Nummer 96


| april - mei 2004


Volkeren in beweging (Pol Van Caeneghem)<< Nummer 96

Baskenland: wat na de verkiezingen?

Met een smadelijke verkiezingsnederlaag op 14 maart, kreeg de Partido Popular (PP) wat het eigenlijk al lang had verdiend (zie vorig nummer). De mediamanipulaties die volgden op de bomaanslagen in Madrid, hoorden gewoon bij de haast dictatoriale politiek die de PP sinds haar aantreden voerde. Vooral in Baskenland ging de neo-franquistische partij erg ver in het criminaliseren van het Baskisch-nationalisme. Zo ver zelfs dat heel veel mensen - ook bij ons - geloven in de meedogenloze repressiepolitiek van Madrid. Zij begrijpen niet dat de PP de 'strijd tegen het terrorisme' gebruikte als wapen om het Baskische soevereiniteitsstreven te kelderen.

Het tijdperk van de PP mag dan wel voorbij zijn, haar nefaste Baskenlandpolitiek is nog steeds in voege. Denken we maar aan het partijverbod tegen Batasuna, de politiek geïnspireerde gerechtelijke acties tegen 'het netwerk van de ETA' of het aanwakkeren van haat tegen Baskische nationalisten.

De grote vraag is of de socialistische PSOE van José Luis Rodríguez Zapatero een einde gaat maken die botte confrontatiepolitiek van de neo-franquisten. In ieder geval is in Baskenland sinds 14 maart de hoop gerezen dat er daadwerkelijk iets kan veranderen. Afgezien van de PP lijken alle partijen in Baskenland bereid om rond de tafel te gaan zitten. Hoewel het zeker te vroeg is om conclusies te trekken over de toenaderingspogingen, vallen er toch wel een aantal zaken te noteren.

Uit de eerste politieke contacten blijkt dat het Plan Ibarretxe een belangrijk struikelblok is. Dit plan werd opgesteld door de Baskische regering en voorziet in een verregaande autonomie voor Baskenland (zie vorige nummers). De PSOE zegt niet te willen praten met dit plan op tafel, terwijl de Baskische regeringspartijen EAJ-PNV, EA en EB-IU het als een vertrekpunt zien voor onderhandelingen.

Op 22 maart werden de debatten over het Plan Ibarretxe in het parlement van Gasteiz trouwens hervat en het ziet er niet naar uit dat de Baskische regering er zomaar zal van afzien. Dat de PSOE al voorwaarden stelt terwijl de dialoog nog niet op gang is gekomen, lijkt toch wel wat vreemd.

Ronduit onbegrijpelijk is de houding van de PSOE tegenover de linkse nationalisten en de ETA, die beiden bereid zijn om rond de tafel te gaan zitten. De ETA lijkt zelfs bereid om een staakt-het-vuren af te kondigen, maar de PSOE vindt het blijkbaar niet nodig om met 'terroristen' te praten. Of hoopt de PSOE het Baskische probleem op te lossen zonder de ETA en de linkse nationalisten?

Op de Aberri Eguna of de Baskische nationale feestdag (11 april) vroeg EAJ-PNV aan de PSOE om het Antiterrorismepact met de PP op te blazen. Dit pact was een initiatief van de PP en werd in november 2000 met de socialisten gesloten. Sindsdien werd het pact vooral gebruikt tegen het democratische Baskisch-nationalisme. De PSOE liet weten dat het wel bereid is om het pact te hervormen, maar wil er zeker geen afstand van doen.

Nu al ziet het er naar uit dat de onderhandelingen heel moeizaam zullen verlopen. De PSOE wil zo weinig mogelijk toegevingen doen aan de Basken en hypothekeert hiermee een mogelijk historisch akkoord waar iedereen zit op te wachten. De komende maanden moeten uitwijzen of er daadwerkelijk wordt gebroken met het verleden.

