Nummer 94


Nieuws uit het derde gewest en zijn riante omgeving | februari - maart 2004


(Euro-)Brussel-kroniek (Christian Dutoit)<< Nummer 94

Landuyt opent Vlaamse werkwinkels

Al langer dan vandaag sleutelt Vlaams minister van Werkgelegenheid Renaat Landuyt aan een doordacht Brusselbeleid. Voor enkele jaren nog was Brussel omzeggens een blinde vlek op het vlak van beroepsopleidingen. Brusselse werklozen die zich wilden bijscholen om zich door verdere bekwaming beter te profileren op de arbeidsmarkt werden door de VDAB naar... Haasrode verwezen, bijvoorbeeld voor een cursus tekstverwerking. Maar stilaan werd het VDAB-aanbod in Brussel uitgebreid. Nog maar een goed jaar geleden werd in het centrum van Brussel een hele afdeling-kantoor geopend waar werkzoekenden aangepaste opleidingen kunnen volgen.

Een ander heikel probleem was echter dat de Vlaamse Gemeenschap in Brussel wel bevoegd was voor opleidingen, maar niet voor arbeidsbemiddeling. Daarvoor bestaat de Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling die echter min of meer op voet van oorlog leeft met al wat Vlaams is. Daardoor werden Brusselse werklozen nauwelijks doorverwezen naar Vlaamse opleidingscentra. Nog minder werden de Brusselse werklozen doorverwezen naar de vele vacante jobs in Vlaams-Brabant.

Door de Vlaamse werkwinkels die Landuyt nu heeft opgericht moet daar nu verandering in komen. Om het bevoegdheidsprobleem op te lossen moest er wel een protocolakkoord getekend worden met het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Minister Tomas kon zowaar zelfs overhaald worden voor 20% te delen in de kosten, wellicht uit eerlijke (nu ja) schaamte over het feit dat de gewestelijke werkwinkels alleen op papier tweetalig zijn.

De drie Vlaamse werkwinkels in Schaarbeek, Anderlecht en Brussel-stad betekenen een kleine doorbraak voor het Vlaams beleid in Brussel. Hoe bescheiden ook, Landuyt bekroont hiermee, binnen zijn beleidsdomein een lovenswaardig Brusselbeleid.

Gemeenschapscentra moeten broeksriem aanhalen

Kort na zijn ambtsaanvaarding lanceerde de nieuwe VGC-voorzitter Pascal Smet (SP.A) het plan om het beleid met betrekking tot de 22 Vlaamse gemeenschapscentra in Brussel om te gooien en in de toekomst meer te investeren in een aantal 'vlaggenschepen', sterker uitgebouwde cultuurcentra. Hij wekte zelfs de indruk het lokale werk van de gemeenschapscentra niet erg hoog aan te slaan, en kreeg dan ook prompt de wind van voren, niet alleen van zijn VGC-collega's, maar ook vanwege de voorzitters van de gemeenschapscentra die hem in een collectieve brief van antwoord dienden en hem verweten in het wilde weg ideeën te spuien zonder voorafgaand overleg met het betrokken werkveld.

Smet was overigens gebonden door eerder getroffen schikkingen die de gemeenschapscentra een aantal basistaken opleggen. Kort voor de zomer waren nieuwe criteria vastgelegd voor de financiering hiervan. Die criteria houden rekening met de grootte, de ligging en de bevolkingssamenstelling van het werkgebied van elk gemeenschapscentrum. Ook wordt gekeken op welke manier er gewerkt wordt aan 'gemeenschapsvorming', cultuurspreiding, educatie en communicatie. Tenslotte wordt gepeild naar de klantvriendelijkheid en het publieksbereik. De evaluatie van de werking zou gebeuren naar aanleiding van de 'convenantsgesprekken' tussen de VGC en de gemeenschapscentra. In het licht van deze nieuwe 'weging' bleek algauw dat het budget voor de gemeenschapscentra zou moeten worden opgetrokken. De middelen die hiervoor waren voorzien op Smet's begroting waren echter niet toereikend, zodat in plaats van een verhoging van de middelen een besparingsronde ten belope van 76.000 euro moest plaatsvinden. Het Gemeenschapscentrum De Rinck van Anderlecht bond als eerste de kat de bel aan. In de januari-editie van het maandblad Rinck Rond bloklettert het: "Gemeenschapscentrum De Rinck gekraakt!" De Rinck begrijpt niet dat het eerst door de VGC nog geprezen werd voor zijn kwaliteitsvolle werking en dat een verhoging van de subsidie in het verschiet gesteld werd en dan plots te horen krijgt dat het moet inleveren. Hetzelfde geldt voor De Kriekelaar in Schaarbeek, dat eerst een verhoging van de subsidie met 4.000 euro was toegezegd en nu blijkt te moeten besparen. Ook Gemeenschapscentrum Essegem liet via zijn berichtenblad Gazet van Jette weten dat het helaas de gederfde subsidies zal moeten verhalen op de gebruikers van het centrum.

