Nummer 98


Interview | juni - juli 2004


Ahmed El Ktibi: "De Vlamingen moeten de rol van grote broer vervullen" (David Cohan)<< Nummer 98

Toen ik de lijst van de verkozenen op de PS-lijst van Brussel onder ogen kreeg viel mij op dat de kiezers meer op bepaalde personen hadden gestemd dan op eender welke andere lijst. De franstaligen te Brussel hadden de mogelijkheid op 72 kandidaten te stemmen op één en dezelfde lijst. Zo werd Mohamed Lahlali op de 37ste plaats verkozen met 2.518 voorkeurstemmen en Michel Moock op de 15de plaats met 1.496 voorkeurstemmen niet. Kandidaten op de 19de, 29ste, 35ste, 37ste, 44ste, 60ste, 69ste en natuurlijk Freddy Thielemans, de burgemeester van Brussel, op de laatste plaats, werden verkozen. Volgens een oppervlakkige analyse op basis van de voor ons vreemd klinkende namen zijn niet minder dan 14 van de 25 verkozenen 'nieuwe Belgen'. Ik pikte er willekeurig iemand uit, met name Ahmed El Ktibi, op de 29ste plaats met 3.114 voorkeurstemmen.

Afspraak bij Mission Locale Jeune de Saint-Gilles. In afwachting kijk ik Le Village Mondial, het 14de nummer van mai/juin/juillet in. Op de eerste pagina wordt in zes talen naar pagina 3 verwezen waar het onderwerp: "Een moeilijk geworden zaak: die van de huisvesting in Brussel en alles weten over de sociale huisvesting in Sint-Gillis" uitsluitend in het Frans behandeld wordt. De helft van de gezinnen (200.000) zouden recht hebben op een sociale woning. 23.500 staan op de wachtlijst.
Ahmed El Ktibi komt mij halen.
Hij is met zijn ouders naar Nederland geëmigreerd maar dertig jaar geleden naar België gekomen omwille van de taal. Studeerde voor sociaal assistent, werkte een tijdje en haalde daarna aan de ULB het diploma van licentiaat in de sociale wetenschappen, en werkte tot nu toe inde sociale sector. Sinds vijf jaar is El Ktibi médiateur in Sint-Gillis, een plaats die hij nu opgeeft om in het parlement van het Brussels gewest te zetelen en in de Brusselse gemeente waar hij reeds verkozen was. Hij is 49 jaar, getrouwd, en heeft drie kinderen, zo stelt hij zich voor.

- Waarom stelde u zich kandidaat op de lijst van de PS?

El Ktibi: Ik ben al een heel tijdje actief bij de PS en stelde mij reeds driemaal voor. Ik haalde wel een goede score maar net niet genoeg om verkozen te zijn. Reeds in de jaren zeventig, als student, was ik militant in de linkse beweging voor gelijkheid, tegen racisme, voor de derde wereld. En zo kwam ik einde 1989 in Sint-Gillis terecht, een gemeente die toen dor de socialisten werd bestuurd en zo ben ik bij Mission Locale, een gemeentelijke instelling, beginnen te werken. Mission Locale wordt deels bestuurd door de autoriteiten, in Sint-Gillis zijn dat dus de socialisten. Zo bevond ik me steeds in een socialistische omgeving, en was het zelfs geen keuze meer maar een logisch gevolg, een vanzelfsprekendheid dat ik op de lijst van de PS terecht kwam

Hoe komt het dat op de PS, en niet op andere lijsten, velen zijn verkozen door voorkeurstemmen?

El Ktibi: Wij weten dat de partijen die vooraan staan op de kieslijst en dat de volgorde van de namen op een partijlijst de verkiesbaarheid vergroot. Daarom hebben wij voortdurend de mensen erop gewezen dat ze een stem moesten uitbrengen op een naam. Door niet vooraan of achteraan op de lijst te staan verliest men een zeker percentage voorkeurstemmen, maar het feit dat we de mensen daar constant op gewezen hebben heeft wel resultaat opgeleverd. Ik persoonlijk heb campagne gevoerd om op drie personen te stemmen: op mij, en op twee van mijn bazen, Charles Picqué in Sint-Gillis en Freddy Thielemans in Brussel. Ik had een foto met ons drieën, en aan vrienden en kennissen vroeg ik om voor ons drieën te stemmen. Vermits ik in Sint-Gillis al jaren in allerlei comités zit, kennen vele mensen mij. Soms van vroeger. Ze telefoneerden mij om te zeggen dat ze ergens mijn foto hadden zien hangen. De laatste weken voor de verkiezingen is er een mobilisatie, maar dat lukt alleen maar als je er jaren voordien aan gewerkt hebt. De mensen die verkozen zijn, zijn dan ook geen onbekenden bij de immigranten. Het is dan ook geen toeval dat een groot deel van de immigranten een voorkeurstem hebben uitgebracht.