Baskenland: GAL-misdadiger komt voorwaardelijk vrij

Hooggeplaatste Spanjolen blijven Enrique Rodriguez Galindo in hun hart dragen. Deze oud generaal van de Guardia Civil belandde in de gevangenis omdat hij het vaderland had beschermd tegen het terrorisme van de ETA. Een pijnlijke situatie waar oprechte Spanjolen niet mee kunnen leven!

De realiteit was wel even anders: Galindo was begin de jaren '80 betrokken bij de GAL. Dit was een door de (PSOE-)overheid opgezette terreurorganisatie die de ETA moest breken. De 'contraterroristen' ontvoerden tientallen mensen die vreselijk gefolterd en vermoord werden. Sommigen hadden niets met de ETA te maken. De politie greep uiteraard niet in.

Toen de smerige rol van de overheid in de GAL werd blootgelegd, werden de opdrachtgevers en uitvoerders zoveel mogelijk uit de wind gezet. Galindo kreeg in april 2000 uiteindelijk toch 75 jaar cel voor de ontvoering, foltering en moord van de twee jonge Basken Lasa en Zabala in Baiona.

Galindo, die steeds een voorkeursbehandeling kreeg in de gevangenis, werd op 18 maart voorwaardelijk vrijgelaten. Hem wordt gevraagd om van maandag tot donderdag de nacht door te brengen in de gevangenis. De Audiencia Nacional, die anders zo meedogenloos kan optreden tegen terroristen, maakte voor Galindo nu gebruik van een regeling die enkel voor straffen van minder dan vijf jaar wordt toegepast. De familie van Lasa en Zabala werden niet op de hoogte gebracht van de beslissing en de hoge magistraat achtte het niet nodig om zijn beslissing toe te lichten.

Binnenkort mogen we ons misschien verwachten aan de vrijlating van het GAL-monster. Wat kan het soms fijn zijn om tot de (over-)heersende klasse te behoren!

Baskenland: nationalistische verdeeldheid bij verkiezingen in Iparralde

Kort na de woelige stembusslag in Hegoalde (Baskenland onder Spaans bestuur) (zie vorig nummer) vonden er regionale en kantonale verkiezingen plaats in Iparralde (Baskenland onder Frans bestuur). Er zijn drie redenen waarom de Baskische nationalisten het moeilijk hebben om verkozen te raken. 1. Iparralde is maar een deel van het departement en een héél klein deel van de regio. 2. Het verouderde kiessysteem geeft kleinere partijen geen kans. 3. De Baskische nationalisten zijn verdeeld.

In 1998 was het nog gelukt om met één nationalistische lijst naar de verkiezingen te trekken, namelijk Abertzaleen Batasuna (AB). Deze keer kwamen naast AB ook EA (Eusko Alkartasuna) en het in Hegoalde verboden Batasuna op. Om de verdeeldheid compleet te maken, waren er ook vier kandidaten van de Baskischgezinde lijst Elgar-Ensemble.

Ondanks die verdeeldheid steeg het aandeel nationalistische stemmen van 9,35% in 1998 naar 9,71%, de stemmen van Elgar-Ensemble (goed voor 3,72%) werd hier niet in verrekend. AB behaalde grosso modo 70% van de nationalistische stemmen, terwijl het verguisde Batasuna met 29% van de nationalistische stemmen toch nog verraste. Er waren geen nationalistische verkozenen.

Daarmee blijft Jean-Michel Galant de enige nationalistische conseiller général. Zijn zetel wordt pas in 2007 door de kiezer ter discussie gesteld.

Baskenland: positief en negatief nieuws over het taalonderwijs

Taal is een belangrijk element in de natievorming en daarom probeert Madrid het gebruik van regionale talen zoveel mogelijk in te perken. Hoewel het Baskische taalbeleid zeker vruchten heeft afgeworpen, blijf het Castilliaans prominent en vaak overheersend aanwezig in Baskenland. In Araba en Nafarroa en in de grote steden is de toestand van de Baskische taal ondermaats.

Desondanks zit het Baskisch onderwijs (model D) in de lift. In de provincie Nafarroa zullen voor het eerst meer dan 30% van alle leerlingen het model D volgen. De stijging was het sterkst in de tweetalige streek rond Iruñea (Pamplona).

