Nummer 92


Interview | december 2003


Boer Bavo Verwimp ('Wervel'): "De zelfstandigheid van het boerenbedrijf is een belangrijk gegeven" (Bernard Daelemans)<< Nummer 92

'Wervel' staat voor Werkgroep voor een Rechtvaardige en Verantwoorde Landbouw. De vzw legt zich toe op het kritisch analyseren van het landbouwbeleid vanuit het belang van zowel de consument, de landbouwer en het milieu, met grote aandacht voor de Noord-Zuid-verhoudingen. Vanuit dat perspectief worden zowel het Europees landbouwbeleid als de politiek van de Wereldbank en Wereld Handels Organisatie negatief beoordeeld. Landbouw kan men volgens Wervel niet aan de wetten van de markt onderhevig maken. De vereniging meent ook dat elk land het recht heeft om een eigen landbouwbeleid te voeren - men noemt dit 'voedselsoevereiniteit' - wat nu niet het geval is omdat dit beleid vaak gedicteerd wordt door supranationale instanties, met vaak ontwrichtende gevolgen. Meervoud had een gesprek met Wervel-militant Bavo Verwimp, zelf een boerenzoon, en als landbouwingenieur werkzaam bij de Vlaamse Landmaatschappij.

- Hoe lang bestaat Wervel?

Bavo Verwimp: De organisatie is twaalf jaar geleden ontstaan op een weekeinde rond Herman Verbeke in de Abdij van Averbode. We voerden een discussie rond zijn boek 'In boerenhanden'. Uit dat initiatief is een werkgroep ontstaan die is blijven samenkomen en uitgegroeid is tot een vaste vzw. De bedoeling was niet om een massabeweging of een ledenvereniging te worden, maar wel een draaischijf tussen verschillende organisaties. We willen de thematiek van landbouw, landbouwbeleid en voedsel behandelen, niet vanuit een groene bril, of niet vanuit een zuiver economische bril, maar wel vanuit de verschillende invalshoeken tegelijk. Zowel het ecologisch aspect, als het Noord-Zuid-perspectief, als het belang van de Vlaamse boer en het consumentenbelang spelen dus een rol. We vormen dan ook een bonte groep van mensen, vooral vrijwilligers. Toch merken we dat de problemen die vanuit de verschillende invalshoeken waargenomen worden met betrekking tot de landbouw eigenlijk symptomen zijn van hetzelfde onderliggend probleem. We denken bijvoorbeeld aan het probleem van de mestoverschotten.

- Wat is dan de kern van het probleem?

Bavo Verwimp: De kern van het probleem is dat men de landbouw in een marktsysteem tracht te wringen, waar dat dikwijls niet mogelijk is.

- Is het dan geen schaalprobleem?

Bavo Verwimp: Neen, de hoofdtoon van Wervel is niet een pleidooi voor kleinschalige landbouw. Men kan op verschillende schaalniveaus komen tot een betere landbouw, hoewel duurzaamheid misschien wel makkelijker kan nagestreefd worden via kleinschaligheid. Om op het voorbeeld van het mestprobleem terug te komen, daar wordt vooral aan symptoombestrijding gedaan, maar het probleem wordt niet gelinkt aan de massale invoer van soja uit Brazilië en andere Zuidelijke landen. Ginds is die soja-exploitatie verbonden met de problematiek van het grootgrondbezit, met de uitdrijving van landbouwers die voor de plaatselijke markt werken van hun land, met de afkalving van het tropisch regenwoud, enz. Terwijl wij hier met een overdreven import van nutriënten zitten, die niet meer terugkeren, waardoor de kringloop niet gesloten wordt en een mestprobleem ontstaat: we houden een overschot aan stikstof en fosfaten. Theoretisch kan men de kringloop wel sluiten door ook de mest te gaan exporteren, maar dit schept weerom een geweldig transportprobleem, dat economisch niet haalbaar is, en ook weer een ecologisch prijskaartje heeft.

- Het massaal transport van nutriënten is dus het voornaamste bezwaar.