- Is de manier waarop het Brussels Gewest bestuurd wordt, met een verplichte deelname van de Vlamingen, volgens u correct?

El Ktibi: Daar stelt u een moeilijke vraag. Toen ik in België kwam waren de meeste taal- en gemeenschapsovereenkomsten reeds in voege. Ik denk dat de oplossingen, die soms heel ingewikkeld zijn, toelaten om samen te leven in vrede en harmonie. Wat denk ik van Brussel? Wel ja, Brussel is tweetalig, er is een Vlaamse minderheid, maar die heeft heel wat rechten, en een franstalige meerderheid met een heel diverse bevolking. Ik denk dat Brussel geleerd heeft om in die verscheidenheid te leven. Het grootste probleem dat ik zie, en waar ik mee geconfronteerd word, is de taal. Veel minder de verschillen in cultuur. Als sociaal werker kom ik sinds jaren steeds opnieuw mensen tegen die problemen hebben met het spreken van de Nederlandse taal. Dit verhindert hen om werk te vinden, om hogerop te klimmen op de sociale ladder. Dat is ècht een probleem. Ik heb de indruk dat het nu noodzakelijk is om de tweede taal op een grondiger manier aan te leren. Het wordt nodig om op een normale manier in Brussel te kunnen leven. Maar Brussel zit heel complex in mekaar.

- Moeten de verschillende cultuurgemeenschappen wat meer bevoegdheden krijgen in Brussel?

El Ktibi: Ik ben zelf een immigrant maar ben tegen iedere uitbreiding van de erkenning van andere gemeenschappen. In Sint-Gillis leven mensen uit 131 verschillende nationaliteiten. We moeten wel toelaten dat ze kunnen bewaren wat positief is uit hun culturele achtergrond. Dat zijn gewoon de rechten van de mens. Ik weet dat men in Vlaanderen wil communiceren met immigranten, maar dat men dan met de verschillende gemeenschappen onderhandelt. Persoonlijk vind ik dit geen goed systeem, zelfs gevaarlijk. Men geeft bijvoorbeeld subsidies aan de Marokkaanse of Turkse gemeenschap in Vlaanderen. Dat doet de Franse Gemeenschap niet. Wij financieren geen Turkse, Marokkaanse of Senegalese groepen in de Franse Gemeenschap. Wij financieren projecten. Natuurlijk, als we een project goedkeuren in het centrum van Sint-Jans-Molenbeek zullen daar geen Amerikanen bij betrokken zijn, dat spreekt vanzelf. Dat zullen in meerderheid van origine Marokkanen of Afrikanen zijn. Maar wij subsidiëren een project en niet een gemeenschap. Dat is een groot verschil. Ze vragen hun project te erkennen, om een financiële bijdrage voor hun project, maar niet in de hoedanigheid van lid van een vreemde gemeenschap. Het project moet een algemeen belang hebben en niet alleen ten goede komen aan één bepaalde groep. Als de Franse Gemeenschap een jongerencentrum in laag Sint-Gillis subsidieert dan financiert ze niet Marokkaanse jongeren, dan financiert ze jongeren uit laag Sint-Gillis. Maar in die wijk wonen alleen maar mensen van Marokkaanse oorsprong. Daar is er dus al een gettovorming. Er zijn scholen waar alleen jongeren van Marokkaanse afkomst studeren. Dan subsidiëren wij geen Marokkaanse scholen maar openbare Belgische scholen. Dat is een totaal andere filosofie, en dat heeft zijn belang. We moeten samenwerken want 80% van de problemen in onze samenleving zijn niet gemeenschapsgebonden. Men moet de gemeenschappen respecteren, maar niet alles plannen in functie van die gemeenschappen. Een Vlaamse schepen installeren alleen omdat hij Vlaams is schept een probleem. Men kan schepen zijn omdat men verkozen is. Men moet werken aan de basis. Een schepen installeren omwille van zijn Marokkaanse origine is verkeerd. Ik ben al dertig jaar in België en iedere dag leer ik bij. Hoe gaan de Franse en Vlaamse gemeenschap reageren op de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde? Ik neem geen standpunt in als Franstalige. Ik verdedig niet een Franstalig standpunt omdat het een Franstalig standpunt is. Ik probeer ieders standpunt te begrijpen. Ik weet ook dat de Vlamingen een grote bijdrage leveren aan Brussel, maar ze zijn ook veeleisend. Er zijn nog vele zaken die geregeld moeten worden. Er zijn de faciliteitengemeenten. Het is moeilijk om over Brussel te spreken zonder te spreken over de andere (taal)problemen. Iedereen heeft schrik om het debat daarover te openen. Er wordt gemarchandeerd, gechanteerd en ik weet niet of de bevolking daarmee gediend is. Ik denk het niet. Ja, er wordt geklaagd dat veel Vlamingen in Brussel komen werken, maar er geen belastingen betalen. Er zijn er zelfs die een vergoeding krijgen om in Brussel te komen werken. Langs beide kanten worden soms extreme standpunten ingenomen en dat maakt de zaken nog ingewikkelder.