Eind maart maakte de Baskische regering een plan bekend om de taaltoestand in het technisch onderwijs te verbeteren. Nu worden amper één op de vier lessen in het Baskisch gegeven. Enkel in Gipuzkoa verloopt de helft van de lessen in het Baskisch. Verschillende organisaties noemen de plannen van de regering onvoldoende. Blijkbaar begrijpt de Baskische regering niet dat enkel drastische maatregelen effect zullen hebben.

Corsica: nationalisten derde partij

Tijdens de Franse regionale verkiezingen van 21 en 28 maart traden niet minder dan negentien lijsten in het strijdperk op Corsica.

Deze enorme versplintering - een record voor heel Frankrijk - is het gevolg van het clanisme dat sinds jaar en dag de politiek op het eiland in zijn greep houdt. Het systeem is er een van extreem dienstbetoon waardoor mandatarissen hun cliënteel aan zich trachten te binden. Vandaar de atomisering van het politieke landschap rondom vele chefs: zo boden zich alleen al zeven linkse lijsten aan. De Corsicaanse nationalisten hebben dat clanisme altijd principieel bekampt, zonder er altijd zelf immuun voor te zijn.

In de eerste ronde op 21 maart haalde de nationalistische eenheidslijst 'Unione naziunale', onder aanvoering van Edmond Simeoni, 12,14% van de stemmen binnen. Waar in de overige Franse regio's 10% van de stemmen de kiesdrempel vormt om deel te kunnen nemen aan de tweede ronde, volstaat 5% daarvoor in Corsica. Zo bonden de nationalisten op 28 maart de strijd aan met zes overgebleven lijsten. Ze wisten hun stemmentotaal op te krikken tot 17,34% en haalden zodoende acht van de 51 zetels binnen, net zoveel als bij de vorige regionale verkiezingen in 1999. De nationalisten blijven zodoende als derde partij een vaste waarde op het eiland.

Tijdens de besprekingen voor de vorming van een bestuurscoalitie, verklaarde 'Unione naziunale' zich bereid een meerderheid te steunen die zou streven naar meer Corsicaanse autonomie in een sociaal-progressief kader. De uitgestoken hand werd hen zowel ter linker- als ter rechterhand geweigerd. Waarop gekozene Jean-Guy Talamoni, woordvoerder binnen 'Unione naziunale' van de Corsicaanse clandestiene beweging, beklemtoonde hoe onwijs het was om de nationalistische kiezers te isoleren, daar waar de gewapende acties al enige tijd waren opgeschort om het electorale proces een kans te gunnen.

Bijna als een echo op Talamoni's verklaring, vloog op 8 april in Ghisunaccia een groot toeristisch complex van drie verdiepingen de lucht in, waarbij alle dertig appartementen compleet vernield werden. Het gebouw was op dat tijdstip verlaten. De aanslag was de meest spectaculaire van een aantal gelijkaardige acties, waarbij in Calcatoghju, San Ghjulianu en Poghju d'Oletta vijf weekendhuizen werden vernield. De gekozen doelwitten kaderen in de strijd die de Corsicaanse nationalisten al sinds dertig jaar voeren tegen de speculatie in vastgoed op het eiland .

Corsica: Oproer na arrestatie Talamoni

Op 15 april 's voormiddags begeeft Jean-Guy Talamoni zich naar de openingszitting van de Corsicaanse Assemblee. Hij maakt er deel uit van de zopas verkozen achtkoppige nationalistische fractie (zie hierboven). Ondertussen is het gerecht met een huiszoeking gestart in zijn advocatenbureau te Bastia. De stafhouder van de orde van advocaten, Jean-Paul Eon, die daarbij volgens de procedure aanwezig moet zijn, heeft daarna verontwaardigd gereageerd over de manier waarop alles in zijn werk is gegaan. Rechter Courvoye, die het onderzoek leidt, is namelijk Eon thuis komen opplukken en heeft hem pas in de wagen meegedeeld wat hun bestemming was. Dit om het geheim van het onderzoek te garanderen...

