Nummer 99


Interview met oud-europarlementslid Koldo Gorostiaga (Batasuna) | september 2004


Een andere kijk op de Spaanse 'strijd tegen het terrorisme' (Jan Verdoocken)<< Nummer 99

Als we de Spaanse politieke klasse mogen geloven, dan behoort hij tot het netwerk van een terroristische organisatie. In 2002 werd zijn partij, het links-nationalistische Batasuna, botweg verboden omdat het banden zou hebben met de Baskische bevrijdingsorganisatie ETA. Hoewel het verbod een bijzonder ingrijpende maatregel was, werden er nauwelijks vragen bij gesteld in de Spaanse en buitenlandse pers. Omwille van het beruchte verbod kon hij als europarlementslid niet opnieuw deelnemen aan de verkiezingen.

Meervoud vond het belangrijk om hem nog even aan het woord te laten vooraleer hij Brussel moet verlaten. Het werd een opmerkelijk gesprek, niet met een snode terrorist, maar met een open en beminnelijk man, die zonder de minste verbittering vertelde over het wedervaren zijn land Euskal Herria.

- Naar aanleiding van de bomaanslagen in Madrid (11 maart jl.) sloot José María Aznar zijn omstreden loopbaan als Spaanse premier op een wel erg oneervolle manier af. Was het aantreden van Aznar in 1996 een belangrijk keerpunt in de Baskische politieke geschiedenis?

Koldo Gorostiaga: Ja, ik denk het wel. Laat ik mijn verhaal beginnen bij de dood van dictator Franco in 1975. Na hem kwam er een rechtse regering onder leiding van Adolfo Suárez (chef van de eenheidspartij en minister onder Franco n.v.d.r.) die op een behendige manier zorgde voor de overgang (de zgn. Transición) van het Franquisme naar de 'democratie'. Hij heeft de Spaanse grondwet voorgesteld en garandeerde zonder problemen het voortbestaan van de monarchie die door Franco werd gecreëerd. Voor alle duidelijkheid: het was dictator Franco die de huidige koning Juan Carlos benoemde.
Na de hervormingsgezinde rechtse regering van Adolfo Suárez, kwam er in 1982 een socialistische regering tot 1996. In dat jaar kwam rechts opnieuw aan de macht met Aznar. Maar deze keer was het niet het 'hervormingsgezinde rechts', nee, het was een rechts dat de hervormingen die tot dan toe waren gerealiseerd, probeerde tegen te houden. Het was een rechts dat teruggreep naar het Franquistisch staatsmodel, maar dan in een andere verpakking.

- Maar is er dan nooit een epuratie geweest na de Franco-dictatuur?

Koldo Gorostiaga: Nee, nee, nooit. Niet één hoge functionaris of rechter is na 40 jaar dictatuur ontslagen of opzij geschoven. In verband daarmee mag je niet vergeten dat er in 1978 een amnestiewet is gekomen. Het was een wet die zich richtte tot de anti-Franquisten, die amnestie kregen! Eigenlijk ging het dus om een stilzwijgende amnestie voor de Franquisten, zeg maar een 'zelf-amnestiëring'. Na de dictatuur heeft niemand zich moeten verantwoorden, zodat er nooit sprake is geweest van een breuk met het Franquisme. Spanje is de enige staat in Europa waarin er na een fascistische dictatuur geen straffen zijn gevallen. In Italië, maar ook in Frankrijk bijvoorbeeld zijn verantwoordelijken wèl gestraft. Ondanks de hervormingen van Suárez bleven de structuren van Franco dus intact.

- Terug naar 1996...

Koldo Gorostiaga: Het fenomeen Aznar dat in 1996 verschijnt, is zoals gezegd een fenomeen van 'involutie'; een terugkeer naar het verleden. Aznar is een Franquist die meent dat de 'democratische' hervormingen te ver zijn gegaan. Zijn doel was om die veranderingen terug te schroeven. Hij kon profiteren van de crisis die de socialisten doormaakten, nadat duidelijk werd dat ze zich schuldig hadden gemaakt aan staatsterrorisme tegen de Basken. Toen uitlekte dat het Spaanse ministerie van binnenlandse zaken de terreurorganisatie GAL financierde om verdachte Basken - voornamelijk in Frans-Baskenland - te folteren en te vermoorden, kwam er een einde aan het socialistische bestuur in Madrid. Toevallig of niet, maar acht jaar later, in maart van dit jaar, struikelde het rechts-conservatieve bestuur in Madrid opnieuw over Baskenland, wanneer Aznar de aanslag van Madrid in de schoenen van de ETA probeerde te schuiven.

