Nummer 99


Document | september 2004


"Zo worden ze vandaag niet meer gemaakt" (Joost Vandommele)<< Nummer 99

De tekst die hieronder volgt was de eindrede van Joost Vandommele, kleinzoon van René De Clercq, op de eerste Sociaal-Flamingantische Landdag op 22 augustus jl. in Deerlijk.

Toen ik 6 jaar geleden nog een keertje in Belfast was en in een volkscafé een paar oude bekenden tegenkwam, speldde iemand mij in een opwelling een blikken decoratie op n.a.v. de zgn. bicentenary, of de nationale opstand van de Ieren tegen de Engelsen die in 1798 met Franse revolutionaire steun was gevoerd. Een opstand die overigens de geboorte van de moderne Ierse nationale beweging inluidde. Deze spontane huldeblijk deed zeer veel deugd maar deed me eveneens het grote, essentiële verschil beseffen tussen de nationale beweging en Ierland en bij ons in Vlaanderen: in Ierland werden destijds de vooruitstrevende ideeën van de Franse revolutie in de nationale beweging geïntegreerd. Vorige week las ik trouwens nog dat Arthur Scargill te gast was in een republikeins vormingsproject in West-Belfast, wat bewijst dat ook de arbeidersbeweging en de nationale beweging nauwe banden hebben. Bij ons daarentegen werd het afschermende, conservatieve element toonaangevend, conservatieve ideologen van de Vlaamse beweging vinden de Franse revolutie niet meer dan een uit de hand gelopen jacqerie...

Anderzijds is er toch ook het merkwaardige feit dat de vader van de Vlaamse beweging, de Vonckist Jan Baptist Verlooy, in 1794 eventjes 'maire' van Brussel geweest is en dat terwijl de verfransing zich als nooit tevoren op gang trok. In deze paradox sluimert al veel leed en onmacht van de latere Vlaamse beweging...

1830 betekent voor Wallonië 'la restauration de la démocratie'. De Vlamingen daarentegen zijn passief 1830 in gesukkeld zoals ze de laatste eeuwen daarvoor al geregeld van heerser waren veranderd. Het nieuwe regime zou hen o.m. met grondwetartikel 23 dat vrijheid van taalgebruik voorziet, stoemelings proberen te verfransen 'voor hun eigen goed'. Zo zouden ze namelijk deel kunnen uitmaken van de beschaving en kunnen proeven van de vooruitgang. Een ingesteldheid die het nog steeds doet als je ziet hoe velen thans geen graten zien in verengelsing van het hoger onderwijs. Volgens diezelfde kringen kan je inkomende migranten vandaag meteen ook beter Engels leren. Twee voordelen: ze worden meteen wereldburger (lees: ze zijn overal inzetbaar en dus overal uitbuitbaar) en ze hoeven geen tijd te verliezen met Nederlands te leren.

Gedurende de verdere 19de eeuw verscherpen zich de drie traditionele Belgische tegenstellingen. In orde van belangrijkheid: de ideologische (humanisme tegen kerkelijke dwingelandij, thans tegen de nieuwe godsdienst van geld en succes), de sociale (arbeid versus kapitaal) en de nationale (respectievelijk Vlaanderen en Wallonië versus België). Om intussen al 174 jaar aan de macht te blijven is het Belgisch establishment, met het hof op kop, meester in het beheersen van alle mogelijke spanningen die deze tegenstellingen teweegbrengen. Men weet op een meesterlijke wijze groepen aan zich te binden en tevreden te stellen. Vele leiders van de arbeidersbeweging en Vlaamse beweging zijn 'als ze tot de jaren van verstand' kwamen, op tijd 'aan de kassa gepasseerd' en hebben als stroper van weleer met verve de boswachtersrol vervuld. Dit systeem heeft ook tot tegennatuurlijke bondgenootschappen geleid en mythes gecreëerd, b.v. dat verdraagzaamheid en solidariteit eigenlijk alleen maar mogelijk zijn in Belgisch verband, ja zelfs synoniem zijn aan dit verband. Dit hoeft geen verwondering te wekken als men beseft dat België zélf het product is van een Belgisch compromis of het verenigen van water en vuur en daarbij alle betrokken partijen nog het gevoel te geven dat ze gewonnen hebben. De Brabantse Omwenteling van 1789 was hier een soort generale repetitie voor de overwinning van het monsterverbond in 1830. Vele generaties van arrivistische intellectuelen hebben zich sedertdien uitgesloofd om deze stellingen op alle mogelijke manieren te bewieroken en te verkopen. Indien men het ergens ver wil schoppen moet men zich vroeg of laat inzweren in deze cenakels en de rest van zijn openbaar leven de omerta bewaren, zelfcensuur beoefenen en alle barsten in de Belgische dijk helpen dichten. Het neo-begicisme steunen belooft ook vandaag een steile carrière...

De omgekeerde redenering is natuurlijk even waar: het liëren van humanistische, arbeiders- en Vlaamse en of Waalse beweging zou wel eens onbedwingbare krachten kunnen opwekken, krachten die echt iets ten gronde kunnen veranderen. Echt weten we dit natuurlijk niet want het blijft één van de enige opties die nog niet werden uitgeprobeerd. Intussen blijft het rondjes draaien en blijven clichés als zou Vlaamsgezind per definitie uiterst rechts zijn een voortdurende self-fulfilling prophecy die iedereen tevreden stelt: het Belgisch establishment kan rechtvaardige Vlaamse eisen steeds als anti-democratisch afschilderen en krachten als b.v. het Vlaams Blok kunnen zich als kampioen van de Vlaamse zaak profileren, hetgeen de ideale garantie is voor een verdere status quo.