Bavo Verwimp: Ja, wij pleiten ervoor dat de productie van voedsel, zo dicht mogelijk bij de afzetmarkt plaatsvindt. Maar laat ik nog even de analyse verder zetten. Landbouw wordt historisch gezien, en ook vandaag nog als een strategische sector beschouwd. Denken we aan de oprichting van de Europese Gemeenschap in 1957. De zorg voor een eigen voedselproductie vormde een van de belangrijke drijfveren. Ook tijdens de Koude Oorlog speelde voedsel een strategische rol. Ook in Irak: wie het graan bezit heeft de sleutel van de macht. Om die reden zijn er altijd al in de geschiedenis ingrepen geweest op het marktsysteem. Los van deze historische 'verstoring' stellen we ook dat het marktsysteem onvolkomen is in het domein van de landbouw. Dat is geen ideologische polarisatie in links-rechts termen, wel een objectieve vaststelling: de wetten van vraag en aanbod worden doorkruist door onbeheersbare gegevens als de klimaatschommelingen. Aardappeloogsten kunnen variëren van het enkele tot het dubbele. Men kan de productie zomaar niet afstemmen op de vraag. Ook duurt het vaak te lang eer je als landbouwer kan reageren op de signalen van de markt. Stel dat de bevolking een bepaalde variëteit van fruit beu is, dan kan je zomaar niet omschakelen, want het duurt vijf jaar eer je fruitbomen klaar zijn om de nodige afzet te leveren. Van een vlotte 'omschakeling' van het personeel, zoals in de industrie, kan in de landbouw geen sprake zijn. Neem nu het voorbeeld van de crisis in het varkensvlees enkele jaren terug. Door de tanende vraag was het eigenlijk economisch niet meer verantwoord om nog te blijven produceren, maar het gebeurde toch: de investeringen (varkensstallen enz.) moesten immers verder afbetaald worden en de vaste kosten van de boeren waren toch gedekt. De prijszetting is er nog een voorbeeld van hoe marktmechanismen in de landbouw niet werken. Bij een grote aardappeloogst mag men de prijs nog zo laag zetten, als de mensen eenmaal verzadigd zijn gaan ze daarom niet nog meer aardappelen kopen. Bovendien zijn de prijsschommelingen waar de producent mee te maken heeft nauwelijks voelbaar voor de consument. Als de aardappelen duur zijn worden de frieten opgeslagen, maar het omgekeerde doet zich niet voor. Of bijvoorbeeld ten tijde van de mond- en klauwzeerproblematiek, toen was de prijs voor de producent zeer laag, maar de slagers moesten hun prijzen wel heel hoog zetten om te kunnen overleven met het weinige vlees dat ze nog verkocht krijgen. Tenslotte heeft een boer doorgaans een andere motivatie in zijn beroep dan het louter winstbejag. Het voortzetten van de bedrijfstraditie, verbondenheid met het bedrijf en de grond zijn vaak belangrijker. Dat is gebleken in de jaren negentig toen melkquota werden opgelegd. De toegekende productierechten waren vrij verhandelbaar, zodat wie toen wou, gemakkelijk zijn aandeel kon uitverkopen, en met de opbrengst gaan rentenieren. Toch zijn er maar weinigen die in de verleiding gekomen zijn.

- Hoe vertaalt zich die analyse naar de Derde Wereld?

Bavo Verwimp: Kijk, de Wereld Handels Organisatie verplicht bepaalde landen om af te zien van eigen voedselproductie en hun voedsel aan te kopen in landen waar de marktprijs het laagst is. Maar men houdt er geen rekening mee dat die landen daarvoor deviezen nodig hebben. Eigen voedselproductie is voor arme landen dan ook interessanter, zelfs als het wat duurder is dan graan uit Europa of Amerika.

- Kortom, landbouw gedijt niet in een zuiver marktmechanisme?

Bavo Verwimp: Inderdaad, ingrepen van de overheid zijn nodig. Dat kan betekenen een tussenkomst in de vorm van een subsidie, maar evenzeer het opleggen van bepaalde regels. Op dit ogenblik gaat dat altijd samen, maar dat hoeft niet noodzakelijk zo te zijn. Er zijn modellen denkbaar waar men aan voedselproductiebeheersing doet zonder subsidies, maar louter met een regulerend kader. Het bestaand subsidiesysteem van de EU heeft al geleid tot overproductie van bijvoorbeeld melk en suiker. Daarom zijn we niet principieel tegen landbouwsubsidies, maar men moet de discussies over regulering en subsidiëring wel gescheiden houden.