Aangekomen bij het kantoor van Talamoni blijkt dit echter belegerd te worden door een meute journalisten die daar reeds sinds de vroege morgen kampeerden. Het is duidelijk dat zij vooraf van de huiszoeking op de hoogte zijn gebracht en dat men van de aanhouding een mediatieke show heeft willen maken, in het kader van de 'strijd tegen het terrorisme'.

Talamoni, ondertussen op de hoogte gebracht van het gebeuren, meldt zich vrijwillig bij Courvoye, wordt gearresteerd en in de vooravond overgevlogen naar Parijs. Daar beschuldigt men hem ervan begin de jaren negentig voor het FLNC (Front de Libération Nationale Corse) fondsen te hebben geworven via een afdreigingsoperatie tegen het reisagentschap Nouvelles Frontières.

Het bericht van Talamoni's arrestatie heeft zich ondertussen als een lopend vuurtje verspreid, en reeds dezelfde avond breken er heftige rellen los voor de prefectuur van Bastia.

Op initiatief van Unione Naziunale en de Corsicaanse anti-repressiecomités wordt gemobiliseerd voor een solidariteitsdag op zaterdag 17 april. Die groeit uit tot een massaal succes. Duizenden manifestanten betogen te Bastia achter de éne slogan Liberta.

Na de ontbinding van de betoging komt het opnieuw tot zware rellen. De prefectuur wordt bestormd en een kantoor van - niet toevallig - Nouvelles Frontières vernield. Vanachter inderhaast opgeworpen barricades bekogelen de demonstranten de ordestrijdkrachten met alles wat niet te heet of te zwaar is. Het oproer duurt tot in de vroege morgenuren.

De dag erna wordt Jean-Guy Talamoni onder voorwaarden vrijgelaten. Bij zijn terugkeer op de luchthaven van Bastia krijgt hij er een triomfantelijk onthaal.

Bretagne: UDB voor het eerst in regionaal parlement

De regionale en kantonale verkiezingen die op 21 en 28 maart in Bretagne plaatsvonden, waren er om niet gauw te vergeten. Het rechtse machtsblok leed een zware nederlaag en moest de controle over het regionale parlement voor het eerst in de geschiedenis aan links laten. De sterke man van de UMP in Bretagne, Josselin de Rohan, was dé grote verliezer, maar had de nederlaag enkel en alleen aan zichzelf te danken. In deze kolommen werd al uitvoerig geschreven over zijn pogingen om het Bretoense schoolnet Diwan te laten doodbloeden, waarschijnlijk één van de weinige strijdpunten die hij had.

Toch waren deze verkiezingen nog om een andere reden historisch. Begin dit jaar werd in deze kolommen al geschreven over de veelbelovende links-regionalistische eenheidslijst in Bretagne (zie Meervoud 93). De Groenen, UDB (Union démocratique bretonne) en linkse onafhankelijken beslisten toen om samen op te komen. Allemaal hadden ze negatieve ervaringen met de PS, die amper regionalistisch is en neoliberaal.

Tijdens de eerste ronde haalde de eenheidslijst maar liefst 9,7% van de stemmen. Daarmee bereikten ze bijna de 10%-grens die deelname aan de tweede stemronde mogelijk maakt. Dankzij dit sterke resultaat zat de eenheidslijst na de eerste stemronde in een sterke onderhandelingspositie met de PS. Tijdens de tweede stemronde wist de links-regionalistische eenheidslijst uiteindelijk 11 zetels binnen te halen, waarvan er 7 naar de Groenen gingen. De UDB kwam voor het eerst in het Bretoense parlement met maar liefst drie vertegenwoordigers: Kristian Guyonvarc'h, Naïg Le Gars en Mona Bras. De sympathieke burgemeester van Karaez (Carhaix) bemachtigde eveneens een zetel.