Was men zich dan in het verleden niet bewust van deze realiteiten en heeft men toen niet geprobeerd fundamentele oplossingen te zoeken? Natuurlijk wel: tot 1914 had je een minoritaire liberaal-progressieve vleugel van radicalen in de VB die ideeën leverde en de beweging vooruit stuwde... men moet er eerlijkheidshalve wel bij vertellen dat de eerder conservatieve fractie steeds het gros van het voetvolk leverde. De afloop van het activistisch avontuur betekende grotendeels het einde van deze strekking. Grootheden uit deze periode als b.v. een Emiel Moyson - die alles in huis had om een alternatieve heilige te worden - werden achteraf apart gerecupereerd door zowel de officiële vrijzinnigheid (in 1858 organiseerde Moyson één van de eerste burgerlijke begrafenissen voor zijn vriend Adolf Dufranne), de arbeidersbeweging (Anseele zelf schreef Moysons biografie 'voor het volk geofferd') als de rechtse Vlaamse beweging (het Vlaams Blok hield in 1995 een nationale Moysonherdenking). Het Daensisme koppelde Vlaamsgezindheid aan sociaal-economische rechtvaardigheid maar werd en de erfenis wordt nog steeds op een soms onbeschaamde manier gerecupereerd. Vlak na WO I heb je dan de fameuze antiburgerlijke strekking in de Vlaamse beweging waarin toonaangevende kunstenaars, anti-oorlogsactivisten, revolutionaire Vlaamse jongeren, communisten en andere wereldverbeteraars samen op de barricade stonden.

Uiteindelijk werd ook dit elan platgemalen door tegennatuurlijke - maar later in de jaren '30 - soms noodzakelijke coalities. Na WO II is de VB door een volledige ontsporing van haar sterke rechterzijde volledig verbrand en is la rouge au tricolore een absolute realiteit geworden. Van Extergem, smaakmaker in het interbellum, past door deze evolutie in geen enkel kader meer en wordt volledig vergeten. Een volgend hoopvol elan tekent zich af in de jaren '60 als de federalisme-eis wordt gekoppeld aan de eis voor democratische structuurhervormingen op het sociaal-economische vlak. Ook hier zal het gros van de tenoren eieren voor zijn geld kiezen en deel worden van het establishment...

Vandaag zijn we hier precies niet met grote massa's en toch zijn de uitdagingen niet minnetjes: een zich steeds meer opdringende globalisering o.l.v. de VS dringt steeds meer onze huiskamer en onze bovenkamer binnen. De massa zelfgenoegzame, consumerende Vlaamse zeurpieten groeit gestadig en de zelfverklaarde alwetende intellectuele elite van zgn. werelburgers die zich uiteraard beter in het Engels kunnen uiten en denken dan in de volkstaal zelf, zet, ver boven de massa verheven, de bakens uit. Bestuur en kennisoverdracht in de volkstaal, essentiële eisen van de VB die definitief verworven leken, blijken ineens weer op de helling te staan! Het snobisme, de grootspraak en de chichi die destijds het franskiljonisme zo kenmerkten zijn er weer, sterker dan ooit. Holle vaten, de parabel van de keizer zonder kleren... nooit werden meer inhoudsloze zaken gepromoot dan nu!

De krachten die natuurlijkerwijze zouden moeten reageren zijn compleet geringeloord en gebonden, zoals de arbeidersbeweging, of compleet ontspoord, zoals het imago van de Vlaamse beweging door het sterke Blok...

Alles wat wij voorstaan hoort thuis in een hogere synthese die op zich onvermijdelijk is. Dit systeem eist simpelweg teveel van mens en planeet en moet zichzelf ooit onherroepelijk vastrijden. Elk jaar 2 miljoen nieuwe Chinese automobilisten en de vele bitterjonge mensen die hier onder de trein springen: het zijn maar twee grepen uit de grabbelton van de vele indicatoren die ons elke dag in die richting wijzen. Daarom blijven we ook in tegenstroom denken en roeien. Om Bobby Sands te citeren: 'ik doe dit omdat ik voel dat dit juist en rechtvaardig is'. Wat mij betreft dienen ideologische discussies en geschiedkundige belangstelling om goesting te krijgen naar iets beters, dit duidelijker te maken en verder te verklaren en zeker niet om als nieuwe dwingeland op te treden en mensen in nieuwe keurslijven te dwingen...

Ik wil besluiten en samenvatten met op te roepen de Vlaamse beweging nieuw leven in te blazen. Zij moet dan wel fungeren als segment van een brede emancipatorische beweging voor culturele sociale en vooral economische democratie ter verfijning van de mens. Of de doorsnee Vlaamse mens er rijp voor is ? Ik denk eerlijk gezegd niet dat de massa fermette-eigenaars met de mentaliteit van kleine baronskes staat te trappelen om het systeem omver te werpen. In de eerste decennia zonder voedseltekorten zijn Makro's met muren wachtende consumptie trouwens de meest overtuigende argumenten voor het huidige systeem; zeker als je bedenkt dat het begrip economische democratie nog steeds met lege rekken wordt geassocieerd. Het wordt dus nog even wachten...

Om af te sluiten wou ik toch nog even hulde brengen aan voorgaande generaties progressieve flaminganten. Zij tonen nog steeds de weg en telkens wij er eentje ten grave dragen denk ik onwillekeurig: 'zo worden ze vandaag niet meer gemaakt'...