- Aznar heeft zich toch niet schuldig gemaakt aan het financieren van anti-Baskische paramilitairen?

Koldo Gorostiaga: Nee. Hij heeft geleerd dat het staatsterrorisme van de socialisten te gevaarlijk was. Want uiteindelijk zijn er altijd lekken. Aznar gooide het over een andere boeg. Voor zijn staatsterrorisme gebruikte hij het institutionele kader van de staat. Met alle mogelijke middelen werd de rechtsstaat uitgehold en dus ook de democratie. Het model Aznar is niet meer dan de vernietiging van de democratie. In de eerste regeerperiode had hij nog de steun nodig van de Catalaanse en Baskische nationalisten en bleef zijn repressiepolitiek vrij beperkt. Maar toen hij in 2000 de volstrekte meerderheid haalde gebruikte hij het hele staatsapparaat, zonder enige beperking, tegen het Baskische onafhankelijkheidsstreven. Vanaf dat moment keert Aznar zich tegen elk nationalisme (het Baskische, het Catalaanse ... behalve het Spaanse) en daarin vindt hij de uitzonderlijk doeltreffende en onvermoeibare steun van de socialisten. Laten we niet vergeten dat het de socialisten waren die met de regering-Aznar het 'Antiterroristisch Pact' sloten. Het is dus niet Aznar die dit pact heeft uitgevonden: het zijn de socialisten. In de preambule staat waarover het pact in essentie gaat: het 'recht op zelfbeschikking' is de strategie van de ETA. Dus iedereen die het zelfbeschikkingsrecht voor Baskenland verdedigt, behoort tot de ETA. Nu moet je weten dat onder impuls van de gematigd nationalistische partij EAJ-PNV enkele jaren eerder in het Baskische parlement dit zelfbeschikkingsrecht met een meerderheid werd goedgekeurd. Daarom ging Aznar ook in de aanval tegen de EAJ-PNV en haar radicale voorzitter Arzalluz. Paradoxaal genoeg was de publieke vijand nummer 1 van de regering Aznar-2 niet ETA maar Arzalluz en de stroming in de partij die naar de onafhankelijkheid streeft.

- Op dat ogenblik kwam er ook een Baskische regering zonder de deelname van een Spaanse partij.

Koldo Gorostiaga: Ja, ook dat droeg bij tot de totale breuk in de dialoog tussen Madrid en de Baskische regering onder leiding van de EAJ-PNV. Er was geen enkel contact meer en de aanvallen gebeurden systematisch. Voor ons linkse nationalisten was het al heel snel duidelijk dat Aznar elke beweging buiten de wet wou stellen die direct of indirect aanstuurde op de onafhankelijkheid.

- Maar dan heeft Aznar de wetgeving toch moeten aanpassen.

Koldo Gorostiaga: Natuurlijk, en daarin heeft hij steeds de volledige steun gekregen van de socialisten. Zelfs de oud-communisten (IU, Verenigd Links) steunden hem meestal. De hevige aanvallen tegen Baskenland na de aanslagen van 11 maart, hebben aangetoond hoezeer het Spaans-nationalisme onder de regering-Aznar ontspoord is geraakt. Bovendien is het Spaans-nationalisme zo belangrijk geworden dat in afwezigheid hiervan geen verkiezingen meer kunt winnen. Na hun electorale zegen is de grootste uitdaging voor de socialisten om een eigen koers uit te zetten, los van de PP. Daarbij mogen ze niet te zeer afbreuk te doen aan de Spaans-nationalistische gevoelens van de kiezer. Want vanuit de oppositie waakt de PP als bezeten over het blazoen van het Spaans-nationalisme. Daarom kan de PSOE zich dus niet te ver wagen van de hypernationalistische lijn van de PP. De Europese verkiezingen toonden trouwens maar een miniem verschil tussen de PSOE en de PP.
Ik denk dat het belangrijk is om te beseffen dat de PSOE heel weinig of geen speelruimte heeft. Want zelfs al is de toon van hun discours veel flexibeler en opener geworden, in de feiten is er niets veranderd. Hun afkeurende houding tegenover het plan Ibarretxe bijvoorbeeld, toont dat ze de gevangene zijn van het Spaans-nationalisme. Als de socialisten het Baskische probleem willen oplossen, dan zullen ze hoe dan ook afstand moeten nemen van dat enge staatsnationalisme.