Ondanks het goede nieuws is de Emsav (de Bretoense beweging) op zijn hoede. De PS blijft de PS en het is helemaal niet zeker dat er nu plots grote toegevingen zullen worden gedaan over de Bretoense taal en cultuur. In principe heeft de PS een comfortabele meerderheid in het parlement en kan het autonoom beslissen welke politiek het voert.

Het departement Liger-Atlantel (Loire-Atlantique), dat tijdens de Tweede Wereldoorlog door Pétain van Bretagne werd losgemaakt, kwam ook in handen van de PS. Patrick Mareschal, die een voorstander is van de hereniging, zou voorzitter worden van de departementale raad. Wie weet maakt hij eindelijk werk van de oude Bretoense eis tot hereniging.

Bretagne: zware straffen op politiek proces tegen ARB

Voor een speciale kamer van Assisenhof in Parijs zijn op 26 maart zware straffen uitgesproken in het ARB-proces. Het proces handelde over 17 van de 40 aanslagen die het Armée revolutionnaire bretonne (ARB) tussen 1993 en 2000 pleegde en de aanslag waarbij een bediende van Mac Donald's om het leven kwam.

De tactiek van de Franse overheid bestond erin om hard op te treden tegen de arrestanten, maar ook om de Emsav zoveel mogelijk in het 'terroristische' verhaal te betrekken. In Meervoud werd meerdere malen bericht over het schandelijke optreden tegen de Bretoense politieke gevangenen.

Vanaf het begin van het proces (zie vorig nummer) wilde de speciale antiterrorismekamer verhinderen dat de elf beklaagden zich als helden zouden verdedigen. Persoonlijke problemen van de beklaagden en geruchten werden breed uitgesmeerd tijdens de processen. Want één ding moest duidelijk worden: de beklaagden waren marginale extremisten.

Desondanks verdedigden de beklaagden zich op een sterke en waardige manier. Al snel bleek dat er geen bewijzen waren in het Mac Donald's-dossier, terwijl het bewijslast in de andere dossiers miniem was.

Uiteindelijk gaf Kristian Georgeault toe dat hij bij enkele oude ARB-aanslagen was betrokken.

Op 23 maart stelde de openbare aanklager het militante discours van de beklaagden aan de kaak. Hij vond het schandalig dat er in Bretagne een algemene druk bestond om de 'terroristen' niet aan te klagen. De gevangenenorganisatie Skoazell Vreizh zou daar in grote mate toe bijdragen! Jammer toch dat er onder de Bretoenen zoiets als solidariteit bestaat.

In het rekwisitoor van de openbare aanklager bleken er geen bewijzen tegen vier beklaagden. Yann Solon en Solenn Georgeault waren door stom toeval in de omgeving van Gaël Roblin toen hij een vals ARB-communiqué verstuurde. De oud-woordvoerder van de links-nationalistische partij Emgann schreef dit communiqué waarin stond dat het ARB zich distantieerde van de aanslag. De aanslag werd echter nooit opgeëist door het ARB. Roblin zou wel hebben toegeven dat hij enkele ARB-communiqués doorgespeelde aan de pers, waardoor de openbare aanklager hem 'clandestiene woordvoerder van een clandestiene organisatie' noemde.

Dit was de strafmaat die door de openbare aanklager werden geëist: vrijspraak voor Jérome Bouthier, Solenn Geourgeault, Paskal Skattolin en Yann Solon. Philippe Jaumouillé: 5 jaar, Alan Solé: 6 jaar, Arnaud Vannier: 8 jaar, Stefan Philippe: 10 jaar, Paskal Laizé: 12 jaar. Gaël Roblin: 15 jaar. Kristian Georgeault: 18 jaar.

Bij de uitspraak van de rechter op 26 maart werden alle beklaagden in het Mac Donald's-dossier vrijgesproken. Naast vier vrijspraken waren dit de straffen: Gaël Roblin: 3 jaar, Arnaud Vannier: 4 jaar, Philippe Jamouillé: 5 jaar, Stefan Philippe en Alan Solé: 6 jaar, Paskal Laizé: 8 jaar en Kristian Georgeault: 11 jaar. Deze uitspraak legt niet alleen zware straffen op, ze bevestigt dat sommige beklaagden verschillende jaren onschuldig in de gevangenis hebben gezeten. Roblin die langer in voorarrest heeft gezeten als zijn straf komt dadelijk vrij.

