Nummer 97


Sociaal | mei - juni 2004


Waar is het Vlaams profiel van het ACW? (Miel Dullaert)<< Nummer 97

Bij de ACW-top lijkt elke Vlaamse reflex uitgestorven te zijn. Nochtans was het in de christelijke arbeidersbeweging ooit anders. Met het Europees neoliberaal project is het meer dan ooit nodig dat naties, ook de Vlaamse, hun sociaal-economisch lot in eigen handen nemen. In Vlaanderen heeft het ACW als grootste arbeidersorganisatie daarin een essentiële rol te vervullen. Vooral over de vraag hoe de Vlaamse natie haar eigen sociale zekerheid zal uitbouwen.

Zoals bij het ontstaan van de socialistische arbeidersbeweging, was ook bij het ontstaan van de christelijke arbeidersbeweging een Vlaamse reflex aanwezig. Dat gaf in de loop van de twintigste eeuw vanuit de basis vooral, regelmatige opstoten van Vlaamsgezindheid. Het Daensisme ging daarin begin vorige eeuw het verst. Het bundelde de politieke klassenstrijd met de Vlaamse emancipatiestrijd tot op de electorale scène, met priester Daens als boegbeeld.

Met de nederlaag van het Daensisme werd alles wat naar klassenstrijd zweemde taboe en werd zeker geen poging meer ondernomen om de Vlaamse natieopbouw als een onderdeel van de klassenstrijd te zien. De christelijke arbeidersbeweging ontwikkelde zich samen met de kerk en de burgerij tot dé steunpilaar van de Belgische bourgeoisie.

Nadien bleef de pas opgerichte ACW-koepel (met de vakbond ACV, mutualiteiten, later vormingsinstellingen zoals de KWB,...) in zekere mate strijdbaar Vlaamsgezind voor zover oud-Daensisten, ex-Fronters en ex-activisten als leden invloed hadden in de beweging. In het interbellum waren Vlaamse ACV'ers actief voor amnestie van veroordeelde activisten, de vernederlandsing van de Gentse universiteit, de taalwetten. In de jaren zestig werd na de extreem-rechtse ontsporing van het Vlaams-nationalisme de draad terug opgenomen.

Denk aan de Marsen op Brussel en de betoging in Antwerpen in de jaren zestig. ACW-ers 'trokken de kar' voor de vernederlandsing van het bedrijfsleven, werk in eigen streek, enz...

*

Het ACW mag dan wel legitieme Vlaamse eisen mee hebben gerealiseerd, de opbouw van een Vlaamse natie-staat is voor deze organisatie nooit een punt geweest. Na de laatste grote staatshervorming van 1993 is elke Vlaamse reflex bij het ACW topapparaat verdwenen. Bij het ACW en de Waalse tegenhanger MOC (Mouvement Ouvrier Chrétien) met als belangrijkste tak de vakbond ACV, komen op Belgisch niveau de kapitalen, overheidssubsidies, lidgelden samen van de christelijke arbeidersbeweging. De studiediensten zijn bevolkt met universitairen, vaak zoons en dochters van oud kaderleden van de beweging. Als er over de Vlaamse beweging geschreven wordt is het vaak negatief of gefocust op de conservatieve stroming net zoals een bepaalde flamingantische kleinburgerij alleen verzuurd kan spreken over de arbeidersbeweging en de vakbonden. Aan de top van studiediensten, beheer en organisatie werken in het ACW en zijn deeltakken technocraten die christelijk-sociaal geëngageerde taal spreken en tegelijk de illusie voeden dat het neoliberaal model sociaal kan gecorrigeerd worden. Zij belichamen meer de werknemer-belegger dan de werknemer die bedreigd wordt in jobs, inkomen en zijn toekomstperspectief. Met evenveel gemak gaan ACV-kaders zowel naar het Zwitserse Davos, waar de bonzen van het grootkapitaal hun party organiseren, als naar het wereldforum van de antiglobalisten (net zoals vroeger ACV-voorzitter Jef Houthuys lid was van de Trilaterale Commissie waarin de ex-kajotter met de topbankier Rockefeller aan dezelfde tafel dineerde).

Het politiek symbool van het ACW is Jean-Luc Dehaene (met in Brussel zijn oudere politieke broer Jos Chabert). Als eerste-minister paste hij de neoliberale Maastrichtnormen toe, hij ligt als ondervoorzitter van de Conventie voor de Europese Grondwet mede aan de basis van een tekst die, als hij goedgekeurd wordt door de EU-landen, Europa verankert als neoliberaal project. De Vlaamse media cultiveren een volks imago van Dehaene: de gezellige dikkerd werkend in zijn moestuin en supporter van Club Brugge. De media maken hem immens populair maar verbergen handig de bestuurder die van de ene raad van bestuur naar de andere holt in grote kapitalistische bedrijven (zoals Domo, Interbrew, Umicore,...). Sociaal liberalisme en neo-belgicisme gaan bij deze ACW-er hand in hand.