- In de kolommen van dit blad hebben we sinds 1996 maar al te vaak sluitingen moeten melden van allerlei Baskische organisaties en media door de Spaanse justitie. Uiteindelijk is ook uw partij Batasuna verboden, waardoor u niet meer kon deelnemen aan de Europese verkiezingen.

Koldo Gorostiaga: Dat klopt, maar twee feiten mogen niet door mekaar worden gehaald. Er is het verbod tegen Batasuna, waarbij rechter Garzón in de zomer van 2002 beslag liet leggen op alle bezittingen en gelden van Batasuna. Hij heeft ook geprobeerd om mijn wedde als Europees parlementslid te laten intrekken. Zo moest ik voor een commissie verschijnen die zou beslissen over mijn wedde. Twee dagen voordien had ik het lijvige dossier gekregen met de beschuldigingen tegen mezelf en Batasuna. In de commissie heb ik gevraagd aan de directeur van financiën: "Luister, betaalt u geld aan Batasuna?". Hij bekeek me even, en meteen was de zaak opgelost, want het Europees parlement betaalt mij en niet Batasuna! Dat ik niet meer heb kunnen deelnemen aan de Europese verkiezingen heeft te maken met een wet uit maart 2003, de zogenaamde Wet op de Politieke Partijen. Het is een wet die expliciet gemaakt is om te gebruiken tegen Batasuna, iets wat deze wet op zich al compleet ondemocratisch maakt. Een wet hoort namelijk geen specifiek, maar algemeen karakter te hebben. Er is wel in beroep gegaan tegen de wet bij het Spaanse Grondwettelijke Hof, maar zij zagen er geen graten in.

- Maar hoe is toch mogelijk dat de rechterlijke macht zo'n ondemocratische wet van de politieke macht overeind houdt?

Koldo Gorostiaga: Heel simpel: de rechtelijke macht is niet onafhankelijk van de politieke macht.

- En wat zijn dan de objectieve criteria om een lijst te verbieden?

Koldo Gorostiaga: De beschuldiging bestaat natuurlijk altijd uit een heel lang discours. Maar de centrale logica om onze lijst te verbieden, was het feit dat er op de kiezerslijsten mensen stonden die achteraf werden gearresteerd en veroordeeld op beschuldiging van lidmaatschap van de ETA. Op die manier werd er een amalgaam gemaakt tussen Batasuna en de ETA. En uiteindelijk werden alle initiatieven voor een onafhankelijk Baskenland beschouwd als een product van de strategie van ETA.
Door de Wet op de Politieke Partijen werden links-nationalistische burgerlijsten verboden omdat er oud-militanten van Batasuna opstonden, niet van ETA, ... van Batasuna. Het is frappant om vast te stellen dat alle Spaanse politieke partijen oud-militanten van Batasuna op hun lijsten hebben: zelfs de PP! Met die logica zouden alle partijen moeten verboden worden! Nee, het probleem is de ideologie. Onze lijsten worden verboden voor een ideologisch gedachtegoed, iets wat volgens de Conventie van de Rechten van de Mens nochtans niet kan. Terwijl Turkije gedwongen wordt om deze conventie na te leven, treedt Spanje ze met de voeten. Zo heeft de Spaanse premier Zapatero tot dusver nog niets gewijzigd aan het nefaste beleid van Aznar tegenover Baskenland. Natuurlijk liggen de verkiezingen nog niet zo ver achter ons, maar we mogen niet vergeten dat de PSOE voluit betrokken was in de Baskenlandpolitiek van Aznar.
Volgens mij heeft de PSOE nog een grote uitdaging, die ook haar gevolgen zal hebben op lange termijn. De Spaanse publieke opinie heeft gedurende minstens vijf jaar maar één informatiebron te horen gekregen, namelijk die waarover unanimiteit bestaat in de Spaanse politieke klasse. Wel, één derde van de Spaanse bevolking is sociologisch gezien Franquistisch en stemt op de PP. Je mag niet vergeten dat Franco miljoenen mensen achter zich had staan, die hoe dan ook niet verdwenen zijn. De trouwe socialistische kiezers maken ook één derde van de bevolking uit. Een ander derde van de Spaanse bevolking kan zowel voor de socialisten als voor de PP stemmen. Aan deze groep moeten de socialisten veel aandacht besteden. Het probleem is dat de publieke opinie door de media werden gehersenspoeld. Voor de verkiezingen van mei volgend jaar heeft de PSOE nog heel even de tijd om een nieuwe publieke opinie te creëren door juiste informatie te geven. Maar ze zijn zo bang om zich anders te gaan manifesteren als de PP.