- Hebben jullie ook een visie ontwikkeld rond 'geïntegreerde landbouw'?

Bavo Verwimp: De zelfstandigheid van het boerenbedrijf is voor ons een belangrijk gegeven. Maar het is vaak zo dat de boeren inderdaad als loonwerkers 'geïntegreerd' worden in de agro-industrie, met een erg oninteressant sociaal statuut. Dat is het gevolg van het feit dat de sector zo kapitaalsintensief is geworden. Zo raken de boeren op het vlak van financiering in moeilijkheden. Ze zetten dan de stap om op contract te werken. Daarbij blijven zij het risico dragen, maar de maximale winst is natuurlijk niet voor hen. De investeringen in stallen vallen hen ten laste, bijvoorbeeld in het geval van vleeskalveren. Maar als de consument op een bepaald moment geen kalfsvlees meer lust, en het contract met de afnemer loopt maar voor een jaar, dan is de boer de klos. En dan spreken we nog over gevallen waar er een contract is. Meestal is het zelfs zo dat er enkel mondelinge afspraken zijn. Of ze ondertekenen een contract, maar ontvangen er geen exemplaar van. Toch gaat men in zo'n systeem omdat men er in de gegeven omstandigheden op die manier nog het beste uitkomt. Al werken ze voor een hongerloon, toch kunnen ze zo het bedrijf verder zetten. Wervel neemt hier een pragmatische houding in. We zijn niet per sé tegen contracten Neem nu het voorbeeld van contracten op de aardappelmarkt. In zo'n contract staat dan bijvoorbeeld een kwaliteitsclausule. Maar het is de afnemer van de aardappelen die de controle uitvoert. En als er dan een jaar is met een grote aardappeloogst, worden er plots heel veel afgekeurd. Dat kan natuurlijk niet. Theoretisch is het denkbaar dat er een onafhankelijke overheidsinstelling belast wordt met dergelijke kwaliteitscontrole. De overheid zou kunnen zorgen voor een typecontract.

- Maar in het Zuiden stellen de problemen zich nog scherper...

Bavo Verwimp: Doordat de landbouw in het zuiden wordt geïntegreerd in de wereldmarkt, moeten zij massaal voor de export produceren, bijvoorbeeld bepaalde houtsoorten. Zo worden de lokale landbouwsystemen ontwricht, ecosystemen worden ontwricht. Vaak is het zo dat die exportgerichte modellen opgelegd zijn in het kader van betalingsbalansen en schuldaflossingen, op instigatie van de Wereld Handels Organisatie. Er is daar ook een link naar het grootgrondbezit, dat nog lang niet op zijn retour is, wel in tegendeel. Feit is dat die landen niet het recht krijgen om hun eigen landbouwbeleid uit te tekenen.

- Jullie hebben daarom het concept 'voedselsoevereiniteit' uitgedacht.

Bavo Verwimp: Wij hebben niet het patent op die term, maar dat concept is wel onder andere door Wervel sterk uitgedragen. Voedselsoevereiniteit is een van de voorwaarden om tot een beter landbouwbeleid te komen. Landen moeten het recht krijgen om een eigen beleid te voeren. Als zij beslissen om al hun voedsel te importeren, dan moet dat kunnen. Maar als ze hun voedsel zelf willen produceren, dan moet het ook kunnen. Ook het subsidiëren van landbouw moet een recht zijn. Dat recht houdt wel op te bestaan, als subsidies gebruikt worden voor exportproductie. Voedselsoevereiniteit moet gelden voor elk land, zowel in het Noorden als in het Zuiden. Op dit ogenblik is dat een fictie. Noch de Europese Unie, noch eender welk ander land kan een eigen beleid voeren.

- En verder willen jullie de productie zo dicht mogelijk bij de afzetmarkt brengen...