Het hele proces heeft eens te meer aangetoond hoezeer de Franse overheid erop uit is om de radicale Bretoense beweging te criminaliseren zonder tot een escalatie van het conflict te komen. Dit werd op 5 april bevestigd toen het Openbaar Ministerie op de valreep bekend maakte in beroep te zullen gaan tegen de vrijspraak van Gaël Roblin, Paskal Laizé en Kristian Georgeault in het Mac Donald's-dossier. Wordt vervolgd.

Wie het soms schrijnende verhaal van het proces en de feiten nog eens wil nalezen, kan de oude Meervoudnummers nog eens boven halen of het speciale nummer van Kannadig (het blad van Skoazell Vreizh) bestellen bij Skoazell Vreizh, 3, straed A. Briand, F-44350 Gwenrann (kostprijs 5 euro). .

Catalonië: Valenciaans hooggerechtshof erkent eenheid Catalaanse taal

Volgens het Valenciaans hooggerechtshof is er geen verschil tussen het Catalaans en het Valenciaans. De aanleiding van de uitspraak was de beslissing van de Valenciaanse overheid (onder PP gezag) om een Valenciaanse taaltest op te leggen aan sollicitanten die reeds een diploma Catalaanse filologie op zak hadden.

Verschillende culturele organisaties waren naar de rechtbank gestapt omdat ze de beslissing beschouwen als een poging om de Catalaanse taaleenheid te breken en de Catalaanse natie te verzwakken. De vraag is natuurlijk of het nefaste taalbeleid van de PP, nu snel zal worden teruggeschroefd.

Wales: raadscommissie vraagt meer autonomie

Begin april werd een rapport voorgesteld over de toekomst van de Welshe Raad. Volgens de raadscommissie die het rapport publiceerde, heeft Wales nood aan een echt parlement met wetgevende bevoegdheden en de mogelijkheid om belastingen te innen.

Of er ook effectief meer autonomie komt, valt nog af te wachten. De regerende Labour is verdeeld over de kwestie, terwijl de conservatieven er niet willen van weten. Sowieso duurt het minstens nog tot 2011 voor er meer autonomie kan komen.

De taalorganisatie Cymdeithas yr Iaith Gymraeg herhaalde nogmaals haar eis voor een nieuwe Welsh Language Act, die de verengelsing door inwijking in het noorden moet stoppen. Omdat deze problematiek sociaal-economisch gebonden is, vraagt de organisatie dat ook die bevoegdheden naar Wales zouden komen.

Eind maart noemde Cymdeithas yr Iaith Gymraeg het plan van de Welshe Raad om de verengelsing in het noorden terug te dringen onvoldoende. Door het plan zou de lokale bevolking in sommige huisvestingsprojecten voorrang krijgen.

Koerden: bloedige confrontaties in Syrië

Op 12 maart stelde in Syrië een voetbalwedstrijd de ploegen van Quasmishlé en Deir-el-Zor tegenover elkaar. Quasmishlé, een stad op 600 kilometer ten noordoosten van Damas, is een nagenoeg homogeen Koerdische stad.

Gewapend met knuppels trokken de Arabische supporters van Deir-el-Zor bij hun aankomst door de stad, terwijl zij slogans schreeuwden tegen de voormannen van de twee grote Koerdische partijen, Massoud Barzani en Jahal Talamani, en met portretten zwaaiden voor Saddam Hoessein. Een provocatie van het zuiverste water, als men bedenkt hoe de Iraakse ex-dictator onder de Koerdische minderheid in zijn land bij momenten puur genocidaire slachtingen heeft doen aanrichten. Bij alle Koerden staat daarbij de naam Halabja in het geheugen gebrand, het dorp waar in 1988 bij een chemische uitroeiïngsoperatie meer dan 10.000 gewonden en 5.000 doden vielen.

Toen de zogeheten supporters van Deir-el-Zor winkels begonnen te plunderen en huizen binnenvielen, ontstonden er gevechten in regel met de Koerdische inwoners. Waarna de Syrische ordestrijdkrachten met scherp schoten. Bilan: 14 doden en tientallen gekwetsten. De straatgevechten in Quasmishlé kregen weldra navolging elders, en verspreiden zich als een olievlek in het noordoosten van het land. Het epicentrum van de onlusten werd dan Hassake, de hoofdstad van Syrisch-Koerdistan. Daarbij zou het aantal slachtoffers oplopen tot 150.

De Koerdische minderheid telt, naargelang de bronnen en gebruikte criteria, 1,5 tot 2 miljoen leden op een totale bevolking van 17 miljoen. Hoewel hun leefomstandigheden iets minder negatief uitvallen dan die van hun lotgenoten in de omliggende regio's, zijn zij duidelijk tweederangsburgers. De Koerdische vertegenwoordigers in het Syrische parlement blijken niet meer dan gewillige marionetten in handen van de heersende Baath-partij. Discriminerende maatregelen zijn schering en inslag.

Om maar één flagrant voorbeeld te noemen: na een volkstelling werden 300.000 Koerden als 'vreemdelingen' vervallen verklaard van de Syrische nationaliteit en hun politieke rechten. Wat niet belette dat zij hun dienstplicht moesten verrichten in het Syrische leger...

De Koerdische activisten komen op voor de erkenning van hun taal en cultuur, binnen het kader van de territoriale eenheid van Syrië.

Ondertussen brandmerken de Syrische machthebbers hen als separatisten en handlangers van het buitenland, in casu de Verenigde Staten. De onlusten van 12 maart en later hadden hun weerslag tot in Brussel.

Na de slachtpartij in Quasmishlé trokken Koerdische militanten er naar de Syrische ambassade, klommen er over het hek en hesen er de Koerdische vlag. Nadat zij hun bezetting vrijwillig hadden beëindigd, werden een aantal onder hen gearresteerd. Twaalf onder hen werden promt uitgeleverd aan de Dienst Vreemdelingenzaken.

Berbers: geslaagde boycot Algerijnse verkiezingen

Op 8 april werd Abdelaziz Bouteflika, met stalinistische meerderheid en dankzij het zedig wegkijken van het oppermachtige leger aldaar, tot Algerijns president herverkozen.

In Kabylië, het kernland van de Berbers, klonk het verhaal beduidend anders. Toen Boutiflika op 31 maart in Tizi-Ouzou, de hoofdstad van de regio Groot-Kabylië, een meeting hield, moest dat onder zware legerbescherming gebeuren. Wat niet belette dat Bouteflika uiteindelijk langs een zijdeur de benen moest nemen.

In vroegere toespraken had hij de Berbers voor dwergen uitgescholden waarvan de taal, het tamazight, nooit officieel erkend zou worden. Buiten de meetingzaal richtten honderden tegenbetogers met brandende banden barricaden op, waarna harde confrontaties met de ordestrijdkrachten volgden.

De Aarouch, de overkoepelende federatie van Berbers, had opgeroepen tot het saboteren van de verkiezingen in Kabylië. Op de verkiezingsdag werd de algemene staking een succes. Meer dan 150 kiesbureaus werden in brand gestoken en slechts 17,8% van de Berberse bevolking trok naar de stembus, tegenover 60% van de bevolking elders.

Sinds de 'zwarte lente' van 2001 is de kloof tussen machthebbers en Berbers alleen maar dieper geworden.

Nadat toen in een politiekantoor een Berberscholier was vermoord, braken onlusten uit die meer dan honderd doden eisten.

Het verzet van de Berbers wordt sindsdien gecoördineerd door genoemde Arouch, een traditionele organisatievorm op dorp- en stambasis die functioneert in crisistijden, en die een frontale confrontatie is aangegaan met de centrale Algerijnse staat.