- Recent is de affaire Moreno-Garcia opnieuw in de actualiteit geweest. In vergelijking met de vorige keer was de interesse van de Vlaamse pers bijzonder minimaal te noemen. Zit de Spaanse propagandamachine hier voor een stuk tussen?

Koldo Gorostiaga: In 1996 heeft de PP meteen een strategie ontwikkeld om ook de internationale gemeenschap te betrekken in haar politiek tegenover het Baskische probleem. De internationale media werden bestookt met eenzijdige berichtgeving. Terwijl ook de monarchie flink werd uitgespeeld. Heel Europa moest zien wat een leuke democratie Spanje toch wel is. Wel, als er dan een VN-rapport over de folteringen komt, dat bikkelhard is voor Spanje - zelfs al worden geen zware termen gebruikt -, dan geloven de mensen het simpelweg niet. Ze zijn gewoonweg geïndoctrineerd.

- Laten we het nu misschien even hebben over Batasuna en de links-nationalistische traditie waaruit ze is ontstaan.

Koldo Gorostiaga: Wij Basken hebben een nationalistische traditie van meer dan 100 jaar. Het is op het einde van de 19e eeuw dat de Baskische Nationalistische Partij (EAJ, in het Castilliaans PNV) het licht zag. Toch heeft de Franse revolutie - een heel stuk vroeger - vooral in Noord-Baskenland ideeën gelanceerd. Nadat de oude klasse opzij was geschoven, kwam er reactie tegen het jacobijnse centralisme dat geen rekening hield met de Baskische eigenheid. In het noorden verschijnt het nationalisme dus voor het eerst. In Zuid-Baskenland ontstaat het nationalisme onder invloed van de ontwikkelingen in het geïndustrialiseerde Catalonië. Daar waren de anarchistische ideeën van Bakoenin ('de vernietiging van de staat') veel populairder dan het ideeëngoed van Marx. Dit kwam tot uiting tijdens de Russische revolutie, toen de Catalaanse arbeidersklasse voor 80% anarchistisch was, terwijl in Madrid het Marxisme overheerste. Op dat moment maakte de Russische revolutie een grote kans om over te slaan naar Spanje. Maar koning Alfonso III, de grootvader van de huidige koning, riep de hulp in van de militairen. Uiteindelijk pleegt kapitein-generaal Primo de Rivera een staatsgreep, ontbindt het parlement en installeert een militaire dictatuur. Meteen begint een zware repressie tegen de anarchisten, marxisten en natuurlijk tegen de nationalisten. In zijn repressie maakt Primo de Rivero dus geen onderscheid tussen de links-revolutionaire beweging en het nationalisme.

- En hier is dan de fusie tussen het linkse gedachtegoed en het nationalisme gelegd?

