niet aan." En toch zijn er maar weinig volkeren in Europa met zo'n "eigen identiteit" als de Nederlanders, aldus spreker die vindt dat er meer behoefte is aan nationale identiteit naarmate de Europese Unie zich uitbreidt. Die uitbreiding leidt niet automatisch tot meer samenhorigheidsgevoelens tussen Europeanen en zeker niet tot één Europese cultuur die zou kunnen dienen als substituut voor nationale identiteiten.

De Nederlandse identiteit is een product van omgevingsfactoren als de godsdienst, de geografische ligging en vooral de, volgens spreker volstrekt onderbelichte, immigratie uit de Zuidelijke Nederlanden in de 16de eeuw. Tussen 1572 en 1630 trokken 150.000 Zuid-Nederlandse protestanten naar de Nederlandse Republiek en dat kwam neer op 10% van de toenmalige bevolking. Nederlandse natiebouwers hebben nooit willen weten dat de opkomst van de Republiek mede te danken was aan Zuid-Nederlandse immigranten. België, dat vanaf 1830 met veel kunstgrepen een natiebeeld probeerde te vormen, kon niet toegeven dat de vlucht van de protestanten zo'n verlies was al duurde het tot de vorige eeuw tot Vlaanderen van die klap hersteld was. Die immigranten maakten van Holland een wereldmogendheid en zij voedden mede de Nederlandse identiteit.

Spreker wees terloops op de verschillen in identiteitsbeleving tussen Nederland en België. In 1830 beschikte België niet over een passende identiteit die een relatief begrip blijft mede door de Vlaamse ontvoogdingsstrijd en de Waalse beweging. Na eeuwen vreemd bestuur ontwikkelden de Belgen een ontwijkingsgedrag, een soort bezettingsmentaliteit. De Nederlander conformeert zich aan zijn staat en natie, eist publieke moraal van zijn regeerders, overleg en verantwoording. De Zuidelijke Nederlander omzeilt het liefst de staat en hecht geen belang aan een natiebegrip. Bij gebrek aan natiebesef vlucht België in Europa om zichzelf van een identiteit te voorzien.

De Nederlandse identiteit kent volgens Bolkestein momenteel twee grote uitdagingen: de multiculturele samenleving en de europeanisering.

Wat blijft er over van de Nederlandse identiteit als in de grote steden, de cultuurdragers van een land, de autochtonen een minderheid vormen, zo vraagt hij zich af. Meteen verwijst hij ook de immigratie als middel tegen de gevolgen van de vergrijzing naar de prullenmand. Men kan niet tegelijk een toelatingsbeleid gaan voeren onder druk van het immigrantenaanbod en er een degelijke verzorgingsstaat op na houden. De niet-westerse immigranten zijn verhoudingsgewijs teveel werkloos en afhankelijk van sociale uitkeringen. Gemiddeld levert de immigrant geen grote bijdrage in werk of kapitaal. Nederland moet eerder gaan naar een vraag-gestuurd immigratiestelsel waarbij mensen toegelaten worden op basis van de eigen behoeften zoals dat het geval is in de VS, Canada en Australië.

Bolkestein haalde ook uit naar Nederlandse politici en bestuurders die de formule van "integratie met behoud van eigen identiteit" hanteren. Volgens spreker is dat een illusie omdat sommige van de migrantenwaarden haaks staan op universele beginselen zoals scheiding van kerk en staat, gelijkwaardigheid van de vrouw, onderwijsplicht en tolerantie tegenover bepaalde seksuele geaardheden. De islam is meer een alles omvattende leefwijze dan een godsdienst alleen die het dagelijkse doen, laten en denken bepaalt en dat strookt niet met de Nederlandse mentaliteit. Het is maar de vraag of zich een "euro-islam" kan ontwikkelen, een religieuze beleving die de universele waarden van de democratische rechtstaat onderschrijft. Vernederlandsing is alleen mogelijk als Nederland zijn eigen identiteit met kenmerken als tolerantie, maatgevoel, netheid, geordend samenleven en nijverheid scherper durft te markeren. Nu schaamt men zich als het ware voor zichzelf en de Nederlandse samenleving geeft daarmee de allochtoon een vrijbrief om zelf de grenzen te stellen. Nederland kan islamieten vernederlandsen als het zelfbewust durft te zeggen voor welke waarden het zelf staat. Het is aan de Nederlandse overheid om zelf de grenzen van het aanvaardbare te trekken.

In verband met Europa als bedreiging van de eigen taal, het expressiemiddel van de eigen identiteit geeft spreker toe dat Engels de lingua franca van het Europa met 40 lidstaten zal worden; toch is dit geen vervanging voor het Nederlands of andere talen. Wel moet het Nederlands zich als taal en cultuur sterker gaan manifesteren in Europa. Vlamingen en Nederlanders moeten zelfbewust hun taal en cultuur uitdragen zonder schroom of complexen. Een voorwaarde daartoe is wel een goede en intensieve samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen. Terzake bestaat een en ander al, maar een cultuurcentrum in Brussel moet beslist de volgende stap worden. Een gezamenlijk Nederlands-Vlaams huis in Brussel de hoofdstad van Vlaanderen, België en Europa is zonder meer een noodzaak. Spreker stelt dat hij "Multatulihuis" een passende naam zou vinden.