- Wat denkt u over de ongecontroleerde transfers van Vlaanderen naar Wallonië? Kan Di Rupo dit blijven negeren?

El Ktibi: Er is heel wat demagogie in deze bewering. Di Rupo is iemand die veel luistert, die werkt met consensus. Hij stelt een goede verstandhouding met de Vlamingen op prijs. Hij is zelf een kind van de immigratie en sleurt geen Belgisch verleden met zich mee.

Maar er is ook waardigheid in het spel. Als iemand die economisch sterker is zegt: opgepast, ik geef u veel geld en ga controleren wat u daarmee doet, is dat voor de betrokkene vernederend. Vandaar dat er een antwoord komt van: het is niet omdat je de grootste bent dat ik moet uitvoeren wat je vraagt. Het is een manier om zich te verdedigen. Ik geloof niet dat de Nederlandstaligen in die richting moeten verder gaan. Ik vind dat als je de sterkste bent, dat je dan ook het vriendelijkst moet zijn, meer begripvol. Dan moet je andere middelen gebruiken dan de stok. De Vlamingen zouden een betere rol moeten vervullen. Die van grote broer. Ik weet dat het Vlaams Blok deze houding belet. Ik weet dat sommige Franssprekenden op hun borst kloppen en ook een nationalistisch standpunt verdedigen. Nu ik in het parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ga zetelen zijn dit zaken die ik zeker van nabij zal volgen en bestuderen. Natuurlijk zit ik in de structuur van mijn partij, wat niet belet dat een individu met een eigen persoonlijkheid een andere rol kan spelen, niet die van oppositie, maar een belangrijke rol. Een partij is een groep individuen die elk hun eigen accent kunnen leggen. Ik ken heel wat nieuwe verkozenen en het zijn redelijke mensen, met verantwoordelijkheid, en die open staan voor iedereen die voorstander is van minzame onderhandelingen, maar die voor solidariteit zijn. De nieuwe gekozenen staan dichter bij de solidariteit met de anderen en voor samenwerking, want het is hun verleden dat hen zo gevormd heeft.

- Maakt het succes van het Vlaams Blok u bang?