Eén van de belangrijkste politieke feiten in de recente politiek was dat J.L. Dehaene zijn partijgenoot Luc Van den Brande (eveneens ACW) in 1999 belette een nieuwe regering te vormen, ook al was de CVP in Vlaanderen de grootste partij en had zij dus het recht om het initiatief te nemen.

Vorige eeuw, mede onder invloed van een sterke linkerzijde in Europa, leidde het optreden van het ACV in Vlaanderen tot positieve resultaten en bracht de welvaartsstaat tot stand. Nu liggen de kaarten anders. De officiële linkerzijde is sociaal-liberaal geworden. Door een gebrek aan tegengewicht vertoont het patronaat terug een quasi 19e eeuwse mentaliteit. Bij de Amerikaanse multinational Tuperware in Aalst moesten de werknemers dagen in staking gaan om van de directie af te dwingen bij hoge nood hun gevoeg te mogen doen tijdens het werk. Het potentieel aan strijdbaarheid is er, maar het moet o.i. op een verstandige wijze meer geactiveerd worden en niet alleen als de nood hoog is. De vakbond is te weinig interprofessionele eisenbeweging (het was 27 jaar geleden dat het ACV nog eens een congres over meer inkomensgelijkheid organiseerde in oktober 2000). Wel zijn er een aantal lichtpunten. Zo tonen de jongste jaren sommige beroepscentrales zich offensiever tegenover het neoliberaal beleid. Het gaat dan vooral om vakbondscentrales in de openbare en marktgerichte dienstensector. Denk aan de succesvolle strijd van de dokwerkers tegen de neoliberale ontwerprichtlijn van de Europese Commissie, aan de vakbondsacties in de zorgsector (witte woede) en de recente actie van de vakbonden in de grootwarenhuizen (samen met de middenstand) tegen de Verhofstadt-plannen om de openingsuren te verruimen.

Het Vlaams profiel van het ACW is weggedrukt door een neo-belgicisme. Het gevolg van het ACW-conservatisme op dit terrein is dat de strijd voor Vlaams zelfbestuur overwegend ingekleurd wordt door conservatief Vlaanderen.

Het cruciale thema waar de arbeidersbeweging en de Vlaamse beweging elkaar kruisen is het punt van de sociale zekerheid. De splitsing van de sociale zekerheid wordt vaak gemotiveerd "door de onverantwoorde overdrachten, 'transfers', zuur verdiende Vlaamse centen die zomaar als manna worden uitgestrooid over Wallonië". Het is een conservatieve benadering: wezenlijke problemen van een volk herleiden tot een monetair probleem. Er speelt veel meer. Wie aanvaardt dat het Vlaamse volk een natie is die soeverein over essentiële domeinen van zelfbestuur beschikt erkent dat de sociale zekerheid ook tot haar beslissingsbevoegdheid behoort. Daarenboven heeft elk volk zijn sociaal-culturele eigenheid, ook op het domein van de organisatie van de sociale zekerheid (gezondheidsbeleid, pensioenen, arbeidsmarkt,...). De solidariteit waarmee door belgicisten vaak geschermd wordt kan blijven bestaan: bijv. via de nu reeds bestaande Europese Structuurfondsen (ESF's) die regio's steunen die het sociaal-economisch moeilijk hebben, via een door wijlen Antoon Roosens in dit blad gelanceerd Vlaams Marshallplan voor Wallonië. Er kunnen door rechtstreekse onderhandelingen akkoorden worden afgesloten over specifieke solidariteitsmechanismen tussen Vlaanderen en Wallonië. Er kunnen extra impulsen komen vanuit een zelfstandig Vlaanderen om de economische samenwerking te stimuleren.

*

In de gezondheidszorg liggen Vlaamse klemtonen die vaak reeds omgezet zijn in concrete beleidsmaatregelen. Bijv. het ingangsexamen voor de artsenstudies, het belang van de eerstelijnsgezondheidszorg (huisarts) zijn typische maatregelen voor Vlaanderen.