Koldo Gorostiaga: Juist. Er was natuurlijk het burgerlijk nationalisme - min of meer gematigd -, en voor de eerste keer - in Catalonië - ook een revolutionair nationalisme. Dit linkse nationalisme vindt ingang in Baskenland en in 1931, wanneer de dictatuur van Primo de Rivero valt, is er een links-nationalistische partij in Baskenland: Euzko Abertzale Ekintza (EAE, Baskisch-nationalistische Actie, in het Castilliaans ANV). Het is een organisatie die formeel nog steeds bestaat, als onderdeel van Batasuna. Mijn vader was trouwens EAE-gemeenteraadslid in Bilbo, gedurende de hele periode van de Republiek. Op het einde van de oorlog kon mijn vader zich verstoppen, maar zijn collega werd gefusilleerd.
Tijdens het Franquisme zien we dat de EAJ-PNV zich heel gematigd opstelt tegenover de dictatuur. Als vertegenwoordiger van de conservatieven, de bourgeoisie en voor een stuk ook de volksklasse, gaat de partij elke confrontatie met Franco uit de weg. Maar omdat de EAJ-PNV niet reageert op de steeds brutalere repressie van Franco tegen de Basken, ontstaat een gewapende verzetsorganisatie: ETA. Deze linkse organisatie ontstond direct uit de culturele vereniging Ekin die het zwaar te verduren kreeg omwille van haar activiteiten voor de Baskische taal en cultuur.
Franco reageerde natuurlijk genadeloos op de acties van de ETA. Na zijn dood moest niemand in Baskenland nog hebben van extreem-rechts en was het ook ondenkbaar dat er iets zou ontstaan als een extreem-rechtse Baskisch-nationalistische organisatie. Extreem-rechts werd alleen geassocieerd met het Spaans-nationalisme.

- Hoe zou je de kern van het links-nationalisme kunnen omschrijven?

Koldo Gorostiaga: De definitie is gegeven door de ETA-militant Argala die in 1978 werd vermoord in Angelu. Hij stelde vast dat (onder meer door de politiek van Franco) bijna 50% van de inwoners van Baskenland niet van Baskische origine was. Daarom zei hij dat iemand zich Bask mocht noemen als hij of zij daar zelf voor koos. Deze zienswijze zorgde voor een sterke integratie van de nieuwkomers in het Baskisch-nationalisme. Daarnaast moet vermeld worden dat de aandacht van het links-nationalisme gaat naar de volksklasse en niet naar de burgerij. Ook de EAJ-PNV zoek haar steun bij de volksmassa, maar is vooral geïnteresseerd in de mensen met geld en macht. Het links-nationalisme is ook de trekker van de Baskische taal en cultuur, iets wat door de EAJ-PNV, soms wat vergeten wordt. Zo werden bijna alle Ikastola's onder het Franquisme getrokken door links-nationalisten. Toen de EAJ-PNV na Franco aan de macht kwam heeft de partij de Ikastola's met geld onder haar controle gebracht. Al blijft het zo dat de links-nationalistische vakbond LAB 80% van het personeel vertegenwoordigt. Een ander voorbeeld is dat alle vergaderingen van Batasuna in het Baskisch verlopen, iets wat niet het geval is bij de EAJ-PNV. Hetzelfde verschil deed zich ook voor tussen het LAB en de EAJ-vakbond ELA. Het is echter opvallend hoe deze twee vakbonden de laatste jaren naar mekaar zijn toegegroeid. Met name de nefaste politiek van Aznar heeft bij ELA de overtuiging doen ontstaan dat een Baskische samenleving niet meer mogelijk is binnen het kader van de Spaanse staat. Terwijl er vroeger een grote kloof bestond tussen de twee vakbonden, is deze nu in grote mate gedicht. De vlijmscherpe uitvallen die vandaag door ELA tegen de Baskische regering (EAJ-PNV) worden gemaakt, waren 10 jaar geleden nog volkomen ondenkbaar. Deze tendens betekent een probleem voor de toekomst van de EAJ-PNV. Want als de partij zich verwijdert van haar sociale basis, dan zouden de socialisten, die er wél een hebben, wel eens de sterkste kunnen worden bij de komende verkiezingen in mei. En dan zou de EAJ-PNV in een Catalaans scenario wel eens uit de boot kunnen vallen.