El Ktibi: Het maakt mij banger in Vlaanderen dan in Brussel. In Brussel vormen ze een minoriteit van een minoriteit, zelfs al hebben ze heel wat stemmen behaald. Antwerpen b.v. maakt mij heel bang. Twee jaar geleden was ik samen met een delegatie aan het vergaderen en toevallig zat ik naast een afgevaardigde van het Vlaams Blok. Ze worden steeds talrijker, sterker en de grootste partij in Antwerpen. Er gaan stemmen op die zeggen: waarom ze niet laten meeregeren om te zien wat ze ervan terechtbrengen. Dat maakt mij bang. Ik zou met mijn kinderen niet in Antwerpen willen wonen. Het is nochtans een mooie historische stad waar men een zekere periode meer Frans dan Nederlands sprak, maar goed, de tijden zijn veranderd. De intellectuelen in de negentiende begin twintigste eeuw spraken Frans. Ikzelf was in de jaren zestig met vrienden in Antwerpen en ik ontmoette er Vlamingen die beter Frans spraken dan ik. Het programma van het Vlaams Blok, de tien punten die ik in Le Soir las, maken mij bang. Bijvoorbeeld: alle vreemdelingen en de genaturaliseerden van de laatste jaren moeten voldoen aan een aantal voorwaarden, zo niet... dat soort zaken. Ik baseer mij niet alleen op Le Soir. Ik lees ook andere kranten, internet... Ik praat met vrienden. Ik verwijt een beetje de democratische Vlaamse partijen dat ze het Vlaams Blok op gelijkwaardige voet behandelen. Ze komen op TV, krijgen dezelfde rechten als de andere partijen, en kom mij niet vertellen dat het Vlaams Blok een partij is als een andere. Het zijn fascisten, en in een democratisch stelsel kunnen kiezers massaal stemmen op die partij. Het is vooral een Vlaams probleem. Als ze morgen nog meer stemmen halen, wordt Vlaanderen onbestuurbaar. Dat maakt mij bang, en mij niet alleen. Ik ontmoet Vlamingen die er net zo over denken. Er zijn drie zaken die ik onaanvaardbaar vind, dat is de haat tegenover alle vreemdelingen, het Vlaams nationalisme, ze moeten niet veel van de Franstaligen hebben, ook al probeerde het Vlaams Blok in Brussel de Franstaligen te gebruiken, en ze zijn in hun geheel genomen conservatief. Als we sommigen moeten geloven zou heel de Franstalige Gemeenschap verantwoordelijk zijn voor het succes van het Vlaams Blok. Dat is een grote fout. Het Vlaams Blok wil toch dat België niet meer bestaat en wat doen de andere Vlaamse partijen daaraan? Er is misschien in Vlaanderen een tendens tot separatisme en alleen het Vlaams Blok zegt het luidop. Ik denk dat, om het Vlaams Blok de pas af te snijden de andere partijen het Vlaams Blok achterna hollen, maar zoals Le Pen zei, de mensen gaan stemmen voor het origineel en niet voor een kopie. Indien Vlaanderen wat meer contact zou hebben met de rest van het land zou het al veel beter gaan. Ik ben ervan overtuigd dat, als de andere partijen goed werk leveren, dat het Vlaams Blok dan achteruit gaat, vooral in Brussel. Want hier stelt het Vlaams Blok niet zo een groot probleem. Wie stemt er voor extreem-rechts? Het zijn mensen die schrik hebben want er is een zekere onveiligheid, er is een probleem met delinquenten, een probleem met illegalen en het feit van de grote werkloosheid. Maar als we goed werk leveren ben ik zeker dat extreem-rechts achteruitgaat. In Brussel-stad had extreem rechts vier zetels, bij de laatste verkiezingen bleven er twee over. De volgende verkiezingen zullen ze misschien verdwijnen. In Sint-Gillis is extreem-rechts gewoon verdwenen, en dit is te danken aan Charles Picqué en zijn ploeg. Maar in Vlaanderen, zelfs als de partijen goed werken, zal het Vlaams Blok geen stemmen verliezen. Want in Vlaanderen hebben ze historische wortels, wat niet het geval is in Brussel. Daarom maak ik een onderscheid tussen Brussel en Vlaanderen. In Vlaanderen hebben jullie een echte kanker en ik weet niet of die zich zal stabiliseren of veralgemenen. Hij zal morgen niet verdwijnen, dat staat vast.