Sommigen menen dat de door Smet bedoelde 'vlaggenschepen' de besparingsdans ontspringen. Maar andere bronnen wijzen erop dat een aantal centra zullen juist op die posten moeten besparen die hen precies een extra uitstraling bezorgen, zoals De Markten (Brussel-Vijfhoek) met zijn tentoonstellingen, De Vaartkapoen (Molenbeek) met zijn concertprogrammatie, De Zeyp (Ganshoren) met zijn stripfestival. De Gemeenschapscentra zijn verongelijkt met de besparingsronde en verwijzen naar de aanzienlijke toename van het publieksbereik: in enkele jaren tijd groeide het aantal bezoekers van 15.000 tot 60.000.

Inmiddels zoekt Smet alsnog naar nieuwe middelen om het 'gat' van 76.000 euro te dichten, zodat de besparingsronde kan gemilderd worden. Dit zou gebeuren door een begrotingswijziging. Naar verluidt zou hij binnen zijn eigen begroting al 39.000 euro gevonden hebben. Voor het restant moet hij aankloppen bij zijn collega's Vanhengel en Chabert ...

N-VA Brussel en het kartel

De beslissing van N-VA om toch in een kartel te stappen met CD&V valt in de Brusselse afdeling in slechte aarde. Alle Brusselaars in de partijraad verwierpen het kartel, en het Brussels bestuur bevestigde deze houding. N-VA Brussel ziet niet in hoe kan worden samengewerkt met een partij die tekent voor een beleid dat tien jaar lang de systematische sabotage van de taalwetgeving heeft gedoogd, en die politiek verantwoordelijk is voor het 'Taalhoffelijkheidsakkoord', dat een loopje neemt met de taalwet, zoals duidelijk bleek uit een arrest van de Raad van State in de lente van vorig jaar. N-VA Brussel kan niet samenwerken met een partij die niet bereid is alle politieke middelen aan te wenden om de toepassing van de taalwetgeving af te dwingen, met inbegrip van de 'institutionele atoombom', d.w.z. het blokkeren van de Brusselse instellingen.

De partijafdeling stelt overigens vast dat de greep van de strekking-Chabert bij de recente lijstvorming nog is toegenomen. Chabert zelf trekt de Brusselse lijst, terwijl zijn gewezen kabinetschef Steven Vanackere de Vlaamse lijst trekt. Behalve Grouwels, die op twee staat, zijn er ook nog de onbetrouwbare Walter Van den Bossche op drie, en nog een medewerkster van het kabinet Chabert, Bianca De Baets, die zich met name inlaat met de ziekenhuisdossiers, op vier. Voor de N-VA werd geen verkiesbare plaats voorzien.

Terwijl Brussels N-VA-voorzitter Bernard Daelemans zich afvraagt wat de 'garanties' in verband met Brussel waar Geert Bourgeois op zinspeelde dan wel inhouden, heeft Chabert al laten weten dat hij zich als 'partijsoldaat' kan verzoenen met een samenwerking met N-VA, maar dat hij geenszins bereid is zijn 'pacificatiebeleid', gebaseerd op de 'goede verstandhouding' met de Franstalige Brusselaars te wijzigen. (Chabert weigerde ook een debat aan te gaan met Daelemans op de VRT). Desondanks stelt het Barrikadenplein dat de Brusselse afdeling zich moet neerleggen bij de beslissing van de partijraad en dat het kartel hoe dan ook doorgaat in Brussel. Bourgeois stelt nog kandidaten achter de hand te hebben. Inmiddels hebben enkele Brusselse partijleden laten weten dat zij wél achter het kartel staan, onder hen de stadshistoricus Paul De Ridder, die vorig jaar voor N-VA kandideerde voor de senaatslijst.

Bij het ter perse vernemen we nog in extremis dat het Brussels afdelingsbestuur kapt met N-VA en voornemens is een eigen lijst neer te leggen bij de volgende gewestraadsverkiezingen.