- Is er ook niet te weinig ruimte gegeven aan de akkoorden van Lizarra-Garazi die in 1998 werden gesloten en bedoeld waren om een zo breed mogelijk draagvlak te vinden voor het recht op zelfbestuur? Had de ETA haar wapenstilstand niet beter aangehouden?

Koldo Gorostiaga: Pas op hoor, want soms worden er verhaaltjes verteld die nooit bestaan hebben. De waarheid is dat de ETA het bestand heeft opgegeven omdat het politieke proces was stilgelegd door Madrid. Het is ook zo dat het akkoord van Lizarra-Garazi geleid heeft tot een bestand van de ETA en niet omgekeerd. Door het akkoord van Lizarra-Garazi was een politiek proces in gang gezet, iets wat in 1999 tot een verkiezingsoverwinning leidde voor het links-nationalistische Euskal Herritarrok. EAJ-PNV heeft deze boodschap meteen begrepen en voelde dat haar sociale basis te zwak was. Madrid heeft toen gezegd (en heeft het later nog herhaald) dat ze de Baskische autonomie zou intrekken, iets waar men wettelijk toe in staat is. Omdat Madrid de repressiemaatregelen tegen Baskenland opdreef is het vredesproces stilgevallen.

- En nu, zijn er vanaag opnieuw kansen op vrede?

Koldo Gorostiaga: Madrid is tot het uiterste gegaan in haar repressie tegen Baskenland, tot het verbieden van Baskische organisaties en media toe. Toch moeten we vaststellen dat de links-nationalistische beweging nog steeds overeind staat. Er zijn duizenden mensen die ongeldig stemmen om de links-nationalistische stem te laten horen. Voor de laatste verkiezingen waren 50.000 mensen bereid hun handtekening te geven voor een links-nationalistische lijst, goed wetende dat ze zo een gemakkelijk doelwit worden van de Spaanse repressie. Of er opnieuw kansen zijn om tot vrede te komen? De vraag is: zal de PSOE in staat zijn om zich te onderscheiden van acht jaar neofranquistisch bewind. De bal ligt in het kamp van de PSOE. Wij zijn bereid om te spreken met iedereen, de PP inbegrepen.

- Gebruikt de PP de ETA niet als alibi om de hele Baskische beweging aan te vallen?

Koldo Gorostiaga: Ja, dat kan wel, maar het probleem ligt niet daar. In 1998 was er een bestand, maar het liep op niets uit omdat Madrid niet wou erkennen dat er een politiek probleem is in Baskenland.

- Als de ETA nu een bestand zou afsluiten, dan zou het heel duidelijk worden dat Madrid geen vrede wil in Baskenland...

Koldo Gorostiaga: In het verleden heeft de ETA een bestand afgesloten, en is duidelijk geworden dat Madrid geen vrede wilde. Het probleem blijft dus. Iedereen wil wel een politieke oplossing, de PSOE inbegrepen. Elk natuurlijk met zijn eigen visies. Maar hoe kan er dan tot een akkoord gekomen worden? Wel, om tot een akkoord te komen, moet je iemand hebben om een akkoord mee te sluiten. Je kunt toch niet tot een akkoord komen met mensen die niet bestaan? Met andere woorden: de gesprekspartner moet erkend worden. Dit is nu niet het geval. Als er een conflict is, dan zijn er toch verschillende partijen. Maar er moet natuurlijk ook erkend worden dat er een probleem is, iets wat de Spanjaarden nog altijd ontkennen. Voor Aznar was het duidelijk: in Baskenland is er geen politiek probleem, maar een terroristisch probleem. Ook de socialisten lijken er nog zo over te denken. Als Madrid toegeeft dat er een politiek probleem is in Baskenland en alle gesprekspartners erkent, dan ligt de weg naar een definitief akkoord open. Ik herinner me nog heel goed toen de Britse premier John Major zei: "Noord-Ierland blijft zolang Brits als de Noord-Ieren dat willen". Hiermee bevestigde hij het recht op zelfbeschikking voor de Noord-Ieren, en daar willen ook wij naartoe. En als het Baskische volk haar stem mag laten horen over zelfbestuur, dan zullen wij die mening respecteren.