Speelt de onveiligheid daarin mee, zeker wel. Maar dat kan voor een groot deel opgelost worden. Ik geef een voorbeeld aan de hand van het werk dat ik hier doe in de 'Mission Locale'. Ik werk reeds veertien jaar in Sint-Gillis in een project dat we noemen 'co-habitation'. We hadden hier in de jaren negentig een groepje kleine dealers, die bevoorraad werden door grote dealers die op hun beurt bevoorraad werden door de bazen die je nooit te zien krijgt. En rond dat groepje dealers had je een veel grotere bende jongeren die ik omschrijf als slachtoffers van de dealers. Jongeren die soms van school weg blijven die langs de straat slenteren, die groepjes vormen die de voorbijgangers, een drankgelegenheid of restaurant lastig vallen. Soms kwam de politie toevallig voorbij en werden stenen geworpen naar de politiewagen. Als de politie ingreep stond er onmiddellijk een grotere groep jongeren rond de politie en de problemen werden nog groter. Wat hebben wij gedaan? Wij hebben heel wat rondhangende jongeren kunnen overhalen om zich te integreren in het verenigingsleven. We hebben ervoor gezorgd dat de ouders zich in de wijk verenigden om samen met de sociale werkers, met politici met de politie van gedachten te wisselen over de problemen. Jongeren die nu wat groter zijn, zijn nu zelf wijkbemiddelaar geworden en hebben nu een positieve invloed op de jeugd. We hebben wijkfeesten georganiseerd. Wijken die vroeger ontoegankelijk waren, daar is het contact hersteld. Wij organiseren zomerfeesten waar twee, drieduizend mensen komen zonder dat zich problemen voordoen, een succes. En dit op enkele jaren tijd. Als er zich nu ergere problemen voordoen die van buiten onze gemeentegrenzen komen, dan is dit werk voor de politie. Als men zich structureert kan men de problemen aan. Toen Charles Picqué zich installeerde in het Brussel Gewest heeft hij iedere gemeente verplicht een samenlevingsproject op poten te zetten door bijeenkomsten te organiseren met verschillende instanties en het publiek, en zich te organiseren per wijk.

- We hebben het gehad over bang zijn voor het Vlaams Blok, maar kunt u ook begrijpen dat er mensen zijn die bang zijn van de Islam?

El Ktibi: Dat begrijp ik volkomen. Men heeft altijd schrik van het onbekende. Met wat men hoort in de media, ik zeg niet dat ze altijd ongelijk hebben, komt de Islam slecht over. De Islam bestaat al lang. Had men schrik van de Islam in de jaren vijftig, zestig? Maken dertig miljoen islamieten problemen in Europa? Natuurlijk is er Algerije, Iran, Palestina, Irak. Al deze gebeurtenissen maken dat vele mensen de neiging hebben om de Islam te bekritiseren om ongegronde redenen. De islamieten voelen zich bedreigd. Soms werden mij tijdens mijn kiescampagne vragen gesteld in verband met de Islam. Er is dus onbegrip in beide kampen en dat bemoeilijkt de situatie. Er zijn enkele groepen die men islamist kan noemen. Maar bij de verkiezingen hebben ze zeer weinig succes gehad. De grote meerderheid van de islamieten hebben niet op hun gestemd. De mensen zijn niet gek. De meerderheid van de islamieten vormen geen probleem. De meerderheid van de moskees in België of Brussel geven geen problemen. Het is een kleine minderheid die problemen schept en het ligt eraan op welke manier de situatie geanalyseerd wordt, of we erin zullen slagen de problemen te neutraliseren, dan wel dat de boel uit de hand loopt. De islam moet zich organiseren. Hij moet zich goed organiseren, hetgeen nu niet het geval is. Er is de moslim-executieve. Zij moet gesteund worden, alleen al om erger te voorkomen. De westerse man of vrouw zien nieuwe volkeren die zich in hun buurt vestigen. Ze zien gesluierde vrouwen. Ze zien vrouwen in shalaba, mannen met baarden en puntpantoffels. Ze zien bepaalde zaken op televisie.