De in de Vlaamse vredesbeweging gekende huisarts Jef De Loof ziet het zo: "De splitsing van het gezondheidsbeleid is wenselijk omdat het om een bij uitstek persoonsgebonden materie gaat... Als Vlaanderen zelf een gezondheidsbeleid zou kunnen ontwikkelen zou het veel progressiever zijn dan dat van Wallonië...". (Meervoud, nr 21, 1996). In het verlengde daarvan velt huisarts en senator voor de SP.A-Spirit Jan Van Duppen (de enige in de SP.A die openlijk voorzitter Robert Stevaert durft te kritiseren) een vernietigend oordeel over de Belgische ziekteverzekering (FET, 12 mei jl.): "De ziekteverzekering is jaren gebruikt als een tomeloze financiering van de farmaceutische en de medische technologische industrie...Vermits de artsen hun inkomen genereren in prestatiebetaalde geneeskunde, diende een demper te worden gezet om die geldverslindende machine te temperen. Zeven jaar later heeft Vlaanderen zijn instroom via de numerus clausus in de artsenopleiding beperkt. Wallonië en Brussel staan in juli voor een toevloed van jonge artsen... Het overaanbod van artsen in Wallonië en Brussel maakt hun sociale situatie nog penibeler en leidt tot oneigenlijke geneeskunde in een systeem van betaling per prestatie...". Hij pleit voor een sociale geneeskunde waar pakweg 900 medicijnen zinvol zijn. Zij moeten volgens hem gratis en op maat worden verstrekt.

In verband met de splitsing van de sociale zekerheid reageert KWB-voorzitter Koen Steel typisch voor het neo-belgicistisch klimaat in de ACW-top (www.kwb.be). "...Sommige Vlaamse politici suggereren dat wij ons sociaal zekerheidsstelsel kunnen redden als we geen rekening houden met de Waalse en Brusselse uitkeringsgerechtigden. ...Elke hervorming van een sociaal zekerheidssysteem die tot gevolg heeft dat Vlaamse, Brusselse of Vlaamse zieken, gepensioneerden of werklozen lagere uitkeringen krijgen is verwerpelijk. Het is niet een Brussels ziekenhuispatiënt of een werkloze uit Charleroi die mijn sociale zekerheidsuitkering op peil moet houden. Daarvoor wil ik een beroep doen op een zo breed mogelijk stelsel waarin zoveel mogelijk mensen naar draagkracht bijdragen. En dus zeker ook de Waalse Albert Frères en Boëls en Vlaamse toppers als de families Lippens, Bekaert, Vanden Avenne en De Clerck. Maar die herverdelingsgedachte komt in het gehakkeltak over de 'onverantwoorde geldstromen' niet voor. Er wordt zelfs bewust over gezwegen: over de fiscale gunstregimes voor grote vermogens, over de beloning van fiscale fraude, over het afschaffen van de hoogste belastingstarieven, over de bijdrageverlagingen allerhande op de rug van de sociale zekerheid zonder dat die extra jobs opleveren". We kunnen tot op zekere hoogte de bekommernissen volgen van de KWB-voorzitter. Maar hij zegt heel wat dingen niet. Wat hij doet is het Vlaams zelfstandigheidsstreven in vraag stellen via kritiek op die delen van de Vlaamse beweging die via de splitsing van de sociale zekerheid een neoliberale agenda uitvoeren (privatiseringen, vergroting van de kloof tussen rijk en arm,...). De kritiek van Steels is eenzijdig als hij verzwijgt dat de Belgische sociale zekerheid de jongste twintig jaar de solidariteit heeft uitgehold, mede door de politiek van de CVP, nu CD&V, waarmee het ACW een bevoorrechte relatie heeft. Het zijn de Waalse Frères en Boëls, en de Vlaamse Lippenssen, Bekaerten, De Clercks,... die van het Belgisch unitarisme en hun politieke vrienden in de CVP gebruik hebben gemaakt om de sociale zekerheid uit te hollen en die Vlaamse én Waalse uitkeringstrekkers hebben doen inleveren. Het zijn de Belgische holdings die Wallonië als een sociaal kerkhof hebben achtergelaten. En getuigt het niet van zwakte, de splitsing van de sociale zekerheid enkel te benaderen als het verwerpen van de neoliberale agenda zonder een positief Vlaams project aan te bieden?

Wat nodig is, is een sociale zekerheid op maat van de cultuur en tradities van de twee volkeren in ons land. Maar dan moet het ACW beginnen met het erkennen dat er een Vlaamse natie bestaat en vooral één die recht heeft op zelfbestuur zeker in het grote neoliberale Europa. Het Belgisch kader is in tijden van neoliberale mondialisering een anachronisme geworden voor de welvaartsstaat. We kijken uit naar het moment dat de ACW-top een progressief Vlaams alternatief voor de sociale zekerheid aan zijn achterban voorlegt en er werk van maakt.