Nummer 99


Faciliteiten | september 2004


Hoe is het gesteld met de Waalse faciliteitengemeenten? (Leo Camerlynck)<< Nummer 99

Een illusie zou het zijn te geloven dat de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde zonder toegevingen zal gebeuren. De faciliteiten- en andere randgemeenten rond de hoofdstad vormen een te gevoelig onderwerp. Vlaamse politici mogen dan wel stoere taal spreken, Franstalige politici blijven gewiekster. En uiteraard zullen de toegevingen geminimaliseerd worden. Toegevingen zullen ongetwijfeld de faciliteitengemeenten rond Brussel treffen, waar meer dan de helft tot 3/4 van de bevolking niet voor het Nederlands kiest. De Franstaligen, van wie de meeste een doorgaans geringe kennis van aardrijkskunde en geschiedenis bezitten, beschouwen de Brusselse rand als de facto tot Brussel behorend. De faciliteiten worden verruimd, althans in de zes rond Brussel, zoveel is duidelijk, zo men de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde erdoor wil loodsen.

Buiten de 6 faciliteitengemeenten rond het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest telt Vlaanderen nóg 6 faciliteitengemeenten, zijnde Mesen, Spiere-Helkijn, Ronse, Bever, Herstappe en Voeren, waar verdere verfransing niet meer dreigt. De faciliteiten worden er correct toegepast, en, op Voeren na, maken de Franstaligen er geen misbruik van. Doch, hoe is het gesteld met de Waalse gemeenten met taalfaciliteiten voor de Nederlandstaligen?

Wallonië telt 4 Franstalige gemeenten met taalfaciliteiten voor de Nederlandstaligen, zijnde Komen-Waasten, Moeskroen, Vloesberg en Edingen, allen in Henegouwen. Voorts kunnen theoretisch in de gemeenten Bleiberg/Plombières, Welkenraedt en Baelen faciliteiten aan de Duits- en Nederlandstalige "minderheid" worden toegekend, maar in de praktijk is dit zo goed als dode letter. De gemeenten Malmédy en Weismes horen faciliteiten te verlenen aan de Duitstalige minderheid. Tot slot bieden alle Duitstalige gemeenten taalfaciliteiten aan Franstaligen.

Tot 1963 behoorden Komen-Waasten en Moeskroen tot de provincie West-Vlaanderen. De gemeenten Komen, Houthem, Waasten, Neerwaasten en Ploegsteert werden uitsluitend in het Frans bestuurd. De bestuurstalen van de aanpalende West-Vlaamse gemeenten Nieuwkerke en Mesen waren Nederlands en Frans. Nieuwkerke werd eentalig Nederlands en maakt nu deel uit van Heuvelland. Mesen werd Nederlandstalig met taalfaciliteiten voor de Franstaligen. Bij de overheveling van Komen-Waasten naar Henegouwen werden taalfaciliteiten aan Nederlandstaligen toegekend, die mondjesmaat en schoorvoetend werden toegepast. Er moest eerst een heuse rel ontstaan rond de vóór een kwarteeuw opgerichte Nederlandstalige school alvorens een enigszins genormaliseerde taalsituatie te bereiken. Gemeentelijke vzw's belemmeren opzettelijk de correcte toepassing van de faciliteiten in de gemeente van burgervader Gilbert Deleu (cdH).

Toen Moeskroen en de in 1976 met haar gefus(ion)eerde gemeenten Lowingen/Luigne, Dottenijs en Herzeeuw/Herseaux nog bij West-Vlaanderen hoorden, bestond er een feitelijke tweetaligheid. Ook de aanpalende gemeenten Rekkem, Spiere en Helkijn werden tweetalig bestuurd. Rekkem werd eentalig Nederlands en met de gemeentefusies bij Menen gevoegd. Spiere dreigde ook naar Henegouwen te worden overgeheveld, maar de gemeente bleef West-Vlaams. De fusiegemeente Spiere-Helkijn is nu Nederlandstalig met taalfaciliteiten voor de Franstaligen. In Moeskroen, de stad van burgemeester-volksvertegenwoordiger Jean-Pierre Detremmerie (cdH), lijkt het erop dat de faciliteiten stilzwijgend worden geminimaliseerd.

De Moeskroense burgervader mag het dan wel ontkennen, toch wordt in de nieuwe Henegouwse municipaliteiten met klem vermeden om enige historische verwijzing naar Vlaanderen te maken. Bij de nieuwe toeristische indeling van de provincie Henegouwen werden Komen-Waasten, Moeskroen én Estaimpuis ondergebracht in een regio, die men Picardië is gaan noemen. Buiten het daar nog weinig gesproken Franse dialect, dat aanleunt bij het Picardisch en niet bij het Waals, heeft de regio hoe dan ook geen enkele geschiedkundige verwantschap met het 70 km zuidelijker gelegen Picardië.

Vloesberg, de gemeente van PS-minister Rudy Demotte, mag terecht een landschappelijk kleinood worden genoemd en bezit dan ook toeristische troeven. Jarenlang deden de gemeenteverantwoordelijken alsof hun neus bloedde, wanneer het erop aan kwam de faciliteiten toe te passen. Het heeft jaren geduurd alvorens de eerste Nederlandstalige identiteitskaarten werden aangemaakt. Doch, met de komst van Rudy Demotte kwam er een kentering ten goede. Vloesberg is veruit de faciliteitengemeente met de duidelijkste aanwezigheid van het Nederlands in het straatbeeld, vooral in het gehucht D'Hoppe.

Waar het een tijdje beter ging, maar waar thans de communautaire zaken opnieuw lichtjes op de spits worden gedreven is het stadje Edingen, waartoe ook de deelgemeenten Lettelingen en Mark behoren. Het aantal Nederlandstalige inwijkelingen neemt gestadig toe, en dat zint veel stadsbestuursleden, met burgemeesteres Florine Pary-Mille (MR) op kop, kennelijk niet.

Waarin de vier Henegouwse entiteiten inzake taalfaciliteiten voor Nederlandstaligen duidelijk tekortschieten, zijn de voor de burgers bestemde informatie uitgaande van de stad of gemeente. In Edingen moeten de Nederlandstaligen het in een gemeentelijk krantje stellen met een uiterst beknopte samenvatting van de gemeentenieuwtjes. De officiële webstek van de stad Edingen is eentalig Frans. In het Nederlands gestelde brieven worden niet of nauwelijks beantwoord, en wanneer ze dan toch beantwoord worden is het in het Frans. Deze wantoestand is eveneens schering en inslag in Komen-Waasten, Moeskroen en Vloesberg. Moeskroen en Vloesberg hebben dan weer wel een tweetalige webstek. Komen-Waasten bezit er nog geen.

Bij de bespreking van de splitsing van het kiesarrondement Brussel-Halle-Vilvoorde zou het niet ongepast zijn de schijnwerpers even op de Waalse faciliteitengemeenten te richten.