Mensen die dat niet gewoon zijn voelen zich bedreigd. We moeten de mensen tolerantie bijbrengen, en erop letten dat de rechtstaat gerespecteerd wordt, altijd en op elk gebied. De moslims kunnen leven in vrijheid zoals iedereen hier. Bovendien wordt België in het algemeen erg gewaardeerd door de moslims. Misschien juist omwille van zijn tolerantie. Het is voor velen van hen niet makkelijk. Een gezin afkomstig uit ergens een klein dorpje, dat hier dertig jaar in onzekerheid heeft geleefd, met kinderen die hun draai niet vinden, die zich in zichzelf keren, die schrik hebben ook al leven ze hier in een democratisch land. Hoe meer ze uitgesloten worden op gebied van onderwijs, werkgelegenheid, hoe meer zij zichzelf zullen isoleren. Maar de meesten zijn mensen zoals jij en ik. De islamieten zijn geen bedreiging voor de Westerse beschaving. Integendeel, wij maken deel uit van die beschaving. Natuurlijk zijn er problemen, maar dat komt door de omstandigheden, door de gettovorming, door ontgoocheling, door de erediensten. De zaken zullen beteren als we zelf het onderwijs goed organiseren, misschien door het oprichten van een islamfaculteit op dezelfde manier als de andere godsdiensten. De functie van een imam is niet prediken, zijn functie is de mensen te vormen, dat is iets anders. Imams die stommiteiten zeggen, die zijn er. Er was een tijd dat de imams betaald werden vanuit Saoedi-Arabië, maar die tijd is voorbij. De Turkse moskeeën worden wel door hun thuisland gecontroleerd. En daar ben ik geen voorstander van. Ik denk niet dat dit het geval is voor de Marokkaanse moskeeën. Het zijn de moskeegangers die gezamenlijk bijdragen voor het onderhoud van de imam. We weten niet altijd of de opleiding in het buitenland tot imam op een grondige manier is gebeurd. Al er imams zijn die in de moskee opruiende taal gebruiken kunnen eenvoudige mensen dat voor waarheid aannemen. We moeten hen helpen zich te organiseren en hun bijbrengen dat we het goed met hun menen, want er zijn er die er anders over denken. Het probleem met de hoofddoek dan. De meeste vrouwen dragen geen hoofddoek. Als men dat verbiedt op school, gaan ze zich afvragen waarom ze zelf geen islamitische school oprichten. Zij hebben het recht dat te doen, zoals de katholieke, joodse scholen. Als we die richting uitgaan dan is de kans groot dat we naar een totale scheiding gaan. Ik ben voorstander van openbare scholen waar de islam zijn plaats heeft zoals de andere godsdiensten. Maar godsdienstlessen gegeven door mensen met verantwoordelijkheidszin.

- Moet men toch niet wat strenger optreden tegen kleine misbruiken die dan naderhand uit de hand kunnen lopen?

El Ktibi: Dat is een heel gevoelig punt. Als je zegt strenger, wil dat zeggen verbieden. Als men iets verbiedt, stelt dat nadien grotere problemen. Men moet uitleggen waarom. Heel wat islamieten kennen hun rechten en stellen zich de vraag: wie bent u om zo te spreken om mij iets te verbieden. Als men zich in België komt vestigen moet men zich de gewoonten van hier eigen maken. Men moet zich vrij en onafhankelijk kunnen voelen en men moet werken in het kader van de samenleving waarin zij leven. Want niet alles wat ze met zich meebrengen uit het land van hun origine is goed. Om die reden verkies ik dat de leraars islam hier in België gevormd worden, ook in de taal van het land. Dat zal de moslims het gevoel geven dat ze behandeld worden zoals de anderen. Want vele mensen hebben het gevoel dat ze niet welkom zijn, en spreken mij daarover aan: kijk maar naar Tsjetsjenië, Palestina, Irak, Algerije. Ze voelen zich een beetje martelaar, slachtoffer, ongelukkig. Niet iedereen denkt zo, maar er zijn er. Daarom moet men de Islam behandelen zoals de andere godsdiensten. In een democratisch land kan men iedereen gelijke kansen geven en moet iedereen de andere respecteren. Tijdens mijn kiescampagne vroegen gesluierde meisjes mij waarom ik in mijn programma niet sprak over de sluier, terwijl je zelf moslim bent. Ik heb hun gezegd dat ik een Belgische kandidaat ben die zich in de eerste plaats bezighoudt met de problemen van alle Belgen en voor mij is het belangrijkste probleem niet de hoofddoek , maar de sociale toestanden, daar zijn de mensen mee begaan. Maar persoonlijk ben ik tegen een wet die de hoofdsluier zou verbieden, zoals het in Frankrijk gaat gebeuren. De PS is daar ook tegen. Als de hoofddoek wettelijk verboden wordt gaat men problemen scheppen die wij nooit zullen kunnen oplossen. In Frankrijk zijn de problemen reeds begonnen. In België stelde het probleem zich lange tijd niet. Het is begonnen op enkele plaatsen, ondermeer in het atheneum van Brussel toen enkele meisjes, misschien gesteund door een extremistische groep, totaal gesluierd op school verschenen. Dit was werkelijk al te gek. Dat is inderdaad verboden, alleen al voor de veiligheid. Maar dit gedrag werd overgedramatiseerd. Er werden vergaderingen belegd, discussie op discussie gehouden. Er waren er zelfs die zeiden: België geeft rechten aan homoseksuelen maar de moslims beletten ze naar school te gaan. Je kunt pas met de mensen in discussie gaan over hun gedrag als je eerst aantoont dat je ze respecteert. Maar in elk geval moet ieder individu de rechtstaat respecteren.