Bavo Verwimp: Dat is een van de volgende stappen. Natuurlijk moet export toegelaten zijn. Er zullen altijd sinaasappelen verhandeld worden. Maar toch blijft het principe dat de afstand tussen producent en consument zo klein mogelijk moet zijn. Ik moet er wel bij zeggen dat we er niet helemaal uit zijn, hoe je die 'kleinst mogelijke afstand' precies moet definiëren. België is nogal klein. Anderzijds zal de definitie best voor elk product verschillend zijn. En om dezelfde doelstelling waar te maken zal elk land een verschillend beleid moeten voeren. Een Afrikaans land heeft andere mogelijkheden dan een land als België of Vlaanderen, waar er grondschaarste is. Op dat punt hebben we trouwens wel wat problemen met mensen uit de natuurbescherming die zoveel mogelijk terrein willen beschermen, om het 'groen' te beschermen. Wij vinden dat er dichtbij de steden voldoende ruimte beschikbaar moet gehouden worden voor landbouwdoeleinden, vooral voor groenteteelt. Een tweede principe betreft de prijs. Er moet een rechtvaardige prijs betaald worden. Dat is een prijs die de echte kostprijs weerspiegelt. Zo'n prijs garandeert een billijk loon voor de boer, maar ook een ecologisch verantwoorde productiemethode. De druk van de markt en het korte-termijnrendement zorgt voor overmatig gebruik van sproeistoffen die de bodem kapot maken. Zo'n rechtvaardige minimumprijs kan door de overheid opgelegd worden. Maar dan niet zoals het nu bestaat, de 'interventieprijs' van de EU. Dat is immers een politiek compromis. Een derde principe betreft de productiebeheersing. Op dat vlak merken we dat het beleid en de grote organisaties als Boerenbond, waar we tien jaar terug absoluut niet op goede voet mee stonden, dingen beginnen over te nemen. De Boerenbond spreekt nu van aanbodbeperking. Op Europees vlak heb je de quotaregelingen. In feite werken die vrij goed. Het enige bezwaar dat wij ertegen hebben is dat de productierechten die aan de quota verbonden zijn, niet vrij verhandelbaar mogen zijn.

- De kritiek van VAC (Vlaams Agrarisch Centrum) is dat bij productiebeperking, het de kleine bedrijven zijn die het eerst moeten inleveren.

Bavo Verwimp: Dat klopt. Bovendien zijn quota niet werkbaar voor groenten en fruitteelt, omdat men daar met veel te veel verschillende variëteiten zit. Hoe dan ook, wij hebben niet voor alles een pasklaar model. Maar de universiteiten zouden dergelijke zaken verder moeten onderzoeken, om te komen tot werkbare regelingen.

- Wat zijn nu de activiteiten van Wervel?

Bavo Verwimp: Wervel functioneert als een draaischijf tussen de Noord-Zuidbewegingen zoals Oxfam-solidariteit en de Wereldwinkels, bij de boerenorganisaties, zitten we ongeveer op dezelfde golflengte als VAC, de relaties met Boerenbond zijn ook wel verbeterd, toch met een aantal mensen binnen Boerenbond. Wij zijn een hele kleine organisatie. Ons blad verschijnt op ongeveer 1.000 exemplaren. We hebben een aantal groepen die reflecteren. We organiseren interne vorming omtrent het landbouwbeleid, de problematiek van de genetisch gewijzigde organismen, bedrijfsbezoeken.Verder organiseren we gemeenschappelijke fora met Broederlijk Delen, Vredeseilanden. We trachten aan beleidsbeïnvloeding te doen door onze standpunten kenbaar te maken. We worden toch als een serieuze gesprekspartner gezien. We houden ook spreekbeurten voor derde verenigingen. Er loopt ook een project met de stad Hasselt. In sommige groepen reflecteren we ook rond spiritualiteit, omdat sommige boeren hun stiel zien in een bepaald filosofisch kader. Daar zien we ook parallellen met andere culturen, antropologische benaderingen van het landbouwgegeven.

- En hoe runnen jullie de boel financieel?

Bavo Verwimp: Op dit ogenblik krijgen we geen subsidies. Tenzij voor een aantal kortlopende projecten. Enerzijds willen we wel streven naar een structurele subsidiëring, maar daar willen we ook niet volledig van afhankelijk worden.

- Dat is een geest waarin Meervoud zich wel kan herkennen. We wensen jullie